Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 20 mei 2025, met (aanvullende) bijlagen;
- het antwoord, met bijlagen;
- de akte houdende overlegging productie tevens aanpassing van eis van [eiser], met bijlage.
Rechtbank Rotterdam
De huurovereenkomst tussen verhuurder en huurder voor een appartement is opgezegd door verhuurder wegens dringend eigen gebruik. Verhuurder heeft aannemelijk gemaakt dat hij het appartement voor zijn oude dag nodig heeft, mede doordat hij zijn vorige woonruimte moet verlaten en geen andere woning kan kopen vanwege vruchtgebruik. Huurder betwist het dringend eigen gebruik en houdt een bedrag in op de huur wegens energiecontractproblemen.
De rechtbank oordeelt dat verhuurder voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat er sprake is van dringend eigen gebruik. Verder is vastgesteld dat er in het algemeen passende vervangende woonruimte beschikbaar is voor huurder, die op een wachtlijst staat en actief reageert op aanbiedingen. Bij de belangenafweging weegt het belang van verhuurder om zelf te gaan wonen zwaarder dan het belang van huurder en haar minderjarige zoon om in de woning te blijven, ondanks het belang van het kind volgens het IVRK.
De huurovereenkomst wordt daarom rechtsgeldig beëindigd per 1 september 2025. Huurder moet de woning ontruimen binnen vier maanden na het vonnis. Daarnaast wordt huurder veroordeeld tot terugbetaling van teveel ingehouden energiekosten en het overleggen van ontbrekende eindafrekeningen. De vordering van huurder om verhuurder te verplichten een energiecontract af te sluiten wordt afgewezen. De proceskosten worden aan huurder opgelegd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De huurovereenkomst is rechtsgeldig beëindigd wegens dringend eigen gebruik en huurder is veroordeeld tot ontruiming binnen vier maanden en terugbetaling van teveel ingehouden energiekosten.