ECLI:NL:RBROT:2025:14241

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
14 november 2025
Publicatiedatum
5 december 2025
Zaaknummer
11623337 CV EXPL 25-8106
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:96 BWArt. 23.2 algemene huurvoorwaardenArt. 233 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vonnis over huurachterstand, verrekening waarborgsom en incassokosten bij bedrijfsruimtehuur

De zaak betreft een verzetprocedure tegen een verstekvonnis waarin gedaagde was veroordeeld tot betaling van achterstallige huur, boeterente en incassokosten voor een gehuurde bedrijfsruimte. Gedaagde betwistte de hoogte van de huurachterstand en stelde dat de waarborgsom verrekend moest worden met de achterstand.

De kantonrechter vernietigde het verstekvonnis en oordeelde dat de huurachterstand zes maanden bedroeg, maar dat de waarborgsom van 3.600 euro op dit bedrag in mindering moest worden gebracht, waardoor een resterende huurachterstand van 4.230 euro resteert. De gevorderde boete van 300 euro werd toegewezen op grond van de algemene huurvoorwaarden.

Daarnaast werden buitengerechtelijke incassokosten van 866,66 euro toegewezen omdat deze kosten voorafgaand aan de procedure buitengerechtelijk waren gemaakt. Gedaagde werd veroordeeld in de proceskosten, begroot op 1.198,47 euro. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat het direct kan worden uitgevoerd ondanks eventueel hoger beroep.

Hoewel gedaagde formeel deels gelijk kreeg, leidt de verrekening van de waarborgsom ertoe dat de uitkomst feitelijk gelijk blijft aan het verstekvonnis.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van huurachterstand, boete, incassokosten en proceskosten, met verrekening van de waarborgsom.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 11623337 CV EXPL 25-8106
datum uitspraak: 14 november 2025
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
[eiser],
woonplaats: Best,
eiser in conventie,
gedaagde in voorwaardelijk reconventie,
gemachtigde: mr. M.P.A. Roelands,
tegen
[gedaagde],
woonplaats: Waddinxveen,
gedaagde in conventie,
eiser in voorwaardelijk reconventie,
gemachtigde: eerst mr. Y. Moszkowicz, nu zonder gemachtigde.
De partijen worden hierna ‘[eiser]’ en ‘[gedaagde]’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • de dagvaarding van 17 juli 2024, met bijlagen;
  • het verstekvonnis van deze rechtbank van 28 augustus 2024 met zaaknummer 11231666 CV EXPL 24-18569;
  • de verzetdagvaarding van 6 maart 2024, met een voorwaardelijke eis in reconventie, met bijlagen;
  • het antwoord in voorwaardelijke reconventie;
1.2.
Mr. Y. moszkowicz heeft zich bij e-mail van 1 oktober 2025 onttrokken als gemachtigde van [gedaagde]. Er heeft zich nadien geen nieuwe gemachtigde voor [gedaagde] gesteld.
1.3.
Op 16 oktober 2025 is de zaak tijdens een zitting besproken. Daarbij waren [eiser] en zijn gemachtigde aanwezig. [gedaagde] is niet verschenen.

2.De beoordeling

Waar gaat deze zaak over?
2.1.
[gedaagde] huurde de bedrijfsruimte aan de [adres] van [eiser]. Bij verstekvonnis van 28 augustus 2024 heeft de kantonrechter [gedaagde] veroordeeld om € 8.996,66 aan achterstallige huur, boeterente en buitengerechtelijke incassokosten aan [eiser] te betalen. [gedaagde] is verder veroordeeld in de proceskosten.
2.2.
[gedaagde] is het niet eens met het verstekvonnis. [gedaagde] betwist de hoogte van de huurachterstand; volgens [gedaagde] bedraagt de huurachterstand slechts vijf maanden en niet, zoals in het verstekvonnis is toegewezen, zes maanden. Daarnaast moet volgens [gedaagde] de waarborgsom die hij aan [eiser] heeft betaald van € 3.600,00 nog verrekend worden met de huurachterstand. Voor zover de waarborgsom niet verrekend wordt met de huurachterstand, eist [gedaagde] in reconventie dat [eiser] wordt veroordeeld om € 3.600,00 aan hem te betalen.
2.3.
De kantonrechter vernietigt het verstekvonnis. De kantonrechter veroordeelt [gedaagde] om een huurachterstand van € 4.230,00, een boete van € 300,00 en een vergoeding voor de buitengerechtelijke incassokosten van € 866,66 aan [eiser] te betalen. [gedaagde] wordt verder veroordeeld in de proceskosten. Hierna wordt uitgelegd waarom
[gedaagde] moet een huurachterstand van € 4.230,00 aan [eiser] betalen
2.4.
[eiser] heeft onbetwist gesteld dat de huurovereenkomst tussen partijen met wederzijds goedvinden is beëindigd per 31 januari 2024. [gedaagde] is derhalve tot en met 31 januari 2024 huur aan [eiser] verschuldigd. Omdat [gedaagde] sinds augustus 2023 geen huur meer aan [eiser] heeft betaald, is hij in totaal nog zes maanden huur aan [eiser] verschuldigd (augustus 2023 tot en met januari 2024). De huurachterstand bedraagt dus € 7.830,00 (6 maanden x € 1.305,00). De waarborgsom van € 3.600,00 wordt op deze huurachterstand in mindering gebracht. [eiser] erkent namelijk dat [gedaagde] deze waarborgsom aan hem heeft betaald en dat deze waarborgsom nog aan [gedaagde] moet worden terugbetaald.
2.5.
Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, veroordeelt de kantonrechter [gedaagde] om een huurachterstand van € 4.230,00 (€ 7.830,00 - € 3.600,00) aan [eiser] te betalen. Omdat de waarborgsom verrekend wordt met de huurachterstand, komt de kantonrechter niet toe aan de voorwaardelijke eis in reconventie van [gedaagde].
[gedaagde] moet € 300,00 aan boete aan [eiser] betalen
2.6.
De gevorderde boete van € 300,00 wordt toegewezen. [gedaagde] erkent namelijk dat hij de huur niet op tijd heeft betaald. Op grond van artikel 23.2 van de algemene huurvoorwaarden is hij daarom de boete aan [eiser] verschuldigd.
[gedaagde] moet incassokosten van € 866,66 betalen
2.7.
De incassokosten van € 866,66 worden toegewezen, omdat aan alle voorwaarden is voldaan om deze kosten vergoed te krijgen (artikel 6:96 BW Pro). De gemachtigde van [eiser] heeft immers voorafgaand aan deze procedure incassowerkzaamheden verricht, waaronder het versturen van sommaties aan [gedaagde]. Daarbij volgt de kantonrechter [gedaagde] niet in zijn stelling dat de kosten die [eiser] in dit verband heeft gemaakt onder de proceskosten vallen. Het gaat immers om werkzaamheden die de gemachtigde van [eiser] buitengerechtelijk, vóór het starten van deze procedure, heeft verricht.
[gedaagde] moet de proceskosten betalen
2.8.
De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde]. [gedaagde] krijgt weliswaar formeel voor een groot deel gelijk in deze verzetsprocedure, maar omdat [eiser] bij het executeren van het verstekvonnis rekening heeft gehouden met de waarborgsom en deze op het te executeren bedrag in mindering heeft gebracht, leidt deze verzetsprocedure feitelijk niet tot een andere uitkomst.
2.9.
De kantonrechter begroot de kosten die [gedaagde] aan [eiser] moet betalen op € 137,47 aan dagvaardingskosten, € 248,00 aan griffierecht, € 678,00 aan salaris voor de gemachtigde (twee punten x € 339,00) en € 135,00 aan nakosten. Dat is in totaal € 1.198,47. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend. De kantonrechter heeft geen punt toegekend aan de conclusie van antwoord in voorwaardelijke reconventie, omdat de voorwaardelijke eis in reconventie enkel zag op de waarborgsom en [eiser] heeft erkend dat deze verrekend moet worden.
Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad
2.10.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat [eiser] dat eist en [gedaagde] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv Pro). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
vernietigt het op 28 augustus 2024 tussen de partijen gewezen verstekvonnis met zaaknummer 11231666 CV EXPL 24-18569;
3.2.
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen € 5.396,66 aan achterstallige huur, boete en buitengerechtelijke incassokosten;
3.3.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van [eiser] worden begroot op € 1.198,47;
3.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.5.
wijst al het andere af.
Dit vonnis is gewezen door mr. M. Fiege en in het openbaar uitgesproken.
62828