De rechtbank Rotterdam behandelde op 7 november 2025 het verzoek van verzoeker om toegelaten te worden tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp) vanwege een problematische schuldensituatie. Verzoeker voldeed aan de voorwaarden, waaronder het te goeder trouw zijn bij het ontstaan van de schulden en de verwachting dat hij aan de verplichtingen van de Wsnp zou voldoen.
De rechtbank stelde vast dat het centrum van voornaamste belangen van verzoeker in Nederland ligt, waardoor zij bevoegd is de insolventieprocedure te openen als hoofdprocedure. De looptijd van de regeling werd vastgesteld op 18 maanden, ingaand op de datum van het vonnis, 14 november 2025, omdat verzoeker niet had verzocht om een eerdere ingangsdatum en niet was gebleken dat aan de vereiste verplichtingen van het voorafgaande schuldhulpverleningstraject was voldaan.
Tijdens de Wsnp moet verzoeker voldoen aan diverse verplichtingen, zoals het afdragen van inkomen boven het vrij te laten bedrag, het niet maken van nieuwe schulden en het niet benadelen van schuldeisers. Een bewindvoerder wordt benoemd om toezicht te houden op de naleving van deze verplichtingen en het beheer van de boedel. Tevens wordt een rechter-commissaris benoemd voor toezicht op de bewindvoerder.
Indien verzoeker zich aan alle verplichtingen houdt, eindigt het traject met een 'schone lei', waardoor schuldeisers hun vorderingen niet meer kunnen verhalen. De rechtbank bepaalde tevens dat de bewindvoerder een voorschot op zijn vergoeding mag nemen, mits de boedel toereikend is. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open binnen acht dagen na de uitspraak.