ECLI:NL:RBROT:2025:14019

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
24 november 2025
Publicatiedatum
3 december 2025
Zaaknummer
ROT 25/8910
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedures
  • Proces-verbaal
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek om voorlopige voorziening inzake urgentieverklaring voor woningcorporatie

In deze zaak heeft verzoeker, die al meer dan tien jaar een urgentieverklaring op medische gronden heeft, een verzoek ingediend om een voorlopige voorziening. Hij vraagt het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam om een woningcorporatie te verplichten hem binnen drie maanden een woning aan te bieden die voldoet aan zijn zoekprofiel. De voorzieningenrechter heeft op 24 november 2025 het verzoek behandeld en geconcludeerd dat er geen juridische grondslag is om de actieve bemiddeling te verplichten. De voorzieningenrechter erkent de medische urgentie van verzoeker, maar stelt vast dat de Verordening woonruimtebemiddeling regio Rotterdam 2025 geen basis biedt voor de gevraagde verplichting. Verzoeker heeft een aangepast zoekprofiel gekregen, maar vindt dit niet voldoende. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af, maar roept het college op om zich in te spannen voor een oplossing voor verzoeker, gezien de langdurige situatie waarin hij zich bevindt. De uitspraak is openbaar gedaan en er staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 25/8910
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van 24 november 2025 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen

[verzoeker], uit Rotterdam, verzoeker

(gemachtigde: mr. M. el Idrissi),
en

Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam, het college

(gemachtigde: mr. S. Duinhouwer).

Samenvatting

1. Verzoeker heeft een urgentieverklaring. Het college heeft het zoekprofiel van verzoeker uitgebreid met de woningtypes flat met lift en flat zonder lift. Ook heeft het college de maximale huurprijs laten vervallen. Deze uitbreiding vindt verzoeker niet voldoende. Hij wil onder meer dat het college een besluit neemt waarin staat dat een woningcorporatie verplicht wordt om binnen drie maanden een woning overeenkomstig het zoekprofiel aan hem aan te bieden. Hij verzoekt daarom om een voorlopige voorziening en voert daartoe een aantal gronden aan. De voorzieningenrechter beoordeelt bij de vraag of hij een voorlopige voorziening zal treffen of het bezwaar een redelijke kans van slagen heeft. Dat kan een reden zijn om het bestreden besluit te schorsen. Deze vraag beantwoordt hij aan de hand van de gronden van verzoeker.

Procesverloop

2. Met het bestreden besluit van 1 september 2025 heeft het college het zoekprofiel van verzoeker uitgebreid. Verzoeker heeft hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
2.1.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 24 november 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, de gemachtigde van verzoeker en de gemachtigde van het college.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

Waar gaat deze zaak om?
3. Bij besluit van 25 april 2014 heeft het college verzoeker op medische gronden een urgentieverklaring verstrekt voor het verkrijgen van een andere woning.
Bij het besluit van 8 februari 2023 is verzoeker een aangepast zoekprofiel toegekend.
Het zoekprofiel is daarbij vastgesteld op benedenwoningen, eengezinswoningen, maisonettewoningen waarbij de woningen maximaal gelegen zijn op de begane grond en een trap in de woning geen probleem is. Het aantal slaapkamers is vastgesteld op minimaal en maximaal drie. De maximumhuurprijs is € 693,60.
Verzoeker heeft op 17 december 2024 verzocht om verruiming van zijn zoekprofiel.
Met het bestreden besluit van 1 september 2025 heeft het college de urgentieverklaring aangepast door de flatwoning met lift en zonder lift aan het zoekprofiel toe te voegen en de maximale huurprijs uit het zoekprofiel te verwijderen.
4. Verzoeker stelt in het verzoek dat het college in het bestreden besluit ten onrechte het zoekprofiel niet verder heeft aangepast en ten onrechte heeft nagelaten om in het besluit neer te leggen dat tot directe bemiddeling moet worden overgegaan. Daartoe heeft hij gemotiveerd aangevoerd dat de situatie in de huidige woning (vierde verdieping zonder lift) door de sterk verslechterde medische situatie van zijn vrouw onhoudbaar is geworden. Verzoeker wil met het verzoek om voorlopige voorziening bereiken dat in afwachting van het besluit op bezwaar het maximaal aantal slaapkamers wordt uitgebreid naar vier en dat het college een besluit neemt waarin staat dat een woningcorporatie verplicht wordt om binnen drie maanden een woning overeenkomstig het zoekprofiel aan hem aan te bieden.
Is er een spoedeisend belang?
5. Een procedure bij de voorzieningenrechter is een spoedprocedure. Een voorlopige voorziening kan alleen worden getroffen als er een spoedeisend belang is, waardoor iemand niet kan wachten op een beslissing op zijn bezwaar- of beroepschrift. De voorzieningenrechter dient eerst te bepalen of er voldoende spoedeisend belang bij de verzochte voorlopige voorziening is, voordat de zaak inhoudelijk kan worden beoordeeld.
6. Verzoeker heeft ter zitting desgevraagd toegelicht dat het spoedeisend belang niet is gelegen in het toevoegen van een extra slaapkamer aan het zoekprofiel. Het verzoek om een voorlopige voorziening is daar dan ook niet op gericht. Het spoedeisend belang is volgens verzoeker wel gelegen in de medische situatie van zijn vrouw. Die is inmiddels dusdanig nijpend geworden dat verzoeker actieve bemiddeling van het college wil. Verzoeker woont namelijk met zijn gezin op de vierde verdieping in een gebouw zonder lift. Zijn vrouw kan erg slecht traplopen en is recent medisch achteruit gegaan. De situatie is inmiddels zodanig urgent dat verhuizing naar een andere, passende woning dringend noodzakelijk is, aldus verzoeker. De voorzieningenrechter ziet in wat verzoeker heeft aangevoerd voldoende grond om het spoedeisend belang aan te nemen en het inhoudelijk te beoordelen.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek af
7. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe hij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.
7.1.
De voorzieningenrechter onderkent dat verzoeker al meer dan tien jaar een urgentieverklaring met als grondslag medische urgentie heeft en dat hij desondanks nog geen andere woning heeft gevonden. Tussen partijen is niet in geschil dat de medische situatie van de vrouw van verzoeker maakt dat verhuizing naar een passende woning overeenkomstig het vastgestelde zoekprofiel is aangewezen. Inmiddels maakt de medische situatie verhuizing dringend noodzakelijk. Ondanks de urgentieverklaring vindt verzoeker al die jaren geen passende woning. Het college vindt deze situatie ook heel vervelend maar ziet niet hoe hij nog meer kan betekenen voor verzoeker dan door de in het besluit vastgestelde uitbreiding van het zoekprofiel. Verzoeker zit in de zogeheten tweede fase van de urgentie waarin hem passende woningen worden aangeboden, waarop hij kan reageren. Het college heeft hierin geen rol (meer). Het college bestrijdt echter niet de stelling van verzoeker dat ondanks het voorgaande hem door de woningcorporaties al jarenlang feitelijk geen enkele passende woning is aangeboden. De voorzieningenrechter ziet echter, net als het college, in de Verordening woonruimtebemiddeling regio Rotterdam 2025 geen grondslag om de actieve bemiddeling waar verzoeker om vraagt toe te kennen. Het is dus in juridische zin niet mogelijk om, zoals gevraagd, aan het college bij wijze van voorlopige voorziening een verplichting op te leggen om in het profiel of in een apart besluit op te nemen dat er actiever bemiddeld moet worden. Verzoeker heeft een urgentieverklaring op medische grondslag en die is ook geschikt voor de situatie van verzoeker. Ook heeft verzoeker een breed zoekprofiel dat is uitgebreid in het bestreden besluit. Ter zitting is besproken dat verzoeker ook akkoord is om in andere wijken te wonen dan waar hij nu met zijn gezin woont. Hierbij heeft eiser de wijken Crooswijk, Kralingen, Centrum en Alexander genoemd. Ook al lijkt dat gezien het profiel (regio Rotterdam) op het eerste gezicht niet noodzakelijk, het college heeft aangegeven dat hij daaraan zeker wil meewerken en zo nodig het zoekprofiel daarop wil aanpassen in het besluit op bezwaar. De oplossing die de gemachtigde van verzoeker ter zitting heeft aangedragen om het college een verplichting op te leggen om actiever te bemiddelen heeft geen juridische basis. Er is geen reden om aan te nemen dat een andere urgentiegrond, zoals uitstroom uit een voorziening, van toepassing is op de situatie van verzoeker waardoor dit volgens verzoeker wel mogelijk zou zijn. In het geval van verzoeker gaat het immers om urgentie wegens medische noodzaak. De voorzieningenrechter zal daarom het verzoek afwijzen.
7.2.
Ten overvloede overweegt de voorzieningenrechter het volgende. De voorzieningenrechter ziet veel zaken die gaan over urgentieverklaringen. Het is hem daarom bekend dat het bezit van een urgentieverklaring in sommige gevallen geen garantie is voor snel succes. Het kan lang duren voordat een urgentieverklaring een oplossing biedt doordat op grond daarvan een passende woning wordt aangeboden. Er zijn nu eenmaal veel meer urgentieverklaringen dan woningen en de woningnood is erg hoog in de regio Rijnmond. De voorzieningenrechter is echter van mening dat het college in het geval van verzoeker meer zou moeten doen. Het is onbegrijpelijk dat verzoeker al meer dan tien jaar een urgentieverklaring op medische grondslag heeft en hem al die tijd geen passende woning is aangeboden door een woningcorporatie, waarbij zijn vrouw geen trappen meer hoeft te lopen. De voorzieningenrechter vraagt het college met klem om zich voor verzoeker in te spannen en de desbetreffende woningcorporaties nog eens aan te schrijven met het verzoek om zo spoedig mogelijk met een oplossing voor deze situatie te komen.

Conclusie en gevolgen

8. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Voor vergoeding van het griffierecht of een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
9. Partijen zijn erop gewezen dat tegen deze mondelinge uitspraak geen hoger beroep of verzet openstaat.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 24 november 2025 door mr. V. van Dorst, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. R. Blokhuis, griffier.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.