ECLI:NL:RBROT:2025:14155

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
30 oktober 2025
Publicatiedatum
4 december 2025
Zaaknummer
FT RK 25/714
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing van de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp) aan de heer [verzoeker] met afwijzing van eerdere ingangsdatum

Op 30 oktober 2025 heeft de Rechtbank Rotterdam uitspraak gedaan in de zaak van de heer [verzoeker], die zich in een problematische schuldensituatie bevindt. De heer [verzoeker] heeft verzocht om toegelaten te worden tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp) en om de ingangsdatum van deze regeling vast te stellen op 2 oktober 2024. De rechtbank heeft het verzoek tot toelating tot de Wsnp toegewezen, maar het verzoek om een eerdere ingangsdatum afgewezen. De rechtbank oordeelt dat de heer [verzoeker] niet heeft voldaan aan de inspanningsverplichting die vereist is voor een eerdere ingangsdatum, omdat er geen medische stukken zijn overlegd die zijn arbeidsongeschiktheid onderbouwen. De rechtbank heeft vastgesteld dat de heer [verzoeker] in de afgelopen drie jaar niet te goeder trouw is geweest bij het ontstaan van bepaalde schulden, maar heeft besloten om hem toch toe te laten tot de Wsnp op basis van de hardheidsclausule, gezien de relatief lage vorderingen en de verbeterde omstandigheden van de heer [verzoeker]. De rechtbank heeft de looptijd van de Wsnp vastgesteld op achttien maanden, met een ingangsdatum van 30 oktober 2025. De heer [verzoeker] moet zich houden aan verschillende verplichtingen tijdens de looptijd van de regeling, waaronder het niet maken van nieuwe schulden en het voldoen aan de informatieverplichting. De rechtbank heeft ook een bewindvoerder benoemd en de rechter-commissaris aangesteld om toezicht te houden op de bewindvoerder. De beslissing is openbaar uitgesproken en er is een mogelijkheid tot hoger beroep binnen acht dagen na de uitspraak.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie
[insolventienummer]
vonnis van:
30 oktober 2025
op het verzoek van:
[verzoeker],
wonende te [adres] ,
[postcode] [plaats] .
Waar deze zaak over gaat
De heer [verzoeker] bevindt zich in een problematische schuldensituatie. Om tot een oplossing voor zijn schulden te komen heeft de heer de heer [verzoeker] een verzoek gedaan te worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp). Dit verzoek wordt toegewezen. Daarnaast verzoekt de heer [verzoeker] om de ingangsdatum van de Wsnp vast te stellen op
2 oktober 2024. Dit verzoek wordt afgewezen.
De rechtbank legt hierna uit waarom zij zo beslist.

1.De procedure

1.1.
De heer [verzoeker] heeft een verzoek ingediend om te worden toegelaten tot de Wsnp en om een eerdere ingangsdatum te bepalen.
1.2.
Het verzoek is behandeld op de zitting van 16 oktober 2025. Op de zitting zijn verschenen en gehoord:
- de heer A. [verzoeker] , verzoeker,
- mevrouw L. Kleijn, schuldhulpverlener werkzaam hij Geldplein,
- mevrouw E. Frans, beschermingsbewindvoerder.
1.3.
Bij e-mailbericht van 16 oktober 2025 heeft de beschermingsbewindvoerder een schermafbeelding van het UWV d.d. 8 december 2023 toegestuurd met als titel “Uitschrijving als werkzoekende bij het UWV”.

2.De beoordeling

De toelating
2.1.
De heer [verzoeker] kan worden toegelaten tot de Wsnp als hij zich in een problematische schuldensituatie bevindt en hij te goeder trouw was bij het ontstaan en onbetaald laten van zijn schulden. De rechtbank kijkt daarbij vooral naar de afgelopen drie jaar. Ook moet de verwachting bestaan dat de heer [verzoeker] aan de verplichtingen van de Wsnp zal voldoen.
2.2.
De schulden aan Texaco v.o.f. en Total Gas & Power Nederland die binnen de driejaarstermijn vallen, zijn niet te goeder trouw ontstaan. Deze schulden zijn ontstaan doordat de heer [verzoeker] heeft getankt zonder te betalen. Deze schulden staan in beginsel in de weg aan toewijzing van het Wsnp-verzoek.
2.3.
In dit geval ziet de rechtbank echter aanleiding om de heer [verzoeker] toch toe te laten tot de Wsnp (met toepassing van de hardheidsclausule). Het gaat om relatief lage vorderingen en gebleken is dat de heer [verzoeker] de omstandigheden die hebben geleid tot het laten ontstaan van deze schulden onder controle heeft gekregen. Ter zitting heeft de heer [verzoeker] toegelicht dat hij destijds een huisgenoot had die zijn auto wel eens leende. Waarschijnlijk zijn toen de vorderingen aan Texaco en Total Gas & Power ontstaan.
Inmiddels is er veel in de situatie van de heer [verzoeker] veranderd. De heer [verzoeker] heeft nog steeds een auto, maar deze heeft hij nodig om zijn kinderen te kunnen zien. De laatste bekeuring dateert van circa twee jaar geleden. De heer [verzoeker] heeft voldoende inkomsten om te kunnen tanken en hij is zich ervan bewust dat hij geen nieuwe schulden mag laten ontstaan.
2.4.
Daarnaast is er bij de rechtbank voldoende vertrouwen dat de heer [verzoeker] zich zal houden aan de verplichtingen van de Wsnp.
2.5.
De heer [verzoeker] wordt daarom toegelaten tot de Wsnp.
Bevoegdheid
2.6.
De rechtbank is, gelet op het bepaalde in artikel 3 lid 1 Verordening (EU) 2015/848 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie, bevoegd deze insolventieprocedure als hoofdprocedure te openen nu het centrum van voornaamste belangen van de heer [verzoeker] in Nederland ligt.
Duur
2.7.
De rechtbank stelt de termijn van de Wsnp-regeling ex artikel 349a Fw (hierna: looptijd) op 18 maanden.
De ingangsdatum
2.8.
De Faillissementswet (hierna: Fw) bepaalt dat de looptijd in beginsel ingaat op de dag van dit vonnis, tenzij er aanleiding is de looptijd eerder te laten ingaan.
2.9.
Een eerdere ingangsdatum kan worden bepaald als vanaf die eerdere datum de verplichtingen die volgen uit het voorafgaande schuldhulpverleningstraject zijn nagekomen. Als uitgangspunt geldt daarbij dat de schuldenaar tijdens het minnelijke voortraject maximaal, op basis van de normen die gelden voor berekening van het vrij te laten bedrag (het vtlb), moet aflossen op zijn schulden en dat hij zich moet inspannen om zoveel mogelijk baten voor de schuldeisers te verwerven. Die inspanningsplicht houdt in beginsel in dat er bij arbeidsgeschiktheid fulltime gewerkt moet worden of er moet aantoonbaar worden gesolliciteerd naar een fulltime baan.
2.10.
De rechtbank kan niet vaststellen dat aan de vereiste verplichtingen is voldaan. Dat de heer [verzoeker] in de periode van het schuldhulpverleningstraject aan de inspanningsverplichting heeft voldaan, is onvoldoende gebleken. De heer [verzoeker] genoot aanvankelijk een Ziektewetuitkering en met ingang van juli 2025 geniet hij een WIA-uitkering. Medische stukken of een besluit tot (gedeeltelijke) vrijstelling van de sollicitatieverplichting zijn niet overlegd, ook niet nadat (de beschermingsbewindvoerder van) de heer [verzoeker] door rechtbank in de gelegenheid is gesteld deze stukken na afloop van de zitting alsnog toe te zenden. Uit de stukken die door de beschermingsbewindvoerder zijn toegezonden is de mate van arbeidsongeschiktheid niet gebleken.
2.11.
De rechtbank komt daarom tot de conclusie dat geen eerdere ingangsdatum kan
worden bepaald.

3.De (controle van) verplichtingen in de Wsnp

3.1.
De verplichtingen waaraan de heer [verzoeker] tijdens de looptijd (ex artikel 349a Fw) van de Wsnp moet voldoen zijn: de informatieverplichting, de inspanningsverplichting, de verplichting geen nieuwe schulden te maken, de verplichting om schuldeisers niet te benadelen en de afdrachtverplichting (van inkomen boven het vtlb en van goederen die in de boedel vallen).
3.2.
Er wordt een bewindvoerder benoemd. Deze bewindvoerder controleert in de eerste plaats of de heer [verzoeker] de verplichtingen van de Wsnp nakomt.
3.5.
De taak van de bewindvoerder is in de tweede plaats om de zogenaamde boedel van de schuldenaar te beheren en te vereffenen (artikel 316 Fw). De boedel omvat alle bezittingen die de heer [verzoeker] nu heeft en wat hij tijdens de toepassing van de regeling verkrijgt (artikel 295 Fw). De heer [verzoeker] heeft de verplichting om tot de boedel behorende bezittingen aan de bewindvoerder af te staan (artikel 296 Fw). De bewindvoerder zal de opbrengsten hiervan verdelen onder de schuldeisers.
3.6.
Er wordt ook een rechter-commissaris benoemd. De taak van de rechter-commissaris is om toezicht te houden op de bewindvoerder.
3.7.
De eerste 13 maanden van het traject geldt in beginsel een postblokkade. Dat betekent dat in die periode alle post naar de bewindvoerder gaat. De bewindvoerder stuurt de post na controle door aan de heer [verzoeker] .
3.8.
Als de heer [verzoeker] zich tijdens het Wsnp-traject houdt aan alle verplichtingen van de Wsnp eindigt het traject met de zogenoemde “schone lei”. Dit betekent dat schuldeisers hun vorderingen ten aanzien waarvan de Wsnp werkt niet meer op de heer [verzoeker] kunnen verhalen. De “schone lei” geldt vanaf het moment dat de bewindvoerder klaar is met zijn afwikkeltaak. Dat is als de slotuitdelingslijst verbindend is geworden (het formele einde).

4.De beslissing

De rechtbank:
- spreekt de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:
[verzoeker],
geboren op [geboortedatum] -1976 te [geboorteplaats] ,
wonende te [adres] , [postcode] [plaats] ;
- benoemt tot rechter-commissaris mr. J.T.P. Pot
en tot bewindvoerder N. Pavljasevic,
gevestigd te Postbus 136,
2990 AC Barendrecht;
  • stelt de ingangsdatum van de schuldsaneringsregeling vast op 30 oktober 2025 en de duur op achttien maanden, en bepaalt de einddatum van de looptijd daarmee op
  • bepaalt dat er na de einddatum van de looptijd een medewerkingsplicht en een informatieplicht geldt tot het verbindend worden van de slotuitdelingslijst;
- draagt de bewindvoerder op de post van de heer [verzoeker] in te zien;
- bepaalt dat de bewindvoerder een voorschot op de vergoeding mag nemen volgens het Besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering. Dit kan alleen voor zover de boedel toereikend is.
Dit is de beslissing van mr. J.T.P. Pot, rechter, in samenwerking met A. Vervoorn, griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op 30 oktober 2025. [1]