Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- verzoekster;
- de heer [persoon A] en mevrouw [persoon B] , beiden werkzaam bij Stichting Hef Wonen (hierna: verweerster);
- mr. L.J. Verheij, advocaat van verweerster.
Rechtbank Rotterdam
Verzoekster heeft een verzoek ingediend op grond van artikel 287b Faillissementswet om een voorlopige voorziening te treffen die verweerster zou verbieden het ontruimingsvonnis van 18 juli 2025 uit te voeren. Verzoekster woont niet op het adres van de ontruiming maar vreest verlies van haar inschrijvingsduur bij Woonnet Rijnmond en kan daardoor geen huisvestingsvergunning aanvragen. Zij heeft een stabiel inkomen als zelfstandige in de zorg en volgt een opleiding.
Verweerster stelt dat de huurovereenkomst is ontbonden wegens onvoldoende financiële waarborg en het ontbreken van een huisvestigingsvergunning, naast een aanzienlijke huurachterstand. Ook is de gebruiksvergoeding over oktober 2025 niet voldaan. Verzoekster heeft geen contact gezocht met verweerster.
De rechtbank oordeelt dat er weliswaar sprake is van een bedreigende situatie door het ontruimingsvonnis en exploot, maar dat het moratorium alleen kan worden toegewezen indien de ontruiming het gevolg is van een huurachterstand. Dit is hier niet het geval omdat de ontbinding ook op andere gronden berust. Bovendien is de lopende huur niet voldaan, wat een vereiste is voor toewijzing. Het verzoek wordt daarom afgewezen en verzoekster wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling. Verzoekster kan later een nieuw verzoek indienen.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening moratorium wordt afgewezen en verzoekster wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling.