Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Eis officier van justitie
- vrijspraak van het primair ten laste gelegde;
- bewezenverklaring van het impliciet subsidiair ten laste gelegde;
- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 180 dagen met aftrek van voorarrest, waarvan 51 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar en als bijzondere voorwaarden een meldplicht bij de reclassering alsmede deelname aan een CoVa training.
4.Waardering van het bewijs
of omstreeks9 juni 2025 te Rotterdam
)een mes in de rechterzij
en/of het bovenlichaamvan die [slachtoffer]
5.Strafbaarheid feit
6.Strafbaarheid verdachte
7.Motivering straf
8.Vordering benadeelde partij/schadevergoedingsmaatregel
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Bijlagen
11.Beslissing
gevangenisstraf voor de duur van 180 (honderdtachtig) dagen;
51 (eenenvijftig) dagenniet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;
€ 2.569,92 (zegge: tweeduizendvijfhonderdnegenenzestig euro en tweeënnegentig eurocent), bestaande uit € 569,92 aan materiële schade en € 2.000,00 aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente voor de materiële schade vanaf 6 november 2025 en voor de immateriële schade vanaf 9 juni 2025;
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van [slachtoffer] te betalen
€ 2.569,92 (zegge: tweeduizendvijfhonderdnegenenzestig euro en tweeënnegentig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente voor de materiële schade vanaf 6 november 2025 en voor de immateriële schade vanaf 9 juni 2025 tot aan de dag van de algehele voldoening; bepaalt dat indien volledig verhaal van de hoofdsom van € 2.569,92 niet mogelijk blijkt,
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van
35 dagen; de toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;