Eiser kocht in augustus 2023 meubels bij gedaagde, die niet aan de overeenkomst voldeden vanwege gebreken zoals doorgezakte bank en loslatende bekleding. Eiser klaagde binnen een week na levering, maar gedaagde herstelde of verving de meubels niet binnen een redelijke termijn.
Gedaagde betwistte de koopovereenkomst en stelde dat de broer van gedaagde de overeenkomst had gesloten, maar de rechtbank oordeelde dat gedaagde partij is bij de overeenkomst omdat hij als eigenaar van de winkel stond ingeschreven en zijn gegevens op de afleverbon stonden.
De rechtbank stelde vast dat de meubels niet aan de overeenkomst voldeden, dat de ontbinding van de koopovereenkomst buitengerechtelijk op 15 oktober 2024 plaatsvond, en dat gedaagde tekort is geschoten in zijn verplichtingen. Daarom werd gedaagde veroordeeld tot terugbetaling van de koopprijs van €3.650,00 met rente vanaf de ontbinding, betaling van €490,00 incassokosten en de proceskosten van €838,05. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.