ECLI:NL:RBROT:2025:14308
Rechtbank Rotterdam
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening inzake bijstandsuitkering op basis van de Participatiewet
Op 25 november 2025 heeft de voorzieningenrechter van de Rechtbank Rotterdam het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen in de zaak tussen het dagelijks bestuur van Stroomopwaarts MVS en de verzoeker, vertegenwoordigd door mr. G.A.S. Maduro. De zaak betreft de afwijzing van een aanvraag om bijstandsuitkering op grond van de Participatiewet door Stroomopwaarts, die op 20 oktober 2025 is genomen. De verzoeker had bezwaar gemaakt tegen deze afwijzing en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening, zodat hij tijdens de bezwaarprocedure een uitkering zou ontvangen.
De voorzieningenrechter heeft vastgesteld dat de verzoeker in 2016 Nederland heeft verlaten en naar België is verhuisd, waarna hij in Egypte verbleef en uiteindelijk terugkeerde naar Nederland. Bij zijn aanvraag om bijstandsuitkering op 12 september 2025 heeft hij bankafschriften overgelegd, maar er was onduidelijkheid over zijn feitelijke verblijfplaats. Stroomopwaarts heeft een onderzoek ingesteld en geconcludeerd dat de verzoeker zijn inlichtingenplicht heeft geschonden, omdat hij onvoldoende controleerbare gegevens heeft verstrekt over zijn verblijfplaats. De voorzieningenrechter oordeelde dat er geen spoedeisend belang was voor het treffen van een voorlopige voorziening, omdat de verzoeker niet voldoende aannemelijk had gemaakt dat hij recht had op bijstand.
De voorzieningenrechter benadrukte dat de aanvrager van bijstand de bewijslast heeft om aan te tonen dat hij recht heeft op bijstand en dat dit ook geldt voor daklozen. De voorzieningenrechter wees het verzoek af en concludeerde dat er onvoldoende aanknopingspunten waren om het bestreden besluit onrechtmatig te achten. De uitspraak is gedaan in aanwezigheid van de griffier, mr. D.J. Bes, en is openbaar uitgesproken op dezelfde datum.