ECLI:NL:RBROT:2025:14303

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
19 november 2025
Publicatiedatum
8 december 2025
Zaaknummer
C/10/683165 / HA ZA 24-644
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Geschil over inlening van personeel en betaling van vergoedingen tussen M.V.A. Steigerbouw B.V. en Tecpoint B.V.

In deze zaak heeft de Rechtbank Rotterdam op 19 november 2025 uitspraak gedaan in een geschil tussen M.V.A. Steigerbouw B.V. (hierna: MVA) en Tecpoint B.V. (hierna: Tecpoint) over de inlening van personeel. MVA, eiseres in conventie en verweerder in reconventie, heeft een vordering ingesteld tegen Tecpoint, gedaagde in conventie en eiseres in reconventie, met betrekking tot de betaling van een afgesproken vaste vergoeding per gewerkt uur voor ingeleend personeel. MVA stelt dat Tecpoint gedurende de samenwerking meer heeft gefactureerd dan de overeengekomen vergoeding van € 1,50 per uur. De rechtbank heeft vastgesteld dat MVA op basis van haar analyses kan concluderen dat Tecpoint meer heeft ontvangen dan de afgesproken vergoeding. Tecpoint is in de gelegenheid gesteld om bewijs te leveren voor haar stelling dat het meerdere dat zij heeft ontvangen voortvloeit uit afspraken met de uitlenende partijen. De rechtbank heeft alle overige beslissingen aangehouden in afwachting van deze bewijslevering. De procedure omvatte onder andere een mondelinge behandeling en diverse producties van beide partijen.

Uitspraak

RECHTBANK Rotterdam

Team handel en haven
Zaaknummer: C/10/683165 / HA ZA 24-644
Vonnis van 19 november 2025
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
M.V.A. STEIGERBOUW B.V.,
gevestigd in Rotterdam,
eiseres in conventie,
verweerder in reconventie,
advocaat mr. E. van Meulen te Naarden,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
TECPOINT B.V.,
gevestigd in Ridderkerk,
gedaagde in conventie,
eiseres in reconventie,
advocaat mr. R. Bravenboer te Oud-Beijerland.
Partijen worden hierna MVA en Tecpoint genoemd.

1.De zaak in het kort

Partijen hebben ongeveer negen jaar met elkaar samengewerkt. Tecpoint verzorgde voor MVA de inlening van personeel via onder andere de uitlenende partijen Flexhub B.V. en Samenwerkt Coöperatie U.A. Daarvoor hebben partijen een vaste vergoeding per ingeleende arbeidskracht per gewerkt uur afgesproken. Deze vaste vergoeding voor Tecpoint werd verdisconteerd in het uurtarief van de uitlenende partij. MVA heeft het vermoeden dat Tecpoint jarenlang meer dan de overeengekomen vergoeding in rekening heeft gebracht bij haar. Daarover is een geschil ontstaan. De rechtbank oordeelt dat op basis van de door MVA gemaakte analyses vaststaat dat Flexhub en Samenwerkt meer dan het tussen MVA en Tecpoint afgesproken uurtarief aan Tecpoint heeft betaald. De rechtbank stelt Tecpoint in de gelegenheid om bewijs te leveren van haar stelling dat het meerdere dat Flexhub en Samenwerkt aan Tecpoint hebben betaald voortvloeit uit (prijs)afspraken tussen Tecpoint en Flexhub en Samenwerkt. In afwachting van die bewijslevering houdt de rechtbank alle overige beslissingen aan.

2.De procedure

2.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding van 12 juli 2024, met producties SA 1 tot en met SA 40;
  • de brieven van de rechtbank van 12 november 2024, waarbij partijen zijn opgeroepen voor een mondelinge behandeling;
  • de conclusie van antwoord in conventie tevens houdende eis in reconventie, met producties 1 tot en met 17;
  • de conclusie van antwoord in reconventie;
  • de mondelinge behandeling van 28 maart 2025;
  • de spreekaantekeningen van MVA;
  • de spreekaantekeningen van Tecpoint;
  • de akte overleggen producties SA 41 tot en met SA 48 van MVA;
  • de akte overleggen productie SA 49, tevens akte uitlaten en verandering, vermeerdering van eis in conventie;
  • de antwoordakte van Tecpoint met aanvullende producties 18 tot en met 26; en
  • de antwoordakte van MVA.
2.2.
Partijen hebben tot slot om vonnis gevraagd.

3.De feiten

3.1.
MVA is een vennootschap die zich bezighoudt met verhuur, montage en demontage van steigers ten behoeve van de bouw. [persoon A] is haar enige [naam functie 1] en [naam functie 2] .
3.2.
Tecpoint is een vennootschap die zich bezighoudt met bemiddelen, detacheren en de werving en selectie van arbeidskrachten. Haar [naam functies] zijn de heer [persoon B] en, indirect via [holding C] ., de heer [persoon C] .
3.3.
Vanaf 2015 tot begin 2024 hebben MVA en Tecpoint samengewerkt. Tecpoint verzorgde voor MVA het inlenen van personeel via onder andere Flexhub B.V. (hierna: Flexhub) en Samenwerkt U.A. (hierna: Samenwerkt). Tecpoint was voor MVA het aanspreekpunt voor wat inlening en verloning betreft.
3.4.
Tussen MVA en Tecpoint is voor de dienstverlening van Tecpoint een vaste vergoeding afgesproken per ingeleende arbeidskracht per gewerkt uur.
3.5.
De samenwerking tussen MVA en Tecpoint werkte als volgt:
( i) MVA leverde de gegevens van een arbeidskracht aan bij Tecpoint met daarbij wat de arbeidskracht zou moeten gaan verdienen;
( ii) Tecpoint zorgde ervoor dat de arbeidskracht op de loonlijst van Samenwerkt en/of Flexhub werd geplaatst, zodat de arbeidskracht vervolgens door Flexhub of Samenwerkt aan MVA kon worden uitgeleend;
( iii) MVA stuurde de gewerkte uren per arbeidskracht aan Tecpoint;
( iv) De gewerkte uren werden vervolgens door Flexhub en Samenwerkt in rekening gebracht aan MVA. MVA betaalde rechtstreeks aan Flexhub dan wel Samenwerkt, waarna die twee partijen weer afrekenden met Tecpoint.
3.6.
MVA ontving geen facturen van Tecpoint waarop de vaste vergoeding per arbeidskracht per gewerkt uur in rekening is gebracht. De vergoeding die Tecpoint toekwam voor de bemiddeling was verdisconteerd in het uurtarief van de uitlenende partij (dus Flexhub en Samenwerkt). De uitlenende partij rekende vervolgens af met Tecpoint middels een margefactuur. De marge/vergoeding van Tecpoint bestaat uit het bedrag dat de uitlenende partijen Flexhub en Samenwerkt in rekening brengen bij de inlenende partij MVA minus de kostprijs van de uitlenende partij.
3.7.
MVA en 123 Recruiters waren in gesprek met Tecpoint over een mogelijke samenwerking op het gebied van detachering. In dat kader heeft MVA stukken bestudeerd en is bij MVA het vermoeden ontstaan dat Tecpoint gedurende de samenwerking meer dan de overeengekomen vaste vergoeding in rekening heeft gebracht bij haar.
3.8.
De [naam functie 2] en [naam functie 1] van [bedrijf D] is [persoon D] .
3.9.
In februari 2024 hebben MVA en [bedrijf D] van Tecpoint gevraagd om margefacturen over te leggen om te laten zien dat Tecpoint zich wel aan de gemaakte afspraak van de vaste vergoeding zou hebben gehouden. Tecpoint heeft destijds geweigerd deze margefacturen te laten zien.
3.10.
Sinds januari 2024 voldoet MVA niet meer aan haar betalingsverplichtingen jegens Tecpoint en Flexhub, aangezien MVA meent nog een vordering te hebben op Tecpoint.

4.Het geschil in conventie

4.1.
MVA vordert samengevat dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
I. voor recht verklaart dat (i) Tecpoint jegens MVA toerekenbaar tekort is geschoten, dan wel (ii) dat Tecpoint jegens MVA onrechtmatig heeft
gehandeld, dan wel (iii) dat Tecpoint ongerechtvaardigd is verrijkt ten koste van MVA, en uit dien hoofde schadeplichtig is jegens MVA;
II. Tecpoint veroordeelt tot betaling aan MVA van een schadevergoeding en dat de omvang van deze schade nader wordt bepaald door een deskundige, dan wel dat deze schadevergoeding nader opgemaakt dient te worden bij staat, in alle gevallen te vermeerderen met de wettelijke (handels)rente;
III. Tecpoint veroordeelt om binnen twee dagen na betekening van dit vonnis aan MVA te betalen een voorschot op de schadevergoeding ter hoogte van € 100.000,00, althans een bedrag door uw rechtbank te bepalen;
IV. Tecpoint veroordeelt tot betaling aan MVA van de werkelijke proceskosten, onder de bepaling dat MVA in de gelegenheid wordt gesteld om deze kosten bij akte te specificeren, dan wel onder de bepaling dat deze schadevergoeding opgemaakt dient te worden bij staat, op grond van misbruik van procesrecht dan wel op grond van onrechtmatig handelen, dan wel Tecpoint subsidiair te veroordelen in de kosten van de procedure, in alle gevallen te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf zeven dagen na betekening van dit vonnis.
4.2.
Tecpoint voert verweer en concludeert tot afwijzing van het gevorderde met veroordeling, uitvoerbaar bij voorraad, van MVA in de proceskosten (inclusief de nakosten).
4.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

5.Het geschil in reconventie

5.1.
Tecpoint vordert dat de rechtbank bij vonnis voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
A. MVA terzake de onbetaald gelaten facturen veroordeelt tot betaling aan Tecpoint van een bedrag van:
1. € 47.313,24 terzake de hoofdsom;
2. € 4.301,08 terzake de wettelijke handelsrente tot 30 oktober 2024, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente over € 47.313,24 vanaf 30 oktober 2024, tot aan de dag der algehele voldoening;
3. € 1.248,13 aan buitengerechtelijke incassokosten;
MVA terzake de achterstallige vergoedingen veroordeelt tot betaling van een bedrag
van € 81.346,25 terzake de hoofdsom, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente over € 81.346,25 vanaf 14 dagen na het in deze te wijzen vonnis, dan wel na het verstrijken van een door uw rechtbank in goede justitie te bepalen andere betalingstermijn, tot aan de dag van algehele voldoening;
MVA en haar bestuurder (s) verbiedt om zich publiekelijk, op enige wijze grievend,
beledigend of op een andere wijze negatief uit te laten over Tecpoint en haar bestuurders [persoon C] en [persoon B] of door enig andere feitelijke gedraging de reputatie van Tecpoint en haar bestuurders [persoon C] en [persoon B] aan te tasten;
MVA en haar bestuurder(s) te verbieden om derden aan te zetten tot het zich publiekelijk, op enige wijze grievend, beledigend of op een andere wijze negatief uitlaten over Tecpoint en haar bestuurders [persoon C] en [persoon B] of door enig andere feitelijke gedraging de reputatie van Tecpoint en haar bestuurders [persoon C] en [persoon B] aan te tasten;
MVA veroordeelt tot betaling van een dwangsom van € 10.000,00 per keer dat zij en haar bestuurder(s) geheel of gedeeltelijk in gebreke blijven te voldoen aan de gevorderde veroordelingen onder C en D, te vermeerderen met een bedrag van € 1.000,00 per dag dat de overtreding voortduurt althans die overtreding niet schriftelijk is gerectificeerd, althans door de rechtbank in goede justitie te bepalen bedragen;
MVA veroordeelt tot betaling van de kosten van het geding, waaronder begrepen het salaris van de advocaat van Tecpoint, te voldoen binnen 14 dagen na dagtekening van het vonnis, te vermeerderen met de wettelijke rente over de kosten van het geding indien voldoening van de proceskosten niet binnen de voornoemde termijn plaatsvindt;
MVA veroordeelt tot betaling van de nakosten conform het liquidatietarief van € 173,00, te vermeerderen met de betekeningskosten en de wettelijke rente over de totale nakosten indien MVA niet binnen 14 dagen na dagtekening van het vonnis vrijwillig aan de inhoud hiervan heeft voldaan.
5.2.
MVA voert verweer en concludeert tot afwijzing van het gevorderde, met veroordeling van Tecpoint in de kosten van het geding in reconventie.
5.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

6.De beoordeling

6.1.
Hoewel de vorderingen in conventie en in reconventie met elkaar samenhangen, zal de rechtbank, voor de overzichtelijkheid, eerst de vorderingen in conventie en daarna de vorderingen in reconventie beoordelen.
in conventie
Partijen zijn een vaste vergoeding van € 1,50 overeengekomen
6.2.
MVA legt aan haar vorderingen ten grondslag dat partijen een vaste vergoeding van € 1,50 per arbeidskracht per uur zijn overeengekomen. MVA heeft, vóór ontvangst van de margefacturen van Tecpoint, steekproefsgewijs berekeningen gemaakt met de uurlonen en de haar bekende omrekenfactoren. Uit deze berekeningen bleken voor haar onverklaarbare significante verschillen. Na ontvangst van de margefacturen na de mondelinge behandeling, heeft MVA wederom steekproefsgewijs berekeningen uitgevoerd, waaruit volgens haar ook blijkt dat zij meer dan de afgesproken vergoeding van € 1,50 aan Tecpoint heeft betaald. MVA stelt dat Tecpoint, door gedurende de gehele samenwerking meer dan de vaste vergoeding van € 1,50 in rekening te brengen, toerekenbaar tekort is geschoten, althans onrechtmatig heeft gehandeld, of ongerechtvaardigd is verrijkt ten koste van MVA.
6.3.
Tecpoint betwist allereerst dat steeds een tarief van € 1,50 gold. Tecpoint stelt dat tussen partijen een vast tarief van € 1,50 is overeengekomen bij een betalingstermijn van
30 dagen en van € 2,00 bij een betalingstermijn van 60 dagen. Volgens Tecpoint is de betalingstermijn vanaf week 47 van 2017 op verzoek van MVA verlengd naar 60 dagen. MVA betwist dit en meent dat zij gelet op Tecpoint’s verklaringen gerechtvaardigd erop mocht vertrouwen dat de vaste vergoeding altijd € 1,50 was.
6.4.
Uit de door Tecpoint als productie 14 overgelegde e-mails blijkt dat op
9 maart 2015 een uurtarief van € 1,50 is overeengekomen. Daarbij is door Tecpoint gevraagd of MVA de eerste factuur eerder dan 60 dagen kan betalen. “Daarna gewoon 60 dagen”. In een als productie 4 door Tecpoint overgelegd memo van 29 november 2017 is vermeld dat MVA heeft gevraagd of ‘voor de komende periode’ een betalingstermijn van 60 dagen mogelijk was. Daarop is gereageerd dat dit mogelijk was, maar dat er wel per kwartaal geëvalueerd moest worden. Als de stelling van Tecpoint - dat een vaste vergoeding van € 2,00 zou zijn overeengekomen bij een betalingstermijn van 60 dagen - juist zou zijn, zou de door MVA gevraagde verlenging van de betalingstermijn naar 60 dagen zonder meer reeds mogelijk zijn geweest, maar zou dat € 0,50 per arbeidskracht per gewerkt uur extra kosten. Onduidelijk is dan waarom MVA vraagt of verlenging van de betalingstermijn naar 60 dagen mogelijk is. Bovendien heeft Tecpoint MVA er in reactie op die vraag niet op gewezen dat verlenging al mogelijk was maar dat dit € 0,50 per arbeidskracht per gewerkt uur extra zou kosten. Ook verder is er door Tecpoint niet op gewezen dat verlenging van de betalingstermijn tot een hoger tarief zou leiden. Tot slot heeft MVA erop gewezen dat tijdens het gesprek dat [persoon A] en [persoon D] op 5 februari 2024 hebben gehad met [persoon B] over het door de jaren heen door Tecpoint gehanteerde tarief, steeds is gesproken over een tarief van € 1,50 en niet over een tarief van € 2,00 bij een betalingstermijn van 60 dagen. Naar het oordeel van de rechtbank is erin het licht van de gemotiveerde betwisting van MVA door Tecpoint onvoldoende gesteld, zodat uit zal worden gegaan van een vaste vergoeding van € 1,50, ongeacht de betalingstermijn.
Het transcript van het gesprek op 5 februari 2024 bewijst de stellingen van MVA niet
6.5.
MVA heeft zich beroepen op het als productie 33 door MVA overgelegde transcript van het hiervoor al genoemde gesprek op 5 februari 2024. Volgens MVA heeft [persoon B] in dat gesprek niet ontkend dat Tecpoint door de jaren heen waarschijnlijk meer dan de
afgesproken € 1,50 heeft verrekend. Tecpoint stelt dat [persoon B] zich bedreigd en onder druk gezet voelde in het gesprek en dat daaraan geen betekenis toekomt. Wat daar verder ook van zij, zelfs als [persoon B] in het gesprek niet heeft ontkend dat Tecpoint door de jaren heen waarschijnlijk meer dan de afgesproken € 1,50 heeft verrekend, is daarmee nog geen sprake van een erkenning dat door Tecpoint daadwerkelijk door de jaren heen een te hoog tarief in rekening is gebracht. De rechtbank kan daarom aan het transcript niet de betekenis hechten die MVA daaraan gehecht wenst te zien.
De analyse van de margefacturen
6.6.
Op basis van de margefacturen die Tecpoint na de mondelinge behandeling heeft overgelegd, heeft MVA volledig inzicht gekregen in de bedragen die de uitleners onder aftrek van hun eigen vergoeding aan Tecpoint hebben betaald. Aan de op aannames berustende berekeningen die MVA voorafgaand aan de mondelinge behandeling heeft gemaakt, komt in dat licht geen betekenis meer toe. De rechtbank gaat daar dus niet verder op in.
6.7.
MVA heeft op basis van de margefacturen enkele analyses gemaakt. Zij heeft daarbij de kostprijs van de uitlener berekend met behulp van de omrekenfactor en heeft vervolgens dat bedrag in mindering heeft gebracht op het gefactureerde tarief. Op basis van deze analyses stelt MVA dat Tecpoint meer heeft ontvangen dan de vaste vergoeding van € 1,50. Tecpoint betwist dat zij gedurende de gehele samenwerking te veel aan vergoeding heeft ontvangen. MVA legt volgens haar de kostprijs verkeerd uit door geen rekening te houden met bepaalde kostenposten die voor MVA’s rekening komen.
6.8.
De rechtbank oordeelt als volgt.
MVA heeft haar steekproefsgewijze analyse van de margefacturen onderbouwd met een verwijzing naar haar producties 42 tot en met 47. Tecpoint heeft die analyse wat betreft de producties 42 en 46 niet betwist. Daarmee staat vast dat Tecpoint in de periodes waarop die analyses betrekking hebben (drie weken respectievelijk drie jaar) een vergoeding heeft ontvangen van respectievelijk € 4,72 en € 5,83 per gewerkt uur.
Tecpoint betwist de analyse van MVA die is neergelegd in haar producties 43-45 en 47 wel en motiveert die betwisting met de stelling dat betalingstermijnkosten, netto-onkosten, negatieve marges in verband met ziekte-uren en nabetalingen in mindering moeten worden gebracht op de marges die Flexhub en Samenwerkt aan haar hebben uitbetaald. In reactie daarop voert MVA aan dat Flexhub geen betalingstermijnkosten in rekening bracht op haar facturen en dat de overige genoemde kosten voor rekening komen van de werkgevers, Flexhub en Samenwerkt, en daarmee onderdeel uitmaken van de kostprijs die zij bij MVA in rekening brengen of afzonderlijk door hen gefactureerd moeten worden aan MVA. Die kosten staan volgens MVA in elk geval los van de marge van € 1,50 per gewerkt uur waar Tecpoint recht op heeft.
De rechtbank is van oordeel dat Tecpoint in reactie hierop niet inzichtelijk heeft gemaakt dat Flexhub betalingstermijnkosten in rekening bracht. Dat blijkt niet uit de factuur van Flexhub aan MVA en evenmin uit de margefactuur van Tecpoint. Die betalingstermijnkosten (het betreft alleen productie 43) heeft MVA in haar analyse daarom terecht niet in mindering gebracht op de marge.
6.9.
Voor wat betreft de netto-onkosten, negatieve marges in verband met ziekte-uren en nabetalingen is de rechtbank van oordeel dat Tecpoint in reactie op de betwisting van MVA niet duidelijk heeft gemaakt welk verband er bestaat tussen die kosten en de marge van
€ 1,50 per gewerkt uur die zij via Flexhub en Samenwerkt van MVA zou moeten ontvangen. Dat verband ligt niet voor de hand aangezien het kosten zijn die de juridische werkgevers, Flexhub en Samenwerkt, maken in verband met het uitlenen van werknemers aan MVA.
Die kosten maken daarom ofwel deel uit van de kostprijs die Flexhub en Samenwerkt in rekening brengen bij MVA, ofwel moeten vanwege hun incidentele karakter afzonderlijk door Flexhub en Samenwerkt gefactureerd worden aan MVA. Wat betreft de ziekte-uren blijkt uitdrukkelijk uit de door Tecpoint aangehaalde passages uit de opdrachtbevestigingen van Flexhub en Samenwerkt dat die kosten deel uitmaken van de kostprijs die Flexhub en Samenwerkt in rekening brengen bij MVA. Ziekte-uren worden op grond van die opdrachtbevestigingen immers door Flexhub op basis van het uurtarief doorberekend aan MVA en zijn bij Samenwerkt inbegrepen in de kostprijsfactoren. Wat betreft de netto-onkosten geldt dat in de door Tecpoint in haar laatste akte aangehaalde opdrachtbevestiging van Flexhub (productie 2 van Tecpoint) is vermeld dat (onkosten)vergoedingen behorende tot de inlenersbeloning 1 op 1 (dus door Flexhub aan MVA) worden gefactureerd. In de opdrachtbevestiging van Samenwerkt is vermeld dat het uurtarief exclusief eventuele reis- en onkostenvergoedingen is. Zonder andersluidende verklaring, die niet is gegeven, impliceert ook die tekst dat Samenwerkt dergelijke kosten afzonderlijk in rekening brengt bij MVA. Voor beide kostensoorten geldt dus dat het kosten zijn van Flexhub en Samenwerkt die, nu een andersluidende verklaring ontbreekt, door MVA moeten worden gedragen en die niet in verband staan tot de marge van € 1,50 waar Tecpoint per gewerkt uur recht op heeft.
6.10.
Wat betreft de nabetalingen (en een voorschot) heeft Tecpoint aannemelijk gemaakt dat zij in overleg met MVA rechtstreeks betalingen heeft gedaan aan door MVA ingeleende werknemers. Uit de toelichting die Tecpoint hierop heeft gegeven, maakt de rechtbank op dat Tecpoint die betalingen heeft gedaan omdat die ingeleende werknemers dreigden hun werk neer te leggen en betaling via Flexhub of Samenwerkt te lang op zich zou laten wachten. Uit dit laatste blijkt dat dit kosten zijn die Tecpoint voor Flexhub en Samenwerkt heeft voorgeschoten, die door die uitleners aan Tecpoint moeten worden betaald en uiteindelijk door MVA, als onderdeel van de kostprijs die zij aan de uitleners moet betalen, moeten worden gedragen. Tecpoint heeft in reactie op de betwisting van MVA niet duidelijk gemaakt hoe deze incidentele rechtstreekse betalingen in relatie staan tot de margefacturen van Flexhub en Samenwerkt en meer specifiek tot de marge van € 1,50 waarop Tecpoint recht had. Tecpoint heeft niet verwezen naar corresponderende margefacturen van Flexhub en Samenwerkt waaruit blijkt dat daarmee de incidentele betalingen die Tecpoint voor hen gedaan heeft, aan Tecpoint worden vergoed.
6.11.
Concluderend heeft Tecpoint in het licht van de betwisting van MVA onvoldoende gesteld voor haar standpunt dat de hiervoor beoordeelde kostensoorten in mindering moeten worden gebracht op de marge die Tecpoint uitgekeerd heeft gekregen van Flexhub en Samenwerkt. Aan bewijslevering wordt daarom niet toegekomen. Voor een correctie van de door MVA opgestelde analyses door vermindering van de aan Tecpoint uitgekeerde marges met de hiervoor bedoelde kostensoorten, bestaat geen grond. Daarmee staat op grond van die analyses vast dat door Flexhub en Samenwerkt een hogere vergoeding per gewerkt uur aan Tecpoint is uitbetaald dan de overeengekomen € 1,50. Tecpoint heeft ter zitting nog gesteld dat dit verschil kan worden verklaard omdat de vergoeding die Tecpoint van Flexhub en Samenwerkt ontving uit meer bestaat dan alleen de vergoeding van € 1,50 per uur die zij ‘doorgaven’ van MVA. In het kader van de inkooprelatie tussen Tecpoint enerzijds en Flexhub of Samenwerkt anderzijds, stonden die laatsten volgens Tecpoint een deel van hun marge af aan Tecpoint. Daarbij heeft Tecpoint er verder op gewezen dat zij werkzaamheden voor Flexhub en Samenwerkt uitvoerde doordat zij rechtstreeks toegang had tot de portal van die beide uitleners. Op zichzelf zou een inkoopvergoeding, een vergoeding voor verleende diensten of een andere grond voor een betaling van Flexhub en Samenwerkt aan Tecpoint, een sluitende verklaring voor het geconstateerde verschil kunnen zijn. Tecpoint heeft dit standpunt echter niet nader onderbouwd, vanwege haar aanvankelijke standpunt dat de onderlinge (prijs)afspraken die Tecpoint heeft gemaakt met Flexhub en Samenwerkt, niet relevant zijn (randnummer 60 CvA). De rechtbank zal Tecpoint daarom in de gelegenheid stellen om haar stelling te bewijzen dat het meerdere boven € 1,50 per uur dat Flexhub en Samenwerkt aan Tecpoint hebben betaald, wordt verklaard door (prijs)afspraken tussen Tecpoint en Flexhub en Samenwerkt.
6.12.
Als Tecpoint erin slaagt haar stelling te bewijzen, zullen de vorderingen van MVA worden afgewezen. Als Tecpoint niet slaagt in het bewijs van die stelling, geldt het volgende. MVA heeft gesteld en Tecpoint heeft niet betwist dat MVA alle facturen en opdrachtbevestigingen en inleenovereenkomsten via Tecpoint ontving. Verder werkte Tecpoint, zoals zij zelf heeft gesteld, rechtstreeks in de bedrijfssystemen van Flexhub en Samenwerkt. Dit betekent dat Tecpoint op zijn minst op de hoogte was van het tarief dat Flexhub en Samenwerkt in rekening brachten. Tecpoint wist via de margefacturen ook dat Flexhub en Samenwerkt meer aan haar uitbetaalden dan € 1,50 per gewerkt uur.
De toerekenbaarheid aan Tecpoint van die te hoge tarieven van en te hoge uitbetaling door Flexhub en Samenwerkt is in dat geval nog niet gegeven. Maar als die toerekenbaarheid niet zou komen vast te staan, heeft Tecpoint onrechtmatig gehandeld door voor MVA te verzwijgen dat zij van MVA via Flexhub en Samenwerkt een hogere vergoeding ontving dan € 1,50 per gewerkt uur of is sprake van ongerechtvaardigde verrijking. Het beroep van Tecpoint op verjaring, schending van de klachtplicht en het ontbreken van verzuim, slaagt niet. Omdat de vergoeding van MVA aan Tecpoint was verdisconteerd in het totaaltarief van de uitleners en de kostprijsfactor van de uitleners niet bij MVA bekend was, kon MVA niet weten dat zij te veel betaalde. Zij is pas op dat spoor gekomen in het kader van de besprekingen begin 2024 over een samenwerking tussen MVA, Tecpoint en [bedrijf D] . Verjaring is daarom niet aan de orde. De klachtplicht en verzuim zijn niet relevant bij een onrechtmatige daad of ongerechtvaardigde verrijking, maar ook aan een toerekenbare tekortkoming van Tecpoint staan die aspecten niet in de weg. MVA heeft begin 2024 geklaagd bij Tecpoint en gesteld dat Tecpoint de overeengekomen prijs niet nakwam. Tecpoint heeft dat steeds afgehouden. Er is dus op tijd geklaagd en Tecpoint was in verzuim. In dit scenario zal de zaak naar verwachting naar de schadestaatprocedure worden verwezen voor het bepalen van de hoogte van de schade.
6.13.
De rechtbank houdt in afwachting van de bewijslevering door Tecpoint iedere beslissing in conventie en, vanwege de samenhang, in reconventie aan.

7.De beslissing

De rechtbank:
in conventie en reconventie
7.1.
stelt Tecpoint in de gelegenheid tot bewijslevering zoals beschreven in 6.11;
7.2.
bepaalt dat indien Tecpoint dit bewijs wil leveren door het doen horen van getuigen, deze zullen worden gehoord in het gebouw van deze rechtbank in Rotterdam aan Wilhelminaplein 100/125 voor de rechter mr. A.C. Rop;
7.3.
bepaalt dat Tecpoint, indien zij getuigen wil laten horen, binnen twee weken na de datum van dit vonnis schriftelijk aan de rechtbank – ter attentie van de afdeling planning van team handel en haven – de namens haar te horen getuigen en de verhinderdagen van de getuigen, alle partijen en hun advocaten in de maanden december 2025 tot en met mei 2026 moet opgeven, waarna dag/dagen en uur van het getuigenverhoor zal worden bepaald;
7.4.
bepaalt dat MVA, indien zij getuigen in contra-enquête wil voorbrengen, bij de opgave van verhinderdata rekening moet houden met de in dat kader (vermoedelijk) te horen getuigen; voor contra-enquête zal een dag en uur worden gereserveerd na de voor het getuigenverhoor bepaalde dag en tijd;
7.5.
bepaalt dat Tecpoint, indien zij het bewijs niet door getuigen wil leveren maar door overlegging van bewijsstukken en/of door een ander bewijsmiddel, het voornemen hiertoe binnen twee weken na de datum van dit vonnis schriftelijk aan de rechtbank – ter attentie van de roladministratie van team handel en haven – en aan de wederpartij moet opgeven, waarna de verdere procesvoering zal worden bepaald;
7.6.
bepaalt dat alle partijen uiterlijk twee weken voor het eerste getuigenverhoor alle beschikbare bewijsstukken, voor zover nog niet in het geding gebracht, aan de rechtbank en de wederpartij moeten toesturen;
7.7.
houdt alle overige beslissingen aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.C. Rop en in het openbaar uitgesproken op 19 november 2025.
3893/2819