ECLI:NL:RBROT:2025:14305

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
10 november 2025
Publicatiedatum
8 december 2025
Zaaknummer
C/10/704789 / FA RK 25-6086
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorzieningen over kinderbijdrage in een echtscheidingsprocedure

In deze beschikking van de Rechtbank Rotterdam, gedateerd 10 november 2025, wordt een verzoek om voorlopige voorzieningen in het kader van een echtscheiding behandeld. De vrouw heeft op 7 augustus 2025 een verzoekschrift ingediend, waarin zij verzoekt om een kinderbijdrage van € 556,- per maand voor de kosten van verzorging en opvoeding van hun minderjarige kind, geboren op 14 juli 2025. De man, die zonder advocaat verscheen, betwist de hoogte van deze bijdrage en vraagt de rechtbank om alleen rekening te houden met zijn basisloon, omdat zijn inkomen fluctueert en hij kosten heeft voor het kopen van een huis en reiskosten om zijn kind te zien. Tijdens de mondelinge behandeling op 28 oktober 2025 zijn beide partijen verschenen, en de rechtbank heeft de inkomens van beide partijen beoordeeld aan de hand van het rekensysteem en de aanbevelingen van de Expertgroep Alimentatie.

De rechtbank heeft vastgesteld dat de behoefte van de minderjarige € 745,- per maand bedraagt, gebaseerd op de inkomens van de ouders in 2024. De draagkracht van de man is berekend op € 876,- per maand, terwijl de draagkracht van de vrouw op € 247,- per maand uitkomt. Aangezien de gezamenlijke draagkracht van partijen hoger is dan de behoefte van de minderjarige, heeft de rechtbank de bijdrage van de man vastgesteld op € 544,- per maand, na toepassing van een zorgkorting van 5% vanwege de zorg die de man voor zijn kind draagt. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, en de proceskosten worden gecompenseerd, zodat iedere partij zijn eigen kosten draagt.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team familie
Zaaknummer / rekestnummer: C/10/ 704789 / FA RK 25-6086
Beschikking van 10 november 2025 over voorlopige voorzieningen
in de zaak van:
[naam vrouw], hierna: de vrouw,
wonende te [woonplaats 1] ,
advocaat mr. A. Harent te Dordrecht,
t e g e n
[naam man], hierna: de man,
wonende te [woonplaats 2] , gemeente [gemeente] .

1.De procedure

1.1.
De vrouw heeft op 7 augustus 2025 haar verzoekschrift met bijlagen ingediend.
1.2.
De man heeft op 13 september 2025 de uitnodiging voor de mondelinge behandeling en het verzoekschrift van de vrouw opgehaald. De man heeft zelf geen stukken ingediend.
1.3.
De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op 28 oktober 2025. Daarbij zijn verschenen:
  • de vrouw, bijgestaan door haar advocaat;
  • de man.
1.4.
Tijdens de mondelinge behandeling heeft de advocaat van de vrouw, met instemming van de man, stukken overgelegd die zien op de inkomens van partijen.

2.De vaststaande feiten

2.1.
Partijen zijn op 30 augustus 2019 met elkaar gehuwd.
2.2.
Het minderjarige kind van partijen is:
[naam minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2025 te [geboorteplaats] .
2.3.
De vrouw heeft inmiddels een verzoekschrift tot echtscheiding ingediend.

3.De beoordeling

3.1.
Onderhoudsbijdrage
3.1.1.
De vrouw verzoekt te bepalen dat de man vanaf 14 juli 2025 elke maand bij vooruit betaling € 556,- aan de vrouw moet betalen voor de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige (hierna: kinderbijdrage).
3.1.2.
De man is het hier niet mee eens. Hij vindt € 556,- per maand een veel te hoog bedrag. De man vraagt de rechtbank om alleen te rekenen met het basisloon op zijn loonstrook (zonder overwerk), omdat zijn loon elke maand wisselt en omdat hij kosten heeft. De man wil graag een huis kopen. Pas heeft hij een auto gekocht en hij maakt reiskosten om van [woonplaats 2] naar [woonplaats 1] te reizen om de minderjarige te zien.
3.1.3.
Partijen zijn het dus niet eens over de hoogte van de kinderbijdrage. De rechtbank moet daarom een beslissing nemen. De rechtbank zal daarbij kijken naar het rekensysteem en de aanbevelingen in het Rapport alimentatienormen van de Expertgroep Alimentatie.
3.1.4.
Hierna legt de rechtbank uit wat partijen hebben gezegd en met welke redenen de beslissing is genomen.
Ingangsdatum
3.1.5.
Als eerste moet de rechtbank beslissen vanaf welke datum de man elke maand een kinderbijdrage moet betalen. De vrouw vindt dat dit 14 juli 2025 moet zijn. Omdat dit de geboortedatum van de minderjarige is en omdat deze datum niet heel lang geleden is, vindt de rechtbank deze datum geschikt. De man heeft niet gezegd dat hij het niet eens is met die datum. Daarom zal de rechtbank 14 juli 2025 als ingangsdatum vaststellen.
Behoefte
3.1.6.
Als tweede moet de rechtbank bepalen welk bedrag wordt besteed aan de verzorging en opvoeding van de minderjarige. Dat is wat de minderjarige elke maand “kost”. Dat heet de behoefte. In de behoeftetabel, dat onderdeel uitmaakt van het eerder genoemde rekensysteem, kan met de inkomens van de ouders worden afgelezen hoe hoog die behoefte is.
3.1.7.
De behoefte moet worden bepaald op basis van de inkomens van partijen tijdens het huwelijk, toen zij als gezin samenwoonden. Het rekensysteem gaat namelijk uit van het bedrag dat een kind kost tijdens het huwelijk. Dat bedrag mag niet lager worden doordat de ouders zijn gescheiden. De rechtbank zal uitgaan van de inkomens van partijen over het jaar 2024, omdat partijen toen nog samen waren en omdat de rechtbank van dat jaar inkomensgegevens heeft gekregen.
Inkomen man
3.1.8.
Tijdens de mondelinge behandeling heeft de man uitgelegd dat hij in juni 2024 in dienst is gegaan bij [naam bedrijf 1] en dat hij daarvoor als ZZP’er (monteur voor [naam bedrijf 2] ) heeft gewerkt.
3.1.9.
De vrouw heeft de jaaropgaaf van de man over 2024 laten zien. Daarin staat dat de man in 2024 € 35.211,- bij [naam bedrijf 1] heeft verdiend. Dat is dus zijn inkomen van zeven maanden. Niemand heeft de rechtbank papieren laten zien van het inkomen van de man als ZZP’er. Hierdoor kan de rechtbank niet precies vaststellen wat de man totaal in 2024 heeft verdiend. Er moet dan een manier worden bedacht om te schatten wat de man in 2024 ongeveer heeft of kan hebben verdiend.
3.1.10.
De rechtbank vindt het een goede oplossing van de advocaat van de vrouw om
€ 35.211,- te delen door zeven maanden en te vermenigvuldigen met twaalf maanden. Per maand heeft de man dan dus gemiddeld (€ 35.211,- / zeven maanden) = € 5.030,- bruto verdiend. Per jaar is dat dan (€ 5.030,- x 12 maanden =) € 60.362,- bruto.
3.1.11.
Nogmaals: dat is dus niet precies het inkomen van de man, want het is een schatting, maar dit bedrag komt wel heel dichtbij de waarheid. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de man namelijk gezegd dat hij denkt dat hij van januari tot en met mei 2024 € 25.000,- als ZZP’er heeft verdiend. Per maand zou hij dan dus € 5.000,- als ZZP’er hebben verdiend. Dat is bijna net zoveel als € 5.030,- per maand bij [naam bedrijf 1]
3.1.12.
De man hoeft zich geen zorgen te maken dat te veel overwerk wordt meegerekend, omdat deze berekening meeneemt wat hij gemiddeld heeft overgewerkt. Het maakt dus niet uit dat zijn overwerk elke maand wisselt. De rechtbank vindt het niet juist om het inkomen uit overwerk helemaal niet mee te rekenen. Tijdens de samenwoning van partijen zou de minderjarige namelijk ook geprofiteerd hebben van dit extra inkomen.
3.1.13.
Het inkomen van de man dat de rechtbank voor de behoefte meerekent, is dus:
€ 35.211 / 7 maanden * 12 maanden = € 60.362,-.
Het netto besteedbaar inkomen van de man komt dan uit op € 3.658,- per maand.
De volgende heffingskortingen zijn meegenomen:
- de algemene heffingskorting;
- de arbeidskorting.
Partijen kunnen in de berekening die vastzit aan deze beschikking nakijken hoe de rechtbank heeft gerekend.
Inkomen vrouw
3.1.14.
De vrouw heeft gerekend met haar WIA-uitkering van € 9.090,- en haar Ziektewetuitkering van € 20.657,- in het jaar 2024, samen € 29.747,-. Omdat de vrouw met haar jaaropgaaf van 2024 heeft laten zien dat deze bedragen kloppen, zal de rechtbank daarmee rekenen. De man heeft ook niet gezegd dat deze bedragen onjuist zijn.
Het netto besteedbaar inkomen van de vrouw komt dan uit op € 1.840,- per maand.
De volgende heffingskorting is in aanmerking genomen:
- de algemene heffingskorting.
Behoeftetabel
3.1.15.
Nu de rechtbank weet hoe hoog de inkomens van partijen zijn, moet in de eerder genoemde tabel worden afgelezen hoe hoog de behoefte van de minderjarige is (met andere woorden, wat de minderjarige “kost” per maand).
3.1.16.
Het netto besteedbaar gezinsinkomen van partijen is € 5.498,- per maand (€ 3.658 + € 1.840). Volgens de tabel is bij dit gezinsinkomen de behoefte van de minderjarige
€ 745,- per maand.
Draagkracht
3.1.17.
Als derde moet de rechtbank bepalen hoeveel geld partijen beschikbaar hebben voor de minderjarige. Dat heet de draagkracht. In deze berekening wordt eerst gekeken hoeveel geld partijen van hun huidige inkomen moeten besteden aan hun huis, de boodschappen, ziektekosten, andere vaste lasten en onverwachte uitgaven. Wat er dan overblijft, kan worden besteed aan de minderjarige. Dat heet de draagkracht.
3.1.18.
De rechtbank moet dan eerst bekijken hoe hoog de inkomens van partijen nu zijn.
Inkomen man
3.1.19.
De vrouw heeft de loonstrook van de man van mei 2025 bij [naam bedrijf 1] laten zien. Daarop staan een basisloon, een vergoeding, overwerk en gewerkte feestdagen. De man heeft tijdens de mondelinge behandeling gezegd dat hij in september 2025 alleen een basisloon zonder overwerk heeft gekregen. Het loon van de man wisselt dus. Er zijn over het jaar 2025 niet genoeg papieren van het inkomen van de man om te bepalen welke bedragen naast het basisloon als structureel inkomen meegerekend kunnen worden. De rechtbank is het niet eens met de man dat daarom alleen het basisloon moet worden meegerekend. Op de enige loonstrook over 2025 die de rechtbank heeft gezien, staan wel extra bedragen genoemd. De rechtbank begrijpt uit wat de man verteld heeft, dat hij overwerkt om een huis te kunnen kopen en andere kosten te betalen, maar het is ook belangrijk dat een deel van het geld dat verdiend wordt met overwerk, naar de minderjarige gaat via de kinderbijdrage.
3.1.20.
Daarom vindt de rechtbank, net als de vrouw, dat weer met zijn inkomen over 2024 van € 60.362,- moet worden gerekend. Het netto besteedbaar inkomen van de man komt dan uit op € 3.658,- per maand.
De volgende heffingskortingen zijn meegenomen:
- de algemene heffingskorting;
- de arbeidskorting.
3.1.21.
Om de draagkracht te bepalen, wordt in het rekensysteem deze formule gebruikt:
70% x [NBI – (0,3xNBI + 1.310)].
3.1.22.
De rechtbank zal deze formule kort uitleggen.
Van het netto besteedbaar inkomen (NBI) wordt 30% gereserveerd voor woonlasten (0,3 x NBI) en € 1.310,- voor kosten van eigen levensonderhoud.
Kosten van levensonderhoud bestaan uit de bijstandsnorm (het minimale bedrag om van te kunnen leven), een woongedeelte, een ziektekostengedeelte en onvoorziene kosten.
Van het gedeelte dat overblijft van het netto besteedbaar inkomen [NBI – (0,3 x NBI + 1.310)] wordt 70% gebruikt voor de berekening van de kinderbijdrage (de draagkrachtruimte). De overige 30% wordt niet meegerekend voor de kinderbijdrage, omdat dit is bedoeld om financiële tegenvallers of het sparen voor iets belangrijks op te vangen.
3.1.23.
De draagkracht van de man is dan 70% x [€ 3.658 – (0,3 x € 3.658 + 1.310)] = € 876,- per maand.
3.1.24.
Partijen kunnen het bovenstaande nakijken in de berekening die vastzit aan deze beschikking.
Inkomen vrouw
3.1.25.
De vrouw heeft gerekend met haar WIA-uitkering van € 2.389,- per maand en 8% vakantiegeld. Omdat de vrouw met haar betaalspecificatie over juni 2025 heeft laten zien dat deze bedragen kloppen, zal de rechtbank daarmee rekenen. De man heeft ook niet gezegd dat deze bedragen onjuist zijn.
Het netto besteedbaar inkomen van de vrouw komt dan uit op € 2.375,- per maand.
De volgende heffingskortingen zijn in aanmerking genomen:
- de algemene heffingskorting.
3.1.26.
Rekening is gehouden met het kindgebonden budget van € 477,- per maand, waar de vrouw met haar inkomen recht op heeft.
3.1.27.
De draagkracht van de vrouw is dan 70% x [€ 2.375 – (0,3 x € 2.375 + 1.310)] = € 247,- per maand.
Draagkrachtvergelijking
3.1.28.
Omdat de gezamenlijke draagkracht van partijen van € 1.123,- (€ 247 + € 1.123) hoger is dan de behoefte van de minderjarige van € 745,- moet de behoefte over partijen worden verdeeld. Ieders aandeel wordt berekend volgens de formule: ieders draagkracht gedeeld door de totale draagkracht vermenigvuldigd met de behoefte, oftewel:
het deel van de man bedraagt: € 876 / € 1.123 x € 745 = € 581
het deel van de vrouw bedraagt: € 247 / € 1.123 x € 745 =
€ 164 +
samen € 745
Van de totale behoefte van de minderjarige komt dus een gedeelte van € 581,- per maand voor rekening van de man en een gedeelte van € 164,- per maand voor rekening van de vrouw.
Zorgkorting
3.1.29.
Omdat de man de minderjarige om de week ongeveer drie uur ziet, heeft hij recht op een zorgkorting van 5%. De zorgkorting houdt in dat de man minder kinderbijdrage hoeft te betalen, omdat hij kosten maakt als hij de minderjarige ziet. Bij de man zijn dat reiskosten.
3.1.30.
Omdat de behoefte van de minderjarige € 745,- per maand is, is de zorgkorting € 37,- per maand.
3.1.31.
Omdat de gezamenlijke draagkracht van partijen hoger is dan de behoefte van de minderjarigen, wordt de eerder berekende bijdrage van de man verminderd met dit bedrag, zodat de man als kinderbijdrage aan de vrouw moet betalen € 544,- per maand.
Conclusie
3.1.32.
Op basis van de berekening hierboven moet de man € 544,- per maand als kinderbijdrage aan de vrouw betalen.
3.1.33.
Op deze alimentatie is van rechtswege de wettelijke indexering van toepassing.
3.2.
Proceskosten
3.2.1.
Vanwege de relatie van partijen bepaalt de rechtbank dat elk van de partijen de eigen kosten draagt.

4.De beslissing

De rechtbank:
4.1.
bepaalt het bedrag dat de man met ingang van 14 juli 2025 aan de vrouw zal voldoen als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige op € 544,- per maand bij vooruitbetaling te voldoen;
4.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
4.3.
compenseert de proceskosten aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt;
4.4.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. K. Bakker, (kinder)rechter, en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van mr. J.C.A. van 't Zelfde, griffier, op 10 november 2025.
Bijlagen:
-NBI behoefte man
-NBI behoefte vrouw
-Behoeftetabel
-NBI kinderbijdrage man
-NBI kinderbijdrage vrouw
Partij
Alimentatieplichtige
Zaak
Alimentatieplichtige / alimentatiegerechtigde ( [dossiernummer] )
Berekening
Behoefteberekening
Tarieven
2025-2
Datum uitdraai
07-11-2025
Box 1 Inkomen uit werk en woning
Loon volgens jaaropgaaf
(60)
60
Loon volgens jaaropgaaf
60.362
Op het bruto loon ingehouden
59
Inkomsten (transport)
60.362
Belastbaar loon (61-64)
64
Belastbaar loon
60.362
Heffing box 1 (94-95)
94
Belastbaar inkomen uit werk en woning
60.362
- Schijf 1, 35,82% (17,92%) over € 0 t/m € 38.440 (€ 40.501)
13.769
- Schijf 2, 37,48% over € 38.441 (€ 40.502) t/m € 76.817
8.216
95
Inkomensheffing box 1
21.985
Besteedbaar inkomen (113-120)
113
Inkomen voor aftrek inkomensheffing
60.362
114
Inkomensheffing box 1, inkomstenbelasting box 2 en 3
21.985
115/116
Heffingskorting en standaard heffingskorting
-
5.517
117
Verschuldigde inkomensheffing
-
16.468
Inkomen na aftrek inkomensheffing
43.894
Specificaties voor post: 115/116
Algemene Heffingskorting
1.043
jaar
Arbeidskorting
4.474
jaar
Totale inkomsten
43.894
120
Besteedbaar inkomen
43.894
120a
Netto besteedbaar inkomen (per jaar)
43.894
120a
Netto besteedbaar inkomen (per maand)
3.658
Partij
Alimentatiegerechtigde
Zaak
Alimentatieplichtige / alimentatiegerechtigde ( [dossiernummer] )
Berekening
Behoefteberekening
Tarieven
2025-2
Datum uitdraai
07-11-2025
Box 1 Inkomen uit werk en woning
Loon (41-50)
43
Bruto uitkering andere sociale verzekeringswetten
29.747
Bruto inkomsten
29.747
Premies (51-59)
Pensioenpremie
54
Loon voor de premies werknemersverzekeringen
29.747
59
Inkomsten
29.747
Belastbaar loon (61-64)
64
Belastbaar loon
29.747
Heffing box 1 (94-95)
94
Belastbaar inkomen uit werk en woning
29.747
- Schijf 1, 35,82% (17,92%) over € 0 t/m € 38.440 (€ 40.501)
10.655
95
Inkomensheffing box 1
10.655
Besteedbaar inkomen (113-120)
113
Inkomen voor aftrek inkomensheffing
29.747
114
Inkomensheffing box 1, inkomstenbelasting box 2 en 3
10.655
115/116
Heffingskorting en standaard heffingskorting
-
2.984
117
Verschuldigde inkomensheffing
-
7.671
Inkomen na aftrek inkomensheffing
22.076
Specificaties voor post: 115/116
Algemene Heffingskorting
2.984
jaar
Totale inkomsten
22.076
120
Besteedbaar inkomen
22.076
120a
Netto besteedbaar inkomen (per jaar)
22.076
120a
Netto besteedbaar inkomen (per maand)
1.84
NBGI voor scheiding
Netto besteedbaar gezinsinkomen voor scheiding
NBI voor scheiding alimentatieplichtige
3.658
NBI voor scheiding alimentatiegerechtigde
1.84
Netto besteedbaar gezinsinkomen voor scheiding
5.498
Eigen aandeel kosten kinderen
Eigen aandeel kosten kinderen
Ouders hebben in gezinsverband geleefd
ja
NBGI voor scheiding
5.498
Tabel aantal kinderen
1
Eigen aandeel ouders in de kosten kinderen volgens tabel
745
#
Indexeren
nee
BEHOEFTETABEL 2025
De tabel dient als volgt te worden gebruikt:
Vermeerder het netto besteedbaar gezinsinkomen met het kindgebonden budget waarop recht bestond in de periode dat het netto gezinsinkomen is berekend.
Selecteer de tabel voor het aantal kinderen in het gezin (bij vijf of meer kinderen gebruik de tabel voor vier kinderen).
Lees in de tabel het totale eigen aandeel van de ouders in de kosten van het kind/de kinderen af. Er kan horizontaal op of tussen de inkomensgrenzen een bedrag worden gekozen.
De tabel geeft de totale kosten van alle kinderen gezamenlijk. Om de kosten per kind te vinden moet dit totale eigen aandeel over het totaal aantal kinderen worden verdeeld.
1.1.1
Tabel - eigen aandeel kosten van kinderen per maand (exclusief kinderbijslag)
Tabel voor 1 kind (netto gezinsinkomen per maand in euro's)
inkomen
≤2000
2500
3000
3500
4000
4500
5000
5500
6000
6500
7000
≥7500
200
285
375
465
545
615
680
745
810
870
930
990
Tabel voor 2 kinderen (netto gezinsinkomen per maand in euro's)
inkomen
≤2000
2500
3000
3500
4000
4500
5000
5500
6000
6500
7000
≥7500
350
490
635
780
910
1030
1150
1265
1380
1490
1595
1700
Tabel voor 3 kinderen (netto gezinsinkomen per maand in euro's)
inkomen
≤2000
2500
3000
3500
4000
4500
5000
5500
6000
6500
7000
≥7500
350
505
655
805
950
1090
1220
1350
1480
1605
1725
1845
Tabel voor 4 kinderen (netto gezinsinkomen per maand in euro's)
inkomen
≤2000
2500
3000
3500
4000
4500
5000
5500
6000
6500
7000
≥7500
420
605
785
965
1140
1305
1470
1630
1785
1940
2090
2240
Partij
Alimentatieplichtige
Zaak
Alimentatieplichtige / alimentatiegerechtigde ( [dossiernummer] )
Berekening
Draagkrachtberekening
Tarieven
2025-2
Datum uitdraai
07-11-2025
Box 1 Inkomen uit werk en woning
Loon volgens jaaropgaaf
(60)
60
Loon volgens jaaropgaaf
60.362
Op het bruto loon ingehouden
59
Inkomsten (transport)
60.362
Belastbaar loon (61-64)
64
Belastbaar loon
60.362
Heffing box 1 (94-95)
94
Belastbaar inkomen uit werk en woning
60.362
- Schijf 1, 35,82% (17,92%) over € 0 t/m € 38.440 (€ 40.501)
13.769
- Schijf 2, 37,48% over € 38.441 (€ 40.502) t/m € 76.817
8.216
95
Inkomensheffing box 1
21.985
Besteedbaar inkomen (113-120)
113
Inkomen voor aftrek inkomensheffing
60.362
114
Inkomensheffing box 1, inkomstenbelasting box 2 en 3
21.985
115/116
Heffingskorting en standaard heffingskorting
-
5.517
117
Verschuldigde inkomensheffing
-
16.468
Inkomen na aftrek inkomensheffing
43.894
Specificaties voor post: 115/116
Algemene Heffingskorting
1.043
jaar
Arbeidskorting
4.474
jaar
120
Besteedbaar inkomen
43.894
120a
Netto besteedbaar inkomen (per jaar)
43.894
120a
Netto besteedbaar inkomen (per maand)
3.658
Draagkracht tbv kinderalimentatie
Draagkracht tbv kinderalimentatie
120a
Netto besteedbaar inkomen tbv kinderalimentatie
3.658
Draagkracht wordt berekend op basis van
Formule
122a
Kosten van levensonderhoud
1.31
123a
Woonbudget
1.097
135a
Draagkrachtloos inkomen tbv kinderalimentatie
2.407
136a
Draagkrachtruimte
1.251
137a
Draagkrachtpercentage
%
70
Beschikbaar
876
140a
Draagkracht tbv kinderalimentatie
876
Partij
Alimentatiegerechtigde
Zaak
Alimentatieplichtige / alimentatiegerechtigde ( [dossiernummer] )
Berekening
Draagkrachtberekening
Tarieven
2025-2
Datum uitdraai
07-11-2025
Box 1 Inkomen uit werk en woning
Loon (41-50)
43
Bruto uitkering andere sociale verzekeringswetten
28.674
44
Vakantietoeslag
2.294
Bruto inkomsten
30.968
Premies (51-59)
Pensioenpremie
54
Loon voor de premies werknemersverzekeringen
30.968
59
Inkomsten
30.968
Belastbaar loon (61-64)
64
Belastbaar loon
30.968
Heffing box 1 (94-95)
94
Belastbaar inkomen uit werk en woning
30.968
- Schijf 1, 35,82% (17,92%) over € 0 t/m € 38.440 (€ 40.501)
11.092
95
Inkomensheffing box 1
11.092
Besteedbaar inkomen (113-120)
113
Inkomen voor aftrek inkomensheffing
30.968
114
Inkomensheffing box 1, inkomstenbelasting box 2 en 3
11.092
115/116
Heffingskorting en standaard heffingskorting
-
2.906
117
Verschuldigde inkomensheffing
-
8.186
Inkomen na aftrek inkomensheffing
22.782
Specificaties voor post: 115/116
Algemene Heffingskorting
2.906
jaar
Bij: Kindgebonden budget
5.719
120
Besteedbaar inkomen
28.501
120a
Netto besteedbaar inkomen (per jaar)
28.501
120a
Netto besteedbaar inkomen (per maand)
2.375
Draagkracht tbv kinderalimentatie
Draagkracht tbv kinderalimentatie
120a
Netto besteedbaar inkomen tbv kinderalimentatie
2.375
Draagkracht wordt berekend op basis van
Formule
122a
Kosten van levensonderhoud
1.31
123a
Woonbudget
712
135a
Draagkrachtloos inkomen tbv kinderalimentatie
2.022
136a
Draagkrachtruimte
353
137a
Draagkrachtpercentage
%
70
Beschikbaar
247
140a
Draagkracht tbv kinderalimentatie
247