ECLI:NL:RBROT:2025:14253

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
21 november 2025
Publicatiedatum
5 december 2025
Zaaknummer
11585234 CV EXPL 25-5328
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vordering tot terugbetaling van aankoopbedrag na ontbinding van koopovereenkomst met afwijzing van schadevergoeding en incassokosten

In deze zaak heeft eiser, woonachtig in Rotterdam, vier iPhone-smartphones besteld bij gedaagde, die ook in Rotterdam woont. De totale kosten van de bestelling bedroegen € 3.991,90, welke door eiser zijn voldaan. Echter, na herhaaldelijke verzoeken om levering van de telefoons, heeft gedaagde geen duidelijkheid gegeven. Eiser heeft daarop de bestelling geannuleerd en verzocht om terugbetaling van het aankoopbedrag. Gedaagde heeft dit meerdere keren toegezegd, maar de terugbetaling is tot op heden uitgebleven. Eiser heeft vervolgens een rechtszaak aangespannen om een verklaring voor recht te verkrijgen dat gedaagde wanprestatie heeft gepleegd en om terugbetaling van het aankoopbedrag, inclusief rente en kosten.

Tijdens de zitting heeft gedaagde zijn verweer omtrent de terugbetaling prijsgegeven en erkend dat hij het bedrag moet terugbetalen, maar hij betwistte de bijkomende kosten. Gedaagde heeft in reconventie een schadevergoeding van € 5.000,00 geëist, stellende dat eiser onwelwillend was in het oplossen van het geschil. De kantonrechter heeft geoordeeld dat gedaagde het aankoopbedrag van € 3.991,90 moet terugbetalen aan eiser, maar heeft de vordering tot schadevergoeding in reconventie en de gevorderde verklaring voor recht afgewezen. De kantonrechter oordeelde dat eiser onvoldoende belang had bij de verklaring voor recht, aangezien de terugbetaling al was toegewezen. Ook de incassokosten zijn afgewezen, omdat eiser geen concreet bedrag had gevorderd. De proceskosten zijn voor rekening van gedaagde, die in het grootste deel ongelijk heeft gekregen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 11585234 CV EXPL 25-5328
datum uitspraak: 21 november 2025
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
[eiser],
woonplaats: Rotterdam,
eiser in conventie,
verweerder in reconventie,
gemachtigde: mr. E. Kafa,
tegen
[gedaagde], die handelt onder de naam
[handelsnaam],
woonplaats: Rotterdam,
gedaagde in conventie,
eiser in reconventie,
gemachtigde: mr. E. van Es.
De partijen worden hierna ‘[eiser]’ en ‘[gedaagde]’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • de dagvaarding van 4 maart 2025, met bijlagen;
  • het antwoord met eis in reconventie, met bijlagen;
  • de e-mail van [eiser] van 24 september 2025;
  • het proces-verbaal van de zitting op 24 september 2025;
  • de akte van [eiser] van 10 oktober 2025.
1.2.
Op 24 september 2025 is de zaak tijdens een zitting besproken. Daarbij was [gedaagde] aanwezig, bijgestaan door zijn gemachtigde. [eiser] was niet aanwezig. In een e-mail van 24 september 2025 heeft de gemachtigde van [eiser] uitgelegd dat hij wel in de rechtbank aanwezig was, maar per abuis is verwezen naar een verkeerde enquêtekamer. De kantonrechter heeft daarom een proces-verbaal opgemaakt van de zitting en [eiser] in de gelegenheid gesteld te reageren op wat [gedaagde] tijdens de zitting heeft verklaard. Vervolgens heeft de kantonrechter vonnis bepaald.
1.3.
Op 27 oktober 2025 heeft [gedaagde] verzocht een aanvullend bericht op te nemen als processtuk. De kantonrechter heeft besloten dit niet te doen, omdat het debat tussen partijen na de akte van [eiser] is beëindigd. Dit bericht wordt dan ook niet meegenomen in de beoordeling.

2.De beoordeling

Wat is de kern?
2.1.
[eiser] heeft op 14 september 2024 bij [gedaagde] vier iPhone-smartphones besteld voor in totaal € 3.991,90. [eiser] heeft dit bedrag betaald. Vanaf 7 oktober 2024 tot en met 20 november 2024 heeft [eiser] verschillende keren aan [gedaagde] gevraagd wanneer de telefoons geleverd zouden worden. [gedaagde] heeft hierop geen duidelijk antwoord gegeven, waarna [eiser] de bestelling heeft geannuleerd en aan [gedaagde] heeft gevraagd om het aankoopbedrag aan hem terug te betalen. [gedaagde] heeft dit meerdere keren toegezegd via WhatsApp en e-mail, maar nog niet gedaan. In deze procedure vordert [eiser] een verklaring voor recht dat [gedaagde] wanprestatie heeft gepleegd jegens [eiser] en terugbetaling van € 3.991,90, met rente en kosten.
2.2.
[gedaagde] heeft tijdens de zitting zijn verweer over de terugbetaling prijsgegeven en heeft erkend dat hij het aankoopbedrag moet terugbetalen aan [eiser]. Hij is het echter niet eens met de bijkomende kosten. Daarnaast vordert [gedaagde] in reconventie een schadevergoeding van € 5.000,00 ter compensatie van zijn buitengerechtelijke kosten en proceskosten. Hij vindt namelijk dat er geen procedure nodig was en dat [eiser] zich onwelwillend opstelde bij het (buitengerechtelijk) oplossen van het geschil.
2.3.
De kantonrechter oordeelt dat [gedaagde] het aankoopbedrag moet terugbetalen aan [eiser]. De buitengerechtelijke kosten worden afgewezen. De vordering in reconventie wordt ook afgewezen. Hieronder wordt uitgelegd waarom.
[gedaagde] moet € 3.991,90 betalen aan [eiser]
2.4.
De kantonrechter oordeelt dat [gedaagde] € 3.991,90 moet betalen aan [eiser]. [gedaagde] heeft tijdens de zitting erkend dat hij dit bedrag moet terugbetalen aan [eiser] nu de koopovereenkomst met goedvinden van beide partijen is beëindigd. [gedaagde] heeft in WhatsApp-gesprekken bevestigd het bedrag aan [eiser] te betalen. Ook heeft [gedaagde] in zijn e-mail van 29 januari 2025 aan [eiser] bevestigd dat de terugbetaling moet worden verwerkt. Tijdens de zitting heeft [gedaagde] verder aangegeven geen annuleringskosten in rekening te brengen. [gedaagde] moet van de kantonrechter het volledige aankoopbedrag dan ook terugbetalen aan [eiser].
2.5.
De kantonrechter wijst de gevorderde verklaring voor recht dat [gedaagde] wanprestatie heeft gepleegd af. De kantonrechter oordeelt dat [eiser] onvoldoende belang heeft bij deze verklaring voor recht, omdat de kantonrechter al heeft geoordeeld dat [gedaagde] de aankoopsom moet terugbetalen aan [eiser]. [eiser] heeft verder ook niet uitgelegd waarom hij naast de vordering tot terugbetaling nog belang heeft bij de verklaring voor recht.
De incassokosten worden afgewezen
2.6.
De incassokosten worden afgewezen, omdat [eiser] zowel in het lichaam van de dagvaarding als in het petitum geen concreet bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten heeft gevorderd. [eiser] heeft alleen ‘de buitengerechtelijke incassokosten’ gevorderd. Dit is onvoldoende. Het had op de weg gelegen van [eiser] om in de dagvaarding concreet te maken welk bedrag hij aan schadevergoeding in de vorm van buitengerechtelijke incassokosten vordert. Nu hij dit niet heeft gedaan, kan de kantonrechter dit niet zelf invullen en zal de vordering dan ook afwijzen.
[gedaagde] moet rente betalen
2.7.
De rente wordt toegewezen, omdat [eiser] genoeg heeft gesteld waaruit volgt dat deze moet worden betaald en [gedaagde] niet heeft betwist dat deze verschuldigd zijn. De rente moet met ingang van de dag van dagvaarding worden betaald, omdat niet is gebleken en ook niet is gesteld dat [gedaagde] op 20 november 2024 in verzuim was met het terugbetalen van het aankoopbedrag. Het enkele terugvragen van een bedrag betekent niet direct dat [gedaagde] in verzuim is.
De door [gedaagde] gevorderde schadevergoeding wordt afgewezen
2.8.
De kantonrechter wijst de schadevergoeding van € 5.000,00 die [gedaagde] in reconventie heeft gevorderd af, omdat hij onvoldoende heeft onderbouwd dat [eiser] misbruik maakt van procesrecht door een procedure op te starten. Het staat partijen vrij om te kiezen buiten de procedure tot een oplossing te komen of de gang naar de rechter te maken. Verder is uit de correspondentie niet gebleken dat [eiser] onwelwillend was tegenover een oplossing. De kantonrechter ziet dan ook geen reden, mede gelet op de overwegingen hiervoor, waarom [gedaagde] een schadevergoeding zou moeten krijgen voor het feit dat hij is gedagvaard en in dit kader kosten moet maken.
[gedaagde] moet de proceskosten betalen
2.9.
De proceskosten komen in conventie en in reconventie voor rekening van [gedaagde], omdat hij voor het grootste deel ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot de kosten die [gedaagde] aan [eiser] moet betalen op € 148,04 aan dagvaardingskosten, € 257,00 aan griffierecht, € 542,00 aan salaris voor de gemachtigde (2 punten x € 271,00) en € 135,00 aan nakosten. In reconventie worden de kosten vastgesteld op nihil. In totaal zijn de proceskosten € 1.082,04. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend. De wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen.
Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad
2.10.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat [eiser] dat eist en [gedaagde] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.

3.De beslissing

De kantonrechter:
in conventie
3.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen € 3.991,90 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over dit bedrag vanaf 4 maart 2025 tot de dag dat volledig is betaald;
3.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van [eiser] worden begroot op € 1.082,04 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over dat bedrag vanaf de vijftiende dag nadat dit vonnis is betekend tot de dag dat volledig is betaald;
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.4.
wijst het meer of anders gevorderde af;
in reconventie
3.5.
wijst de vordering af;
3.6.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van [eiser] worden begroot op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. Th. Veling en in het openbaar uitgesproken.
64363