ECLI:NL:RBROT:2025:14328

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
20 oktober 2025
Publicatiedatum
9 december 2025
Zaaknummer
C/10/707891 / JE RK 25-2058
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beschikking inzake ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige

Op 20 oktober 2025 heeft de kinderrechter van de Rechtbank Rotterdam een beschikking uitgesproken in de zaak van de Raad voor de Kinderbescherming regio Rotterdam-Dordrecht betreffende een minderjarige, geboren in 2009. De kinderrechter heeft de minderjarige onder toezicht gesteld voor de duur van een jaar en een machtiging tot uithuisplaatsing verleend voor een periode van drie maanden. De Raad verzocht om deze maatregelen vanwege ernstige zorgen over de ontwikkeling van de minderjarige, die onder andere te maken hebben met schoolverzuim, een onveilige opvoedomgeving en middelengebruik door de moeder. Tijdens de zitting waren de moeder, de vader, hun advocaten en vertegenwoordigers van de gecertificeerde instelling aanwezig. De kinderrechter heeft vastgesteld dat de ouders niet in staat zijn om de bedreigde ontwikkeling van de minderjarige af te wenden en dat hulpverlening in het gedwongen kader noodzakelijk is. De kinderrechter heeft de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaard, wat betekent dat de maatregelen direct van kracht zijn, ook als er hoger beroep wordt ingesteld. De Raad is verzocht om een rapportage over de stand van zaken voor de pro forma zitting op 1 december 2025.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/707891 / JE RK 25-2058
Datum uitspraak: 20 oktober 2025
Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de Raad voor de Kinderbescherming regio Rotterdam-Dordrecht,
hierna te noemen de Raad, gevestigd te Rotterdam,
over
[minderjarige],
geboren op [geboortedatum] 2009 in [geboorteplaats] , hierna te noemen [voornaam minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam moeder],
hierna te noemen de moeder, wonende in [woonplaats] ,
advocaat mr. P.V. Hübner, kantoorhoudende te Rotterdam,
[naam vader],
hierna te noemen de vader, wonende in [woonplaats] .
de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, hierna te noemen de GI, gevestigd te Amsterdam.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen van de Raad van 6 oktober 2025, binnengekomen bij de rechtbank op diezelfde datum.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 20 oktober 2025. Daarbij waren aanwezig:
- de moeder met haar advocaat en bijgestaan door een tolk;
  • de vader;
  • een vertegenwoordiger van de Raad, te weten [persoon A] ;
- een vertegenwoordiger van de GI, te weten [persoon B] .
1.3.
Aan de moeder is in het kader van de pilot kosteloze rechtsbijstand als advocaat
mr. P.V. Hübner, advocaat te Rotterdam aangewezen.
1.4.
De kinderrechter heeft [voornaam minderjarige] naar zijn mening gevraagd. [voornaam minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [voornaam minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.
1.5.
Aangezien de moeder de Nederlandse taal niet of onvoldoende machtig is, maar wel de Italiaanse taal, heeft de kinderrechter het verhoor doen plaatsvinden met bijstand van M. Marino, tolk in de Italiaanse taal. De kinderrechter heeft vastgesteld dat de tolk is beëdigd overeenkomstig het bepaalde in artikel 12 van de Wet beëdigde tolken en vertalers.

2.De feiten

2.1.
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] .
2.2.
[voornaam minderjarige] woont bij zijn moeder.

3.Het (gewijzigde) verzoek

3.1.
De Raad verzoekt [voornaam minderjarige] onder toezicht te stellen voor de duur van een jaar. Ook verzoekt de Raad een machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg te verlenen voor de duur van negen maanden. De Raad verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2.
Ter zitting heeft de Raad het verzoek ten aanzien van de ondertoezichtstelling gehandhaafd en het verzoek ten aanzien van de machtiging tot uithuisplaatsing gewijzigd, in die zin dat wordt verzocht om een machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg of een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlenen voor de duur van negen maanden. De Raad maakt zich samen met de hulpverleners en de school zorgen over [voornaam minderjarige] . Zo is er sprake van ernstig schoolverzuim en worden de medische afspraken niet nagekomen. [voornaam minderjarige] groeit op in een instabiele en onveilige opvoedomgeving en bij de moeder is er sprake van middelengebruik. Verder ziet [voornaam minderjarige] zijn vader (bijna) niet meer nu de ouders sinds mei 2024 uit elkaar zijn. Er is sprake van strijd tussen de ouders en er zijn veel politiemeldingen gedaan. Als de maatregelen worden uitgesproken, dan zal de GI op zoek gaan naar een pleeggezin of naar een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder. Vanwege de leeftijd van [voornaam minderjarige] is het lastig om een pleeggezin te vinden. [voornaam minderjarige] kan niet bij de vader worden geplaatst vanwege de strijd. Ook kan [voornaam minderjarige] niet bij de grootouders vaderszijde worden geplaatst, omdat [voornaam minderjarige] geen contact meer heeft met zijn grootouders sinds de relatie tussen de ouders is beëindigd. Het is belangrijk dat het contact tussen de zus en [voornaam minderjarige] wordt gefaciliteerd.

4.De standpunten

4.1.
De GI heeft ter zitting het verzoek van de Raad ondersteund en het volgende meegedeeld. De GI denkt dat [voornaam minderjarige] te oud is om in een pleeggezin te worden geplaatst, maar [voornaam minderjarige] kan mogelijk wel worden geplaatst in een gezinshuis. Er is nog geen vaste jeugdbeschermer beschikbaar. De komende periode wil de GI zo snel mogelijk een passende plek voor [voornaam minderjarige] vinden.
4.2.
Door en namens de moeder is ter zitting het volgende meegedeeld. De moeder verzet zich niet tegen een ondertoezichtstelling. De moeder kan zich echter niet vinden in een machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] . De zorgen zoals omschreven in het rapport zijn verouderd. Zo ontkent de moeder verslaafd te zijn aan middelen. De moeder slikt wel slaapmedicatie, maar dit is afgestemd met Antes. Het lukt de moeder om voor [voornaam minderjarige] te zorgen en het huis is op orde. [voornaam minderjarige] gaat weer naar school. Als [voornaam minderjarige] niet naar school gaat, dan kan dit komen omdat [voornaam minderjarige] de deur niet uit durft en bang is om zijn vader tegen te komen. Het is belangrijk dat [voornaam minderjarige] niet uit zijn vertrouwde omgeving wordt weggehaald. [voornaam minderjarige] kan bijvoorbeeld een dagbehandeling volgen en met een psycholoog kan praten. Het is onwenselijk dat er nog geen plek voor [voornaam minderjarige] bekend is.
4.3.
Ter zitting heeft de vader zich niet verzet tegen het verzoek van de Raad. De vader maakt zich ernstig zorgen over [voornaam minderjarige] . Zo heeft [voornaam minderjarige] geen structuur, gaat hij niet naar school, heeft hij ondergewicht en komt bijna niet buiten. [voornaam minderjarige] komt soms bij de vader op bezoek.

5.De beoordeling

5.1.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een ondertoezichtstelling is voldaan. [1] De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
5.2.
Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting is gebleken dat [voornaam minderjarige] ernstig in zijn ontwikkeling wordt bedreigd. Zo is er sprake van langdurig schoolverzuim bij [voornaam minderjarige] en komt hij weinig buiten. Verder is er sprake geweest van ondergewicht bij [voornaam minderjarige] en komt hij zijn medische afspraken niet na. [voornaam minderjarige] is bekend met automutilatie en verzorgt zichzelf onvoldoende. Bij de moeder is sprake van een instabiele en onveilige woonsituatie en de moeder sluit onvoldoende aan bij de behoeften van [voornaam minderjarige] . Bij de moeder is er sprake van middelengebruik en zij wordt in beslag genomen door persoonlijke problematiek. De moeder bagatelliseert de zorgen. Sinds mei 2024 is de relatie tussen de ouders verbroken en is de vader een verdieping hoger in het appartementencomplex gaan wonen bij zijn nieuwe partner. Dit zorgt voor veel spanningen tussen de ouders en hier wordt [voornaam minderjarige] mee belast. [voornaam minderjarige] is getuige van deze spanningen en er zijn meerdere meldingen bekend bij de politie. Er is sprake van een loyaliteitsconflict en [voornaam minderjarige] zit klem tussen de ouders.
5.3.
De afgelopen periode is er geprobeerd om hulpverlening binnen het vrijwillig kader in te zetten. Zo zijn Antes en het Wijkteam betrokken, maar de inzet van deze hulpverlening heeft niet geleid tot een vermindering van de zorgen. De ouders zijn momenteel niet zelfstandig in staat om de bedreigde ontwikkeling van [voornaam minderjarige] af te wenden. De hulpverlening in het gedwongen kader is daarom noodzakelijk. De komende periode is het belangrijk dat er hulpverlening voor de ouders en [voornaam minderjarige] wordt ingezet.
5.4.
De ondertoezichtstelling is daarom noodzakelijk. De kinderrechter stelt [voornaam minderjarige] onder toezicht voor de duur van een jaar, te weten tot 20 oktober 2026.
5.5.
Ook is de kinderrechter van oordeel dat de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding. [2] Het afgelopen jaar zijn de zorgen over [voornaam minderjarige] toegenomen. De ouders zitten in een strijd en het lukt [voornaam minderjarige] niet om onbelast contact te hebben met beide ouders. [voornaam minderjarige] gaat niet naar school en mist medische zorg. [voornaam minderjarige] komt niet aan zijn ontwikkelingstaken toe. De opvoedsituatie van [voornaam minderjarige] bij de moeder is dusdanig instabiel en onveilig, dat het van belang is dat [voornaam minderjarige] de komende periode op een neutrale plek verblijft. Het is hierbij van belang dat [voornaam minderjarige] zijn zus blijft zien, omdat zij steunend is voor [voornaam minderjarige] . De komende periode is het belangrijk dat [voornaam minderjarige] op een neutrale plek terechtkomt waar hij weer aan zijn ontwikkelingstaken toekomt. Hierbij dient er te worden gekeken naar een pleeggezin of gezinshuis voor [voornaam minderjarige] .
5.6.
De kinderrechter ziet aanleiding om de machtiging tot uithuisplaatsing te verlenen voor een kortere duur dan is verzocht, omdat het onduidelijk is waar [voornaam minderjarige] terecht kan. De kinderrechter verleent daarom een machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg of een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder voor een periode van drie maanden, te weten tot 20 januari 2026. De kinderrechter houdt de beslissing voor het overig verzochte aan.
5.7.
De Raad wordt verzocht om uiterlijk een week vóór de hierna te noemen pro forma-datum de kinderrechter een briefrapportage (met afschrift aan de GI, de moeder, haar advocaat en de vader) te overleggen over de dan huidige stand van zaken en daarbij vermelden of het verzoek voor het overige verzochte ten aanzien van [voornaam minderjarige] al dan niet wordt gehandhaafd.
5.8.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
stelt [voornaam minderjarige] onder toezicht van de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering met ingang van 20 oktober 2025 tot 20 oktober 2026;
6.2.
verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg of een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder met ingang van 20 oktober 2025 tot 20 januari 2026;
6.3.
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
en alvorens verder te beslissen:
6.4.
bepaalt dat de behandeling van de zaak voor het overige wordt aangehouden tot
1 december 2025 pro forma;
6.5.
bepaalt dat de Raad, GI, de moeder, haar advocaat en de vader op de genoemde pro formadatum niet ter zitting behoeven te verschijnen;
6.6.
verzoekt de Raad uiterlijk op de genoemde datum de rechtbank de verzochte rapportage te doen toekomen.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 20 oktober 2025 door mr. S. Riege, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. K.F.G. van Leeuwen als griffier, en op schrift gesteld op 24 november 2025.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:255 BW.
2.Artikel 1:265b, eerste lid, BW.