Uitspraak
RECHTBANK Rotterdam
1.De zaak in het kort
2.De procedure
- de dagvaarding van 12 juli 2024, met producties SA 1 tot en met SA 40;
- de brieven van de rechtbank van 12 november 2024, waarbij partijen zijn opgeroepen voor een mondelinge behandeling;
- de conclusie van antwoord in conventie tevens houdende eis in reconventie, met producties 1 tot en met 17;
- de conclusie van antwoord in reconventie;
- de mondelinge behandeling van 28 maart 2025;
- de spreekaantekeningen van MVA;
- de spreekaantekeningen van Tecpoint;
- de akte overleggen producties SA 41 tot en met SA 48 van MVA;
- de akte overleggen productie SA 49, tevens akte uitlaten en verandering, vermeerdering van eis in conventie;
- de antwoordakte van Tecpoint met aanvullende producties 18 tot en met 26; en
- de antwoordakte van MVA.
3.De feiten
4.Het geschil in conventie
5.Het geschil in reconventie
6.De beoordeling
30 dagen en van € 2,00 bij een betalingstermijn van 60 dagen. Volgens Tecpoint is de betalingstermijn vanaf week 47 van 2017 op verzoek van MVA verlengd naar 60 dagen. MVA betwist dit en meent dat zij gelet op Tecpoint’s verklaringen gerechtvaardigd erop mocht vertrouwen dat de vaste vergoeding altijd € 1,50 was.
9 maart 2015 een uurtarief van € 1,50 is overeengekomen. Daarbij is door Tecpoint gevraagd of MVA de eerste factuur eerder dan 60 dagen kan betalen. “Daarna gewoon 60 dagen”. In een als productie 4 door Tecpoint overgelegd memo van 29 november 2017 is vermeld dat MVA heeft gevraagd of ‘voor de komende periode’ een betalingstermijn van 60 dagen mogelijk was. Daarop is gereageerd dat dit mogelijk was, maar dat er wel per kwartaal geëvalueerd moest worden. Als de stelling van Tecpoint - dat een vaste vergoeding van € 2,00 zou zijn overeengekomen bij een betalingstermijn van 60 dagen - juist zou zijn, zou de door MVA gevraagde verlenging van de betalingstermijn naar 60 dagen zonder meer reeds mogelijk zijn geweest, maar zou dat € 0,50 per arbeidskracht per gewerkt uur extra kosten. Onduidelijk is dan waarom MVA vraagt of verlenging van de betalingstermijn naar 60 dagen mogelijk is. Bovendien heeft Tecpoint MVA er in reactie op die vraag niet op gewezen dat verlenging al mogelijk was maar dat dit € 0,50 per arbeidskracht per gewerkt uur extra zou kosten. Ook verder is er door Tecpoint niet op gewezen dat verlenging van de betalingstermijn tot een hoger tarief zou leiden. Tot slot heeft MVA erop gewezen dat tijdens het gesprek dat [persoon A] en [persoon D] op 5 februari 2024 hebben gehad met [persoon B] over het door de jaren heen door Tecpoint gehanteerde tarief, steeds is gesproken over een tarief van € 1,50 en niet over een tarief van € 2,00 bij een betalingstermijn van 60 dagen. Naar het oordeel van de rechtbank is erin het licht van de gemotiveerde betwisting van MVA door Tecpoint onvoldoende gesteld, zodat uit zal worden gegaan van een vaste vergoeding van € 1,50, ongeacht de betalingstermijn.
€ 1,50 per gewerkt uur die zij via Flexhub en Samenwerkt van MVA zou moeten ontvangen. Dat verband ligt niet voor de hand aangezien het kosten zijn die de juridische werkgevers, Flexhub en Samenwerkt, maken in verband met het uitlenen van werknemers aan MVA.
Die kosten maken daarom ofwel deel uit van de kostprijs die Flexhub en Samenwerkt in rekening brengen bij MVA, ofwel moeten vanwege hun incidentele karakter afzonderlijk door Flexhub en Samenwerkt gefactureerd worden aan MVA. Wat betreft de ziekte-uren blijkt uitdrukkelijk uit de door Tecpoint aangehaalde passages uit de opdrachtbevestigingen van Flexhub en Samenwerkt dat die kosten deel uitmaken van de kostprijs die Flexhub en Samenwerkt in rekening brengen bij MVA. Ziekte-uren worden op grond van die opdrachtbevestigingen immers door Flexhub op basis van het uurtarief doorberekend aan MVA en zijn bij Samenwerkt inbegrepen in de kostprijsfactoren. Wat betreft de netto-onkosten geldt dat in de door Tecpoint in haar laatste akte aangehaalde opdrachtbevestiging van Flexhub (productie 2 van Tecpoint) is vermeld dat (onkosten)vergoedingen behorende tot de inlenersbeloning 1 op 1 (dus door Flexhub aan MVA) worden gefactureerd. In de opdrachtbevestiging van Samenwerkt is vermeld dat het uurtarief exclusief eventuele reis- en onkostenvergoedingen is. Zonder andersluidende verklaring, die niet is gegeven, impliceert ook die tekst dat Samenwerkt dergelijke kosten afzonderlijk in rekening brengt bij MVA. Voor beide kostensoorten geldt dus dat het kosten zijn van Flexhub en Samenwerkt die, nu een andersluidende verklaring ontbreekt, door MVA moeten worden gedragen en die niet in verband staan tot de marge van € 1,50 waar Tecpoint per gewerkt uur recht op heeft.
De toerekenbaarheid aan Tecpoint van die te hoge tarieven van en te hoge uitbetaling door Flexhub en Samenwerkt is in dat geval nog niet gegeven. Maar als die toerekenbaarheid niet zou komen vast te staan, heeft Tecpoint onrechtmatig gehandeld door voor MVA te verzwijgen dat zij van MVA via Flexhub en Samenwerkt een hogere vergoeding ontving dan € 1,50 per gewerkt uur of is sprake van ongerechtvaardigde verrijking. Het beroep van Tecpoint op verjaring, schending van de klachtplicht en het ontbreken van verzuim, slaagt niet. Omdat de vergoeding van MVA aan Tecpoint was verdisconteerd in het totaaltarief van de uitleners en de kostprijsfactor van de uitleners niet bij MVA bekend was, kon MVA niet weten dat zij te veel betaalde. Zij is pas op dat spoor gekomen in het kader van de besprekingen begin 2024 over een samenwerking tussen MVA, Tecpoint en [bedrijf D] . Verjaring is daarom niet aan de orde. De klachtplicht en verzuim zijn niet relevant bij een onrechtmatige daad of ongerechtvaardigde verrijking, maar ook aan een toerekenbare tekortkoming van Tecpoint staan die aspecten niet in de weg. MVA heeft begin 2024 geklaagd bij Tecpoint en gesteld dat Tecpoint de overeengekomen prijs niet nakwam. Tecpoint heeft dat steeds afgehouden. Er is dus op tijd geklaagd en Tecpoint was in verzuim. In dit scenario zal de zaak naar verwachting naar de schadestaatprocedure worden verwezen voor het bepalen van de hoogte van de schade.