Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- [naam] namens 3B Wonen, bijgestaan door haar gemachtigde;
- [gedaagde].
Rechtbank Rotterdam
De huurder had een tijdelijke huurovereenkomst voor twee jaar met 3B Wonen, die op 16 oktober 2025 eindigde na tijdige aanzegging. Ondanks betalingsachterstanden die inmiddels waren afgelost, weigerde de huurder de woning te verlaten en stelde dat de overeenkomst verlengd moest worden vanwege een toezegging van de huismeester.
De kantonrechter oordeelde dat de huismeester niet bevoegd was om een verlenging toe te zeggen en dat 3B Wonen niet gebonden was aan een dergelijke toezegging. Daarnaast vond de rechter dat het niet verlengen van de huurovereenkomst niet onaanvaardbaar was naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid, ook niet gezien de klachten over gebreken en vermeend ongerechtvaardigd onderscheid tussen huurders.
Het belang van 3B Wonen bij ontruiming woog zwaarder dan het belang van de huurder bij behoud van de woning. De ontruimingstermijn werd vastgesteld op vier weken na betekening van het vonnis, en de huurder werd veroordeeld tot betaling van een gebruiksvergoeding vanaf het einde van de huurovereenkomst tot ontruiming, alsmede de proceskosten.
Uitkomst: De huurder is veroordeeld tot ontruiming van de woning binnen vier weken na betekening en tot betaling van een gebruiksvergoeding vanaf het einde van de huurovereenkomst.