Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- [naam] namens 3B Wonen, bijgestaan door haar gemachtigde;
- [gedaagde].
Rechtbank Rotterdam
In deze zaak heeft de kantonrechter van de Rechtbank Rotterdam op 25 november 2025 uitspraak gedaan in een kort geding tussen Stichting 3B Wonen en een huurder, aangeduid als [gedaagde]. De huurder had sinds 17 oktober 2023 een tijdelijke huurovereenkomst voor een woning, die op 16 oktober 2025 zou eindigen. Ondanks een eerdere aanzegging door 3B Wonen, weigerde de huurder de woning te verlaten, met als argument dat de huurovereenkomst verlengd zou moeten worden op basis van een toezegging van de huismeester. De kantonrechter oordeelde dat de huurovereenkomst rechtsgeldig was beëindigd en dat de huurder de woning moest ontruimen. De rechter vond het aannemelijk dat in een bodemprocedure de beëindiging van de huurovereenkomst zou worden bevestigd. De kantonrechter stelde ook dat de huurder geen recht had op verlenging van de huurovereenkomst, omdat er geen bewijs was dat de huismeester bevoegd was om een toezegging te doen. De huurder werd veroordeeld tot betaling van een gebruiksvergoeding en de proceskosten. De ontruimingstermijn werd vastgesteld op vier weken na betekening van het vonnis, en het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.