De Raad voor de Kinderbescherming heeft verzocht om ondertoezichtstelling van een minderjarige voor de duur van een jaar en een machtiging tot uithuisplaatsing voor negen maanden. De kinderrechter heeft op 20 oktober 2025 de zitting gehouden waarbij de moeder, vader, vertegenwoordigers van de Raad en de gecertificeerde instelling aanwezig waren. De minderjarige heeft zelf gesproken met de kinderrechter.
De feiten tonen aan dat de minderjarige ernstig in zijn ontwikkeling wordt bedreigd door langdurig schoolverzuim, medische nalatigheid, automutilatie en een onveilige thuissituatie met middelengebruik van de moeder. De ouders zijn gescheiden en er is sprake van een conflict dat de minderjarige belast. Hulpverlening binnen het vrijwillig kader heeft onvoldoende effect gehad.
De kinderrechter oordeelt dat ondertoezichtstelling noodzakelijk is en verleent deze voor de duur van een jaar. Tevens wordt een machtiging tot uithuisplaatsing verleend voor drie maanden in een pleegzorgvoorziening of jeugdhulpaccommodatie, korter dan verzocht vanwege onduidelijkheid over een passende plek. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en de behandeling wordt aangehouden tot een pro forma zitting op 1 december 2025.