De zaak betreft een verzetprocedure tegen een verstekvonnis waarin gedaagde was veroordeeld tot betaling van achterstallige huur, boeterente en incassokosten voor een gehuurde bedrijfsruimte. Gedaagde betwistte de hoogte van de huurachterstand en stelde dat de waarborgsom verrekend moest worden met de achterstand.
De kantonrechter vernietigde het verstekvonnis en oordeelde dat de huurachterstand zes maanden bedroeg, maar dat de waarborgsom van 3.600 euro op dit bedrag in mindering moest worden gebracht, waardoor een resterende huurachterstand van 4.230 euro resteert. De gevorderde boete van 300 euro werd toegewezen op grond van de algemene huurvoorwaarden.
Daarnaast werden buitengerechtelijke incassokosten van 866,66 euro toegewezen omdat deze kosten voorafgaand aan de procedure buitengerechtelijk waren gemaakt. Gedaagde werd veroordeeld in de proceskosten, begroot op 1.198,47 euro. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat het direct kan worden uitgevoerd ondanks eventueel hoger beroep.
Hoewel gedaagde formeel deels gelijk kreeg, leidt de verrekening van de waarborgsom ertoe dat de uitkomst feitelijk gelijk blijft aan het verstekvonnis.