Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De verdere procedure
- de beschikking van deze rechtbank van 23 juli 2025;
- het bericht met bijlagen van de man van 6 augustus 2025;
- het bericht van de vrouw van 20 augustus 2025.
Rechtbank Rotterdam
De rechtbank Rotterdam behandelde een verzoek tot tenuitvoerlegging bij lijfsdwang van een beschikking tot betaling van kinderalimentatie. De man was sinds 2020 niet nagekomen aan zijn alimentatieverplichting, met een achterstand die opliep tot ruim €27.900. De vrouw verzocht om gijzeling van de man tot betaling van dit bedrag.
De rechtbank overwoog dat lijfsdwang een ingrijpend middel is dat slechts kan worden toegepast als ultimum remedium wanneer andere dwangmiddelen onvoldoende zijn gebleken. Het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen en deurwaarders hadden geen resultaat bereikt. De man stelde betalingsonmacht, maar gaf geen volledig inzicht in zijn financiële situatie, vooral vanaf 2023. Hij had ook nagelaten een wijzigingsprocedure te starten.
De rechtbank concludeerde dat de man in 2020-2022 beperkte draagkracht had en daarom lijfsdwang voor die periode te ver zou zijn. Voor de achterstand vanaf 2023 is het nalaten van financiële openheid en wijzigingsverzoek voor zijn rekening. Daarom werd lijfsdwang slechts voor de helft van het bedrag en voor drie maanden toegestaan, met een uitstel van twee maanden om de man de gelegenheid te geven een wijzigingsprocedure te starten. Proceskosten werden ieder voor eigen rekening toegekend.
Uitkomst: Tenuitvoerlegging bij lijfsdwang wordt slechts deels toegestaan voor de helft van het bedrag en met uitstel van twee maanden om een wijzigingsprocedure te starten.