Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 20 mei 2025, met (aanvullende) bijlagen;
- het antwoord, met bijlagen;
- de akte houdende overlegging productie tevens aanpassing van eis van [eiser], met bijlage.
Rechtbank Rotterdam
In deze zaak heeft de kantonrechter van de Rechtbank Rotterdam op 4 december 2025 uitspraak gedaan in een huurovereenkomst tussen een particuliere verhuurder en een huurder. De verhuurder, [eiser], heeft de huurovereenkomst opgezegd op grond van dringend eigen gebruik, zoals bedoeld in artikel 7:274 lid 1 sub c BW. De kantonrechter heeft vastgesteld dat de verhuurder aannemelijk heeft gemaakt dat hij de woning dringend nodig heeft voor eigen gebruik, en dat er voldoende passende vervangende woonruimte voor de huurder, [gedaagde], beschikbaar is. De belangenafweging viel in het voordeel van de verhuurder uit, ondanks de aanwezigheid van een minderjarig kind bij de huurder. De kantonrechter heeft de huurovereenkomst per 1 september 2025 beëindigd en de huurder veroordeeld tot ontruiming van de woning binnen vier maanden na de uitspraak. Tevens is de huurder veroordeeld tot betaling van een bedrag van € 5.250,24 aan de verhuurder, alsook tot afgifte van eindafrekeningen van energiekosten. De proceskosten zijn voor rekening van de huurder, die grotendeels ongelijk heeft gekregen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.