ECLI:NL:RBROT:2025:13999
Rechtbank Rotterdam
- Wraking
- J. van den Bos
- A. Buizer
- M.G.L. de Vette
- Rechtspraak.nl
Wraking van rechter in civiele zaken wegens gebrek aan gronden
Op 2 december 2025 heeft de wrakingskamer van de Rechtbank Rotterdam uitspraak gedaan op het wrakingsverzoek van verzoekster, vertegenwoordigd door advocaat mr. P.A. Loeff. Het verzoek strekte tot wraking van mr. M.C. Snel-van den Hout, rechter in de civiele zaken met de zaak- en rekestnummers C/10/709159 / FT RK 25/1959, C/10/709160 / FT RK 25/1960 en C/10/709188 / FT RK 25/1966. Tijdens de behandeling op 26 november 2025 heeft verzoekster geen enkele uitlating, gedraging of beslissing van de rechter genoemd die haar wrakingsverzoek zou onderbouwen. De wrakingskamer constateert dat verzoekster niet heeft aangetoond waarom zij meent dat de rechter vooringenomen is of de schijn daarvan heeft gewekt. De wet vereist dat de feiten en omstandigheden die aanleiding geven tot het wrakingsverzoek gelijktijdig worden vermeld, wat in dit geval niet is gebeurd. Hierdoor is verzoekster kennelijk niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek. Bovendien heeft de wrakingskamer geoordeeld dat verzoekster het wrakingsinstrument misbruikt heeft, aangezien het verzoek niet was onderbouwd met relevante gronden. De rechtbank heeft bepaald dat een volgend wrakingsverzoek in de hoofdzaken niet in behandeling zal worden genomen.