ECLI:NL:RBROT:2025:14335

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
30 oktober 2025
Publicatiedatum
9 december 2025
Zaaknummer
C/10/707969 / JE RK 25-2073
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:260 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling minderjarige wegens bedreigde ontwikkeling en loyaliteitsconflict

De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond verzocht om verlenging van de ondertoezichtstelling van een minderjarige geboren in 2020, die deels bij de moeder en deels bij de vader woont. De moeder werkte aanvankelijk onvoldoende mee aan hulpverlening, maar toont recent verbeteringen en woont nu zelfstandig op een zolderkamer. De vader verzette zich niet tegen het verzoek, maar uitte zorgen over het gebrek aan zicht op de thuissituatie bij de moeder en de negatieve invloed op de minderjarige.

De kinderrechter constateert dat de ontwikkeling van de minderjarige nog steeds ernstig wordt bedreigd door een verstoorde relatie tussen de ouders, wat leidt tot een loyaliteitsconflict. De minderjarige bezoekt een Sociaal Maatschappelijk Werker en de ouders communiceren op een aanvaardbare wijze over het noodzakelijke. De moeder werkt inmiddels mee aan ambulante pedagogische ondersteuning, maar er is nog onvoldoende zicht op haar thuissituatie.

Gezien het feit dat de ouders nog niet zelfstandig de bedreigde ontwikkeling kunnen afwenden en het belang van verdere begeleiding en zicht op de thuissituatie, acht de kinderrechter verlenging van de ondertoezichtstelling noodzakelijk. De beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, waardoor deze direct geldt, ook bij hoger beroep.

Uitkomst: De ondertoezichtstelling van de minderjarige wordt verlengd tot 9 mei 2026 en de beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/707969 / JE RK 25-2073
Datum uitspraak: 30 oktober 2025
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,
gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen de GI,
over
[minderjarige],
geboren op [geboortedatum] 2020 in [geboorteplaats] , hierna te noemen [voornaam minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam moeder],
hierna te noemen de moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
[naam vader],
hierna te noemen de vader, wonende in [woonplaats] .

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
  • het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 7 oktober 2025, binnengekomen bij de rechtbank op 8 oktober 2025;
  • een bericht van de moeder van 26 oktober 2025.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 30 oktober 2025. Daarbij waren aanwezig:
- de vader;
- een vertegenwoordiger van de GI, te weten [persoon A] .
De moeder is niet verschenen. De moeder heeft zich bij voormeld bericht afgemeld voor de zitting.

2.De feiten

2.1.
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] .
2.2.
[voornaam minderjarige] woont deels bij de moeder en deels bij de vader.
2.3.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 14 oktober 2024 de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] verlengd tot 9 november 2025.

3.Het verzoek

3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] te verlengen voor de duur van zes maanden en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2.
Ter zitting heeft de GI het verzoek gehandhaafd en als volgt toegelicht. Er is al veel hulpverlening ingezet bij de vader. De moeder werkte onvoldoende mee aan de hulpverlening in de periode toen zij nog bij haar moeder woonde. Inmiddels heeft de moeder stappen gemaakt. De moeder woont nu op zichzelf en woont op een zolderkamer. De kamer is schoon en netjes. Zij deelt de woonkamer, badkamer en keuken met een andere bewoner. Waarschijnlijk kan de moeder binnen een jaar verhuizen naar een ruimere woning. De moeder heeft zich opengesteld voor de samenwerking met de GI en is gaan meewerken aan Sterk in Regie. De GI heeft hierdoor beter zicht gekregen op het opvoedhandelen van de moeder. Ook is er Ambulante Pedagogische Ondersteuning ingezet. Het gaat steeds beter met [voornaam minderjarige] en op school doet hij het goed. [voornaam minderjarige] heeft nog wel last van een loyaliteitsconflict tussen de ouders. Ondanks dat is de situatie aanvaardbaar nu. De GI wil alleen nog meer zicht krijgen op de thuissituatie bij de moeder voordat de hulpverlening verder kan in een vrijwillig kader.

4.Het standpunt van de vader

4.1.
Ter zitting heeft de vader zich niet verzet tegen het verzoek van de GI. De vader maakt zich zorgen over [voornaam minderjarige] en vindt het kwalijk dat er weinig zicht is gekomen op de thuissituatie bij de moeder. De moeder woont op een kleine zolderkamer. Als [voornaam minderjarige] bij de moeder is, is hij sip. Het lukt de vader niet om met de moeder te communiceren, omdat er verwijtend wordt gesproken over elkaar. De vader wordt niet op de hoogte gebracht van belangrijke afspraken en gebeurtenissen van [voornaam minderjarige] .

5.De beoordeling

5.1.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. [1] De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
5.2.
Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting is gebleken dat [voornaam minderjarige] nog altijd ernstig in zijn ontwikkeling wordt bedreigd. Ouders hebben een verstoorde relatie waardoor bij [voornaam minderjarige] sprake is van een loyaliteitsconflict. Omdat [voornaam minderjarige] last heeft van deze spanningen, gaat hij naar een Sociaal Maatschappelijk Werker (hierna SMW’er). Het lukt de ouders momenteel om op een aanvaardbare manier te communiceren met elkaar. De ouders communiceren alleen over het nodige en dit verloopt naar omstandigheden goed. De moeder hield eerst de deur voor de hulpverlening gesloten toen zij nog bij haar moeder woonde. Nadat zij op zichzelf is gaan wonen met [voornaam minderjarige] heeft zij zich opengesteld voor de hulpverlening. Sterk in Regie is betrokken geraakt en zij hebben zicht gekregen op de dynamiek tussen de moeder en [voornaam minderjarige] . De afgelopen periode is er nog geen volledig zicht gekomen op de thuissituatie bij de moeder.
5.3.
Nu de ouders nog niet zelfstandig in staat zijn om de bedreigde ontwikkeling van [voornaam minderjarige] af te wenden en er nog onvoldoende zicht is gekomen op de thuissituatie bij de moeder, is hulpverlening in het gedwongen kader noodzakelijk. Daarbij acht de kinderrechter het van belang dat de moeder zal meewerken aan Ambulante Pedagogische ondersteuning. De komende periode is het belangrijk dat de GI dit verder begeleid en is het van belang dat [voornaam minderjarige] naar de SMW’er blijft gaan. Tot slot is het belangrijk dat de GI betrokken blijft bij de communicatie tussen de ouders.
5.4.
De ondertoezichtstelling is daarom nog steeds nodig. De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] voor de duur van zes maanden, te weten tot 9 mei 2026.
5.5.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] tot 9 mei 2026;
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 30 oktober 2025 door mr. M.A. van der Laan-Kuijt, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. K.F.G. van Leeuwen als griffier, en op schrift gesteld op 7 november 2025.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:260 BW Pro.