ECLI:NL:RBROT:2025:14308
Rechtbank Rotterdam
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening bij aanvraag bijstandsuitkering wegens onvoldoende medewerking
Verzoeker heeft een aanvraag om bijstandsuitkering ingediend bij Stroomopwaarts, die deze aanvraag heeft afgewezen wegens het schenden van de inlichtingenplicht. Verzoeker verbleef sinds 2016 afwisselend in België, Egypte en Nederland en heeft zich bij terugkeer gemeld bij de gemeente Rotterdam, die hem doorverwees naar Vlaardingen. Uit onderzoek bleek dat verzoeker niet consistent in Vlaardingen verbleef maar ook in Rotterdam bij een kennis in een bedrijfspand sliep.
De voorzieningenrechter oordeelt dat verzoeker onvoldoende controleerbare gegevens heeft verstrekt over zijn feitelijke verblijfplaats en dat Stroomopwaarts op basis van de rapportage terecht heeft geconcludeerd dat het recht op bijstand niet kan worden vastgesteld. Hoewel verzoeker een spoedeisend belang heeft, is het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen omdat de medewerkingsplicht niet is nagekomen.
De voorzieningenrechter benadrukt dat ook bij herhaalde vragen volledige medewerking vereist is en dat het recht op bijstand mogelijk in de bezwaarfase alsnog kan worden vastgesteld als verzoeker met duidelijke informatie komt. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid van de feitelijke verblijfplaats en schending van de inlichtingenplicht.