Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- verzoekster;
- mevrouw S. Ramlal en mevrouw S. Soekhai, beiden werkzaam bij Geldplein (hierna te noemen: schuldhulpverlening);
- mevrouw E. Groenewegen, begeleidster van verzoekster.
Rechtbank Rotterdam
Verzoekster heeft een verzoek ingediend op grond van artikel 287a lid 1 Faillissementswet om Interbank te bevelen in te stemmen met een door haar aangeboden schuldregeling. Deze regeling voorziet in een betaling van 3,06% van de totale schuldenlast aan de concurrente schuldeisers, gefinancierd door een saneringskrediet, gebaseerd op haar huidige Participatiewet-uitkering.
Interbank, schuldeiser met een vordering van €27.546,96, stemt niet in met het akkoord en stelt dat het aangeboden bedrag te laag is en niet het maximaal haalbare vertegenwoordigt. Zij wijst op het ontbreken van medische ongeschiktheid en ontheffing van de arbeidsplicht, en stelt dat verzoekster haar inkomenspositie kan verbeteren.
De rechtbank overweegt dat Interbank een groot deel van de schuldenlast vertegenwoordigt (79,8%) en dat het niet aannemelijk is dat verzoekster niet in staat is om meer te betalen, mede omdat geen recente ontheffing van de arbeidsplicht of medische stukken zijn overgelegd. Daarom weegt het belang van Interbank zwaarder dan dat van verzoekster en de overige schuldeisers.
Het verzoek om Interbank te bevelen in te stemmen met de schuldregeling wordt afgewezen. De rechtbank zal separaat beslissen over het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling.
Uitkomst: Het verzoek tot gedwongen schuldregeling wordt afgewezen omdat het aanbod niet het maximaal haalbare betreft.