ECLI:NL:RBROT:2025:14237

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
28 november 2025
Publicatiedatum
5 december 2025
Zaaknummer
11529387 CV EXPL 25-2479
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • M.E. Vos
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering tot nakoming van een winstverdelingsafspraak in een nalatenschapskwestie

In deze zaak heeft de kantonrechter van de Rechtbank Rotterdam op 28 november 2025 uitspraak gedaan in een geschil tussen [eiseres] en [gedaagde] over een winstverdelingsafspraak die voortvloeit uit een intentieovereenkomst tussen [persoon A] en [gedaagde]. De vordering van [eiseres] betreft een bedrag van € 12.535,69, dat zij op basis van deze afspraak van [gedaagde] vordert. De kantonrechter heeft geoordeeld dat de winstverdelingsafspraak nietig is, omdat deze in strijd is met de goede zeden en daarmee niet rechtsgeldig kan zijn. De afspraak had als doel om de nalatenschap te benadelen, wat in strijd is met de belangen van de erfgenamen en schuldeisers van de nalatenschap. De kantonrechter heeft het bevoegdheidsverweer van [gedaagde] verworpen, omdat hij dit te laat had opgeworpen. De vordering van [eiseres] is afgewezen, en zij is veroordeeld in de proceskosten van [gedaagde]. De proceskosten zijn begroot op € 947,-, en de wettelijke rente over deze kosten is toegewezen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitspraak

RECHTBANKROTTERDAM
locatie Rotterdam
Zaaknummer: 11529387 CV EXPL 25-2479
datum uitspraak: 28 november 2025
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
[eiseres],
vestigingsplaats: [vestigingsplaats] ,
eiseres,
gemachtigde: [naam gemachtigde] ,
tegen
[gedaagde],
woonplaats: [woonplaats] , gemeente [gemeente] ,
gedaagde,
gemachtigde: mr. L.A. Jansen.
De partijen worden hierna ‘ [eiseres] ’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 20 januari 2025, met bijlagen;
- de conclusie van antwoord, met bijlagen;
- de aanvullende bijlagen van [eiseres] .
1.2.
Op 30 oktober 2025 is de zaak tijdens een zitting met partijen en hun gemachtigden besproken.

2.De beoordeling

Waar gaat deze zaak over
2.1.
De heer [persoon A] (‘ [persoon A] ’) en [gedaagde] hebben in 2021 een intentieovereenkomst gesloten die zag op de mogelijke aankoop door [gedaagde] van een woning. [gedaagde] woonde al in deze woning op grond van een huurovereenkomst met de ouders van [persoon A] . Na het overlijden van de ouders van [persoon A] viel de woning in de nalatenschap van de vader van [persoon A] . [persoon A] is één van de erfgenamen in deze nalatenschap. Voor de verdeling van de nalatenschap is een vereffenaar benoemd.
2.2.
[persoon A] en [gedaagde] hebben in de intentieovereenkomst afgesproken dat (i) [persoon A] zich ervoor zou inspannen dat [gedaagde] overeenstemming zou bereiken met de vereffenaar over de aankoop van de woning voor een bedrag van € 255.000 en (ii) [gedaagde] en [persoon A] het voordeel dat [gedaagde] daarmee behaalde zouden delen. [gedaagde] heeft geen overeenstemming met de vereffenaar bereikt.
2.3.
[gedaagde] heeft de woning uiteindelijk gekocht op een executieveiling voor een bedrag van € 275.000,-. Die executieveiling was georganiseerd door de bank die een hypotheekrecht op de woning had, nadat deze het in de hypotheekakte opgenomen huurbeding tegen [gedaagde] had ingeroepen.
2.4.
[eiseres] vordert in deze procedure een bedrag van € 12.535,69 van [gedaagde] op grond van de winstverdelingsafspraak die [persoon A] en [gedaagde] hebben gemaakt. Deze winstverdelingsafspraak volgt oorspronkelijk uit de intentieovereenkomst, maar is daarna mondeling door partijen gewijzigd. De uit deze winstverdelingsafspraak voortvloeiende vordering heeft [persoon A] overgedragen aan [eiseres] .
2.5.
[gedaagde] is het niet eens met de vordering. [gedaagde] betwist niet dat hij de winstverdelingsafspraak heeft gemaakt, maar voert aan dat deze een ongeoorloofde strekking heeft en dus niet rechtsgeldig is. Ook is volgens [gedaagde] niet voldaan aan de voorwaarden voor het intreden van de winstverdelingsafspraak. Ten slotte betwist [gedaagde] dat [persoon A] de vordering rechtsgeldig heeft overgedragen aan [eiseres] .
2.6.
De kantonrechter wijst de vordering van [eiseres] af. Hieronder wordt dit uitgelegd.
De kantonrechter is bevoegd
2.7.
Ter zitting heeft [gedaagde] aangevoerd dat de kantonrechter van de rechtbank Rotterdam, locatie Rotterdam niet bevoegd is, omdat [gedaagde] op grond van het zaakverdelingsreglement had moeten worden gedagvaard voor de kantonrechter in Dordrecht. De kantonrechter verwerpt dit betoog.
2.8.
[gedaagde] had de onbevoegdheid van de kantonrechter uiterlijk aan de orde moeten stellen in zijn conclusie van antwoord (artikel 128 lid 3 Rv). [gedaagde] heeft het bevoegdheidsverweer dus te laat opgeworpen door dit pas op de zitting te doen.
2.9.
Ook los daarvan gaat het bevoegdheidsverweer niet op. [gedaagde] woont in de gemeente Hoeksche Waard. Dit betekent dat de Rechtbank Rotterdam op grond van artikel 99 Rv bevoegd is in deze zaak. Zowel locatie Dordrecht als locatie Rotterdam behoren tot de Rechtbank Rotterdam. Dat het zaakverdelingsreglement in dit geval verwijst naar locatie Dordrecht, maakt de kantonrechter van locatie Rotterdam niet onbevoegd.
De winstverdelingsafspraak is nietig
2.10.
De kantonrechter is van oordeel dat de winstverdelingsafspraak in strijd is met de goede zeden. Dit betekent dat de winstverdelingsafspraak nietig is op grond van artikel 3:40 lid 1 BW.
2.11.
[persoon A] heeft ter zitting toegelicht dat het doel van de winstverdelingsafspraak was dat [persoon A] [gedaagde] zou helpen de woning voor een zo laag mogelijk bedrag te kopen en dat het voordeel dat [gedaagde] daarmee verkreeg zou worden verdeeld. Dat voordeel zou worden begroot op het verschil tussen de prijs waarvoor [gedaagde] de woning zou verkrijgen en de getaxeerde waarde van de woning van € 319.000.
2.12.
De kantonrechter is van oordeel dat deze afspraak de strekking heeft om de nalatenschap te benadelen. De erfgenamen en/of schuldeisers van de nalatenschap hebben immers baat bij een zo hoog mogelijke opbrengst van de woning. Het bedrag dat [gedaagde] bereid was voor de woning te betalen, zou daarom volledig ten goede moeten komen aan de nalatenschap en niet voor een deel aan [persoon A] .
2.13.
Ook overweging vi) uit de intentieovereenkomst wijst er op dat de winstverdelingsafspraak de strekking had om de nalatenschap te benadelen. Die overweging bepaalt namelijk dat “
alles wat tussen [persoon A] en [gedaagde] m.b.t. vererving nalatenschap en [adres] is gecommuniceerd(…)
discreet gehouden[dient]
te worden.”
2.14.
Het betoog van [persoon A] dat de nalatenschap negatief was maakt dit niet anders. Ook dan is het belangrijk dat een zo hoog mogelijke opbrengst wordt verkregen voor een goed van de nalatenschap dat wordt verkocht. Ook het betoog dat de executieveiling onder toezicht van een notaris is verlopen en daarbij geen fraude kon worden gepleegd doet hier niet aan af. Voor de vraag of de winstverdelingsafspraak een ongeoorloofde strekking heeft, is namelijk niet relevant of die afspraak ook daadwerkelijk tot benadeling van de boedel heeft geleid. Beslissend is de intentie waarmee de overeenkomst is gesloten. Dat was hier om een deel van de mogelijke opbrengst van de woning niet in de nalatenschap te laten vloeien, maar te verdelen tussen [gedaagde] en [persoon A] .
De kantonrechter wijst de vordering van [eiseres] af
2.15.
[eiseres] heeft op de zitting aangegeven dat haar vordering volledig is gegrond op de winstverdelingsafspraak. Omdat de winstverdelingsafspraak nietig is kan [eiseres] deze afspraak echter niet ten grondslag leggen aan een vordering op [gedaagde] . De kantonrechter wijst de vordering van [eiseres] daarom af. Het kan dus in het midden blijven of is voldaan aan de voorwaarden voor het intreden van de winstverdelingsafspraak en of de vordering die uit de winstverdelingsafspraak zou voortvloeien is overdragen aan [eiseres] .
[eiseres] moet de proceskosten betalen
2.16.
[eiseres] krijgt ongelijk en moet daarom de proceskosten betalen (art. 237 Rv). De kantonrechter begroot de kosten die [eiseres] aan [gedaagde] moet betalen op € 812,- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten x € 406,-) en € 135,- aan nakosten. Dat is in totaal € 947,-. Hier kan nog een bedrag bijkomen als dit vonnis wordt betekend.
2.17.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
De proceskostenveroordeling is uitvoerbaar bij voorraad
2.18.
Dit vonnis wordt wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat [gedaagde] dat eist en [eiseres] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (art. 233 Rv). Dit betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als een van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.

3.De beslissing

De kantonrechter
3.1.
wijst de vordering van [eiseres] af,
3.2.
veroordeelt [eiseres] in de proceskosten, die aan de kant van [gedaagde] worden begroot op € 947,-,
3.3.
veroordeelt [eiseres] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten vanaf de vijftiende dag na de datum van dit vonnis tot de dag dat volledig is betaald,
3.4.
verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.E. Vos en in het openbaar uitgesproken op 28 november 2025.
66727