Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- de vrouw, bijgestaan door haar advocaat;
- de man.
2.De vaststaande feiten
3.De beoordeling
€ 164 +
Rechtbank Rotterdam
Partijen zijn gehuwd sinds 2019 en hebben een minderjarig kind. De vrouw heeft een verzoek tot echtscheiding ingediend en verzoekt voorlopige kinderbijdrage van €556 per maand vanaf 14 juli 2025. De man betwist dit bedrag en wil alleen het basisloon meerekenen vanwege wisselend inkomen en kosten.
De rechtbank baseert de behoefte van het kind op het gezinsinkomen tijdens het huwelijk, met inkomensgegevens van 2024. Het inkomen van de man wordt geschat op €60.362 bruto per jaar, inclusief overwerk, en het netto besteedbaar inkomen op €3.658 per maand. Het inkomen van de vrouw is €29.747 bruto, netto €1.840 per maand.
De behoefte van het kind wordt vastgesteld op €745 per maand. De draagkracht van de man is berekend op €876 en die van de vrouw op €247. Na verdeling van de kosten en toepassing van een zorgkorting van 5% voor de man, wordt de voorlopige kinderbijdrage vastgesteld op €544 per maand. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en partijen dragen eigen proceskosten.
Uitkomst: De man moet vanaf 14 juli 2025 €544 per maand betalen als voorlopige kinderbijdrage.