Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- verzoeker;
- de heer J.A. van Es en mevrouw D. Rodriguez, beiden werkzaam bij Geldplein (hierna: schuldhulpverlening);
- mevrouw [persoon A] , werkzaam bij Woonstad (hierna: verweerster).
Rechtbank Rotterdam
Verzoeker heeft een voorlopige voorziening ex artikel 287b Faillissementswet gevraagd om uitvoering van het vonnis tot ontruiming van zijn huurwoning op te schorten. Verweerster stelde dat de huurovereenkomst was ontbonden wegens dringend eigen gebruik, waardoor niet voldaan zou zijn aan de voorwaarden voor een moratorium.
De rechtbank oordeelde dat het vonnis van 27 augustus 2025 enkel ontbinding wegens huurachterstand bevatte, niet wegens dringend eigen gebruik. Daarmee is voldaan aan de voorwaarden van artikel 287b, vierde lid, in verbinding met artikel 305, tweede lid, Fw. Er is sprake van een bedreigende situatie door aangekondigde ontruiming.
Verzoeker ontvangt inkomsten uit Participatiewet-uitkering en huurtoeslag, voldoende om de lopende huur te voldoen. Schuldhulpverlening is gestart en budgetbeheer zal vanaf eind november 2025 de betalingen waarborgen. De rechtbank weegt het belang van verzoeker zwaarder dan dat van verweerster en wijst het moratorium toe voor vier maanden, korter dan de gevraagde zes maanden omdat verzoeker slechts één schuldeiser heeft.
Daarnaast verklaart de rechtbank verzoeker niet-ontvankelijk in het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling ex artikel 284, tweede lid, Fw, maar laat ruimte voor een nieuw verzoek later. De tenuitvoerlegging van het vonnis tot ontruiming wordt opgeschort onder de voorwaarde dat de huurtermijnen tijdig worden voldaan.
Uitkomst: Moratorium wordt toegewezen voor vier maanden en tenuitvoerlegging van het vonnis tot ontruiming wordt opgeschort.