ECLI:NL:RBROT:2025:13991

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
29 oktober 2025
Publicatiedatum
2 december 2025
Zaaknummer
FT RK 25-1154
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 lid 1 Verordening (EU) 2015/848Art. 284 FwArt. 295 FwArt. 296 FwArt. 316 Fw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek tot toelating wettelijke schuldsaneringsregeling met toepassing hardheidsclausule

De rechtbank Rotterdam behandelde het verzoek van een schuldenaar om toegelaten te worden tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp) vanwege problematische schulden. Hoewel de schuldenaar verkeersboetes had die niet te goeder trouw waren ontstaan, besloot de rechtbank op basis van de hardheidsclausule toch tot toelating.

Tijdens de zitting op 22 oktober 2025 waren de schuldenaar, een schuldhulpverlener, een beschermingsbewindvoerder en een vertegenwoordiger van het Leger des Heils aanwezig. De rechtbank stelde vast dat de schuldenaar de omstandigheden die tot de schulden leidden onder controle heeft gekregen, onder meer doordat hij geen auto meer bezit en onder bewind staat.

De rechtbank wees erop dat de schuldenaar zich zal moeten houden aan de verplichtingen van de Wsnp, waaronder het afdragen van inkomen boven het vrij te laten bedrag en het niet maken van nieuwe schulden. Er wordt een bewindvoerder en een rechter-commissaris benoemd die toezicht houden op de naleving van de regeling.

De rechtbank stelde de looptijd van de Wsnp in op 18 maanden met ingang van 29 oktober 2025 en wees een bewindvoerder aan die ook de post van de schuldenaar mag inzien. De beslissing is openbaar uitgesproken en er is een mogelijkheid tot hoger beroep binnen acht dagen na uitspraak.

Uitkomst: Verzoek tot toelating tot de Wsnp toegewezen met toepassing van de hardheidsclausule en looptijd van 18 maanden vanaf 29 oktober 2025.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie
insolventienummer: [nummer]
vonnis van:
29 oktober 2025
op het verzoek van:
[verzoeker],
wonende te [adres],
[postcode] [plaatsnaam].
Waar deze zaak over gaat
[verzoeker] bevindt zich in een problematische schuldensituatie. Om tot een oplossing voor zijn schulden te komen heeft [verzoeker] een verzoek gedaan te worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp). Dit verzoek wordt toegewezen. De rechtbank ziet geen aanleiding om een eerdere ingangsdatum te bepalen.
De rechtbank legt hierna uit waarom zij zo beslist.

1.De procedure

1.1.
[verzoeker] heeft een verzoek ingediend om te worden toegelaten tot de Wsnp.
1.2.
Het verzoek is behandeld op de zitting van 22 oktober 2025. Op de zitting zijn verschenen:
- [verzoeker],
- mevrouw D. Ettalie, schuldhulpverlener,
- mevrouw J. Cok, beschermingsbewindvoerder,
- [naam], werkzaam bij het Leger des Heils.

2.De beoordeling

De toelating
2.1.
[verzoeker] kan worden toegelaten tot de Wsnp als hij zich in een problematische schuldensituatie bevindt en hij te goeder trouw was bij het ontstaan en onbetaald laten van zijn schulden. De rechtbank kijkt daarbij vooral naar de afgelopen drie jaar. Ook moet de verwachting bestaan dat [verzoeker] aan de verplichtingen van de Wsnp zal voldoen.
2.2.
De rechtbank is van oordeel dat de schulden bij het CJIB die binnen de drie-jaarstermijn vallen, niet te goeder trouw zijn ontstaan. Deze vordering ziet in het bijzonder op verkeersboetes en staat in beginsel in de weg aan toewijzing van het Wsnp-verzoek.
2.3.
In dit geval ziet de rechtbank echter aanleiding om [verzoeker] toch toe te laten tot de Wsnp met toepassing van de hardheidsclausule. Gebleken is dat [verzoeker] de omstandigheden die hebben geleid tot het laten ontstaan van deze schulden, onder controle heeft gekregen. Uit het dossier volgt namelijk dat hij geen auto meer heeft.
2.4.
Daarnaast is er bij de rechtbank voldoende vertrouwen dat [verzoeker] zich zal houden aan de verplichtingen van de Wsnp. Ter zitting heeft hij namelijk verklaard weer te willen gaan werken. Bovendien staat hij inmiddels onder beschermingsbewind.
2.5.
[verzoeker] wordt daarom toegelaten tot de Wsnp.
Bevoegdheid
2.6.
De rechtbank is, gelet op het bepaalde in artikel 3 lid 1 Verordening Pro (EU) 2015/848 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie, bevoegd deze insolventieprocedure als hoofdprocedure te openen nu het centrum van voornaamste belangen van [verzoeker] in Nederland ligt.
Duur
2.7.
De rechtbank stelt de termijn van de Wsnp-regeling ex artikel 349a Fw (hierna: looptijd) op 18 maanden.
De ingangsdatum
2.8.
De Faillissementswet (hierna: Fw) bepaalt dat de looptijd in beginsel ingaat op de dag van dit vonnis, tenzij er aanleiding is de looptijd eerder te laten ingaan.
2.9.
Een eerdere ingangsdatum kan worden bepaald als vanaf die eerdere datum de verplichtingen die volgen uit het voorafgaande schuldhulpverleningstraject zijn nagekomen. Als uitgangspunt geldt daarbij dat de schuldenaar tijdens het minnelijke voortraject maximaal, op basis van de normen die gelden voor berekening van het vrij te laten bedrag (het vtlb), moet aflossen op zijn schulden en dat hij zich moet inspannen om zoveel mogelijk baten voor de schuldeisers te verwerven. Die inspanningsplicht houdt in beginsel in dat er bij arbeidsgeschiktheid fulltime gewerkt moet worden of er moet aantoonbaar worden gesolliciteerd naar een fulltime baan.
2.10.
De rechtbank stelt vast dat [verzoeker] niet heeft verzocht om een eerdere ingangsdatum, terwijl ook overigens op basis van de ingediende stukken en dat wat op de zitting is besproken niet kan worden vastgesteld dat aan de vereiste verplichtingen is voldaan.

3.De (controle van) verplichtingen in de Wsnp

3.1.
De verplichtingen waaraan [verzoeker] tijdens de Wsnp moet voldoen zijn: de informatieverplichting, de inspanningsverplichting, de verplichting geen nieuwe schulden te maken, de verplichting om schuldeisers niet te benadelen en de afdrachtverplichting (van inkomen boven het vtlb en van goederen die in de boedel vallen).
3.2.
Er wordt een bewindvoerder benoemd. Deze bewindvoerder controleert in de eerste plaats of [verzoeker] de verplichtingen van de Wsnp nakomt.
3.3.
De taak van de bewindvoerder is in de tweede plaats om de zogenaamde boedel van de schuldenaar te beheren en te vereffenen (artikel 316 Fw Pro). De boedel omvat alle bezittingen die [verzoeker] nu heeft en wat hij tijdens de toepassing van de regeling verkrijgt (artikel 295 Fw Pro). [verzoeker] heeft de verplichting om tot de boedel behorende bezittingen aan de bewindvoerder af te staan (artikel 296 Fw Pro). De bewindvoerder zal de opbrengsten hiervan verdelen onder de schuldeisers.
3.4.
Er wordt ook een rechter-commissaris benoemd. De taak van de rechter-commissaris is om toezicht te houden op de bewindvoerder.
3.5.
De eerste 13 maanden van het traject geldt in beginsel een postblokkade. Dat betekent dat in die periode alle post naar de bewindvoerder gaat. De bewindvoerder stuurt de post na controle door aan [verzoeker].
3.6.
Als [verzoeker] zich tijdens het Wsnp-traject houdt aan alle verplichtingen van de Wsnp eindigt het traject met de zogenoemde “schone lei”. Dit betekent dat schuldeisers hun vorderingen ten aanzien waarvan de Wsnp werkt niet meer op [verzoeker] kunnen verhalen. De “schone lei” geldt vanaf het moment dat de bewindvoerder klaar is met zijn afwikkelingstaak. Dat is als de slotuitdelingslijst verbindend is geworden

4.De beslissing

De rechtbank:
- spreekt de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:
[verzoeker],
geboren op [geboortedatum]-1970 te Curaçao (Nederlandse Antillen),
wonende te [adres], [postcode] [plaatsnaam];
- benoemt tot rechter-commissaris mr. E.A. Vroom
en tot bewindvoerder mr. N.N. van Klaveren,
gevestigd te [postadres]
;
  • stelt de ingangsdatum van de schuldsaneringsregeling vast op 29 oktober 2025 en de duur op 18 maanden, en bepaalt de einddatum van de looptijd daarmee op 29 april 2027;
  • draagt de bewindvoerder op de post van [verzoeker] in te zien;
- bepaalt dat de bewindvoerder een voorschot op de vergoeding mag nemen volgens het Besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering. Dit kan alleen voor zover de boedel toereikend is.
Dit is de beslissing van mr. B.J. Tideman, rechter, in samenwerking met mr. T.M.M. de Laat, griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op 29 oktober 2025. [1]