De rechtbank Rotterdam behandelde het verzoek van een schuldenaar om toegelaten te worden tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp) vanwege problematische schulden. Hoewel de schuldenaar verkeersboetes had die niet te goeder trouw waren ontstaan, besloot de rechtbank op basis van de hardheidsclausule toch tot toelating.
Tijdens de zitting op 22 oktober 2025 waren de schuldenaar, een schuldhulpverlener, een beschermingsbewindvoerder en een vertegenwoordiger van het Leger des Heils aanwezig. De rechtbank stelde vast dat de schuldenaar de omstandigheden die tot de schulden leidden onder controle heeft gekregen, onder meer doordat hij geen auto meer bezit en onder bewind staat.
De rechtbank wees erop dat de schuldenaar zich zal moeten houden aan de verplichtingen van de Wsnp, waaronder het afdragen van inkomen boven het vrij te laten bedrag en het niet maken van nieuwe schulden. Er wordt een bewindvoerder en een rechter-commissaris benoemd die toezicht houden op de naleving van de regeling.
De rechtbank stelde de looptijd van de Wsnp in op 18 maanden met ingang van 29 oktober 2025 en wees een bewindvoerder aan die ook de post van de schuldenaar mag inzien. De beslissing is openbaar uitgesproken en er is een mogelijkheid tot hoger beroep binnen acht dagen na uitspraak.