2.1.Woningcorporatie Hef Wonen ontvangt al sinds 2022 klachten van buren over geluidsoverlast vanuit de woning van verzoeker, veroorzaakt door zijn zoon (regelmatig schreeuwen en bonken op de muren, ook tijdens de nachtelijke uren). Dit was voor Hef Wonen reden om een ontruimingsprocedure te starten. Met de uitspraken van 20 maart 2025 en 11 juni 2025 heeft de kantonrechter in Rotterdam tot tweemaal toe een verzoek van Hef Wonen om het treffen van een voorlopige voorziening afgewezen. Daarbij heeft de kantonrechter onder meer betrokken dat [naam] in februari 2025 met nieuwe medicatie is gestart en dat sindsdien minder meldingen van geluidsoverlast zijn gedaan. Ook is betrokken dat mogelijk een maatwerkvoorziening op grond van de Wmo wordt toegekend, in de vorm van een geluidsdichte unit. De bodemzaak in de ontruimingsprocedure diende op 19 november 2025. Een uitspraak wordt binnen vier weken verwacht.
3. Het college heeft in het bestreden besluit de afwijzing van de aanvraag gehandhaafd. Een maatwerkvoorziening op grond van de Wmo is volgens het college in dit geval niet geïndiceerd. [naam] kan ondanks zijn beperkingen normaal gebruik maken van de hele woning. Een geluidsdichte woonunit is daarom niet nodig. De Wmo is volgens het college niet bedoeld om het probleem van de geluidsoverlast op te lossen.
4. Verzoeker is het met dit besluit niet eens. Met zijn verzoek wil verzoeker bereiken dat de voorzieningenrechter het college zal opdragen hem alsnog een geluidsdichte woonunit toe te kennen. Op de zitting heeft verzoeker bevestigd dat het verzoek geen betrekking heeft op het bestreden besluit, voorzover daarbij wordt geweigerd een driewielerfiets te verstrekken.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek af
5. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe hij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank niet in de bodemzaak.
6. De voorzieningenrechter stelt vast dat de Wmo in situaties zoals hier aan de orde is in beginsel een oplossing kan bieden. Gelet op de procedure die momenteel bij de kantonrechter aanhangig is, bestaat nog steeds een kans dat verzoeker en zijn zoon vanwege de geluidsoverlast uit hun woning zullen worden gezet. Een geluidsdichte woonunit zou hier een uitkomst kunnen bieden. De voorzieningenrechter neemt het spoedeisend belang in deze zaak daarom wel aan.
Mocht het college de gevraagde maatwerkvoorziening weigeren?
7. Met een schorsing van het bestreden weigeringsbesluit schiet verzoeker niets op. Verzoeker vraagt de voorzieningenrechter daarom ook om toestemming te geven voor het plaatsen van een woonunit en het college op te dragen hiervoor te zorgen. Dit is een zeer verstrekkend verzoek dat, mocht het worden toegewezen, het college voor een voldongen feit stelt. De voorzieningenrechter moet dan wel concrete aanwijzingen hebben dat het bestreden besluit onrechtmatig is en dat voor verzoeker in het licht van de Wmo een noodsituatie of een onomkeerbare situatie dreigt te ontstaan als de woonunit niet wordt verstrekt. Daarvan is de voorzieningenrechter in dit geval niet gebleken.
8. Het college kan een maatwerkvoorziening vaststellen voor zover sprake is van beperkingen in de zelfredzaamheid of participatie en deze niet op een andere manier kunnen worden opgelost.Niet is in geschil dat de zoon van verzoeker meerdere beperkingen heeft. Hij ontvangt daarvoor hulp en zorg vanuit de Wet langdurige zorg. Dit wil echter nog niet zeggen dat dus een maatwerkvoorziening voor de woning nodig is (op grond van de Wmo). Uit de gedingstukken blijkt dat de woning van verzoeker en zijn zoon geschikt is om duurzaam, dus gedurende het gehele jaar, te worden bewoond.Ook blijkt uit de stukken dat de zoon van verzoeker ondanks zijn beperkingen normaal gebruik kan maken van alle elementaire ruimtes in het huis.Niet is gebleken dat hij problemen heeft met de woon-technische kenmerken van de woning of daardoor wordt beperkt. Weliswaar is het zo dat de zoon geluidsoverlast veroorzaakt en dat de buren daar hinder van ondervinden. Dit maakt echter niet dat hij daarom geen normaal gebruik kan maken van de woning. Hij wordt dus niet beperkt in zijn zelfredzaamheid en participatie. Daarbij is de voorzieningenrechter met het college van oordeel dat de Wmo niet is bedoeld voor het verminderen van geluidsoverlast.
9. Hetgeen verzoeker verder nog heeft aangevoerd, bijvoorbeeld over het stappenplan, kan in bezwaar nader aan de orde komen. In wat verzoeker heeft aangevoerd ziet de voorzieningenrechter geen grond voor het oordeel dat in strijd met het vertrouwensbeginsel is besloten. De voorzieningenrechter ziet hierin geen aanleiding voor het treffen van een voorlopige voorziening.