ECLI:NL:RBROT:2025:14323

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
24 november 2025
Publicatiedatum
9 december 2025
Zaaknummer
ROT 25/8957
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedures
  • Proces-verbaal
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing aanvraag geluidsdichte zorgunit op grond van de Wmo voor een zoon met psychische aandoening en geluidsoverlast

In deze zaak heeft de voorzieningenrechter van de Rechtbank Rotterdam op 24 november 2025 uitspraak gedaan op het verzoek van verzoeker om een voorlopige voorziening. Verzoeker, die samen met zijn zoon in Hoogvliet Rotterdam woont, heeft een aanvraag ingediend voor een geluidsdichte zorgunit. Dit verzoek is gedaan omdat zijn zoon, die lijdt aan een neurologische aandoening, regelmatig geluidsoverlast veroorzaakt, wat heeft geleid tot klachten van buren en een ontruimingsprocedure door de woningcorporatie Hef Wonen. Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam heeft de aanvraag afgewezen, met het argument dat de woning van verzoeker geschikt is voor duurzaam gebruik en dat de Wmo niet bedoeld is om geluidsoverlast te verminderen. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen, omdat niet is gebleken dat de zoon van verzoeker in zijn zelfredzaamheid of participatie wordt beperkt door de huidige woonomstandigheden. De voorzieningenrechter concludeert dat de Wmo in deze situatie geen oplossing biedt voor de geluidsoverlast en dat verzoeker geen recht heeft op de gevraagde maatwerkvoorziening. De uitspraak is openbaar gedaan en partijen zijn gewezen op het feit dat er geen hoger beroep of verzet mogelijk is tegen deze beslissing.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 25/8957
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van 24 november 2025 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen

[verzoeker], uit Hoogvliet Rotterdam, verzoeker

(gemachtigde: mr. F. Ergec),
en

het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam, het college

(gemachtigde: mr. A. Hielkema).

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker tegen de afwijzing van zijn aanvraag om een maatwerkvoorziening op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo).
1.1.
Verzoeker heeft op 3 april 2025 een aanvraag gedaan voor een geluidsdichte woonunit en een driewielfiets voor zijn zoon [naam].
1.2.
Het college heeft deze aanvraag met het besluit van 13 mei 2025 afgewezen. Met het bestreden besluit van 2 oktober 2025 heeft het college het bezwaar van verzoeker tegen de afwijzing ongegrond verklaard. Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep (ROT 25/8836) ingesteld en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
1.3.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 24 november 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, de gemachtigde van verzoeker en de gemachtigde van het college.
1.4.
Na afloop van de zitting heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk mondeling uitspraak gedaan.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

Wat is er gebeurd?
2. Verzoeker woont samen met zijn zoon [naam] (25) op het adres [adres]. [naam] heeft een neurologische aandoening [1] waardoor hij regelmatig agressief gedrag vertoont en verstandelijk beperkt is.
2.1.
Woningcorporatie Hef Wonen ontvangt al sinds 2022 klachten van buren over geluidsoverlast vanuit de woning van verzoeker, veroorzaakt door zijn zoon (regelmatig schreeuwen en bonken op de muren, ook tijdens de nachtelijke uren). Dit was voor Hef Wonen reden om een ontruimingsprocedure te starten. Met de uitspraken van 20 maart 2025 en 11 juni 2025 heeft de kantonrechter in Rotterdam tot tweemaal toe een verzoek van Hef Wonen om het treffen van een voorlopige voorziening afgewezen. Daarbij heeft de kantonrechter onder meer betrokken dat [naam] in februari 2025 met nieuwe medicatie is gestart en dat sindsdien minder meldingen van geluidsoverlast zijn gedaan. Ook is betrokken dat mogelijk een maatwerkvoorziening op grond van de Wmo wordt toegekend, in de vorm van een geluidsdichte unit. De bodemzaak in de ontruimingsprocedure diende op 19 november 2025. Een uitspraak wordt binnen vier weken verwacht.
Waar gaat deze zaak om?
3. Het college heeft in het bestreden besluit de afwijzing van de aanvraag gehandhaafd. Een maatwerkvoorziening op grond van de Wmo is volgens het college in dit geval niet geïndiceerd. [naam] kan ondanks zijn beperkingen normaal gebruik maken van de hele woning. Een geluidsdichte woonunit is daarom niet nodig. De Wmo is volgens het college niet bedoeld om het probleem van de geluidsoverlast op te lossen.
4. Verzoeker is het met dit besluit niet eens. Met zijn verzoek wil verzoeker bereiken dat de voorzieningenrechter het college zal opdragen hem alsnog een geluidsdichte woonunit toe te kennen. Op de zitting heeft verzoeker bevestigd dat het verzoek geen betrekking heeft op het bestreden besluit, voorzover daarbij wordt geweigerd een driewielerfiets te verstrekken.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek af
5. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe hij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank niet in de bodemzaak.
Spoedeisend belang
6. De voorzieningenrechter stelt vast dat de Wmo in situaties zoals hier aan de orde is in beginsel een oplossing kan bieden. Gelet op de procedure die momenteel bij de kantonrechter aanhangig is, bestaat nog steeds een kans dat verzoeker en zijn zoon vanwege de geluidsoverlast uit hun woning zullen worden gezet. Een geluidsdichte woonunit zou hier een uitkomst kunnen bieden. De voorzieningenrechter neemt het spoedeisend belang in deze zaak daarom wel aan.
Mocht het college de gevraagde maatwerkvoorziening weigeren?
7. Met een schorsing van het bestreden weigeringsbesluit schiet verzoeker niets op. Verzoeker vraagt de voorzieningenrechter daarom ook om toestemming te geven voor het plaatsen van een woonunit en het college op te dragen hiervoor te zorgen. Dit is een zeer verstrekkend verzoek dat, mocht het worden toegewezen, het college voor een voldongen feit stelt. De voorzieningenrechter moet dan wel concrete aanwijzingen hebben dat het bestreden besluit onrechtmatig is en dat voor verzoeker in het licht van de Wmo een noodsituatie of een onomkeerbare situatie dreigt te ontstaan als de woonunit niet wordt verstrekt. Daarvan is de voorzieningenrechter in dit geval niet gebleken.
8. Het college kan een maatwerkvoorziening vaststellen voor zover sprake is van beperkingen in de zelfredzaamheid of participatie en deze niet op een andere manier kunnen worden opgelost. [2] Niet is in geschil dat de zoon van verzoeker meerdere beperkingen heeft. Hij ontvangt daarvoor hulp en zorg vanuit de Wet langdurige zorg. Dit wil echter nog niet zeggen dat dus een maatwerkvoorziening voor de woning nodig is (op grond van de Wmo). Uit de gedingstukken blijkt dat de woning van verzoeker en zijn zoon geschikt is om duurzaam, dus gedurende het gehele jaar, te worden bewoond. [3] Ook blijkt uit de stukken dat de zoon van verzoeker ondanks zijn beperkingen normaal gebruik kan maken van alle elementaire ruimtes in het huis. [4] Niet is gebleken dat hij problemen heeft met de woon-technische kenmerken van de woning of daardoor wordt beperkt. Weliswaar is het zo dat de zoon geluidsoverlast veroorzaakt en dat de buren daar hinder van ondervinden. Dit maakt echter niet dat hij daarom geen normaal gebruik kan maken van de woning. Hij wordt dus niet beperkt in zijn zelfredzaamheid en participatie. Daarbij is de voorzieningenrechter met het college van oordeel dat de Wmo niet is bedoeld voor het verminderen van geluidsoverlast.
9. Hetgeen verzoeker verder nog heeft aangevoerd, bijvoorbeeld over het stappenplan, kan in bezwaar nader aan de orde komen. In wat verzoeker heeft aangevoerd ziet de voorzieningenrechter geen grond voor het oordeel dat in strijd met het vertrouwensbeginsel is besloten. De voorzieningenrechter ziet hierin geen aanleiding voor het treffen van een voorlopige voorziening.

Conclusie en gevolgen

10. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Dat betekent dat verzoeker geen geluidsdichte woonunit krijgt. Voor vergoeding van het griffierecht of een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
11. Partijen zijn erop gewezen dat tegen deze mondelinge uitspraak geen hoger beroep of verzet openstaat.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 24 november 2025 door mr. V. van Dorst, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van M.G. den Ambtman, griffier.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Cornelia de Lange syndroom - Kinderneurologie
2.Zie ook artikel 2.3.5, derde lid, van de Wmo.
3.Zie ook artikel 3.2.19, eerste lid, aanhef en onder a, van de Verordening maatschappelijke ondersteuning en Jeugdhulp Rotterdam 2025.
4.Zie ook paragraaf 4.1 van de Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Rotterdam 2025.