ECLI:NL:RBROT:2025:14341

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
10 oktober 2025
Publicatiedatum
9 december 2025
Zaaknummer
C/10/706541 / JE RK 25-1881
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige

In deze beschikking van de kinderrechter van de Rechtbank Rotterdam, gedateerd 10 november 2025, wordt de verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige, hierna te noemen [voornaam minderjarige], besproken. De kinderrechter heeft de zaak behandeld naar aanleiding van een verzoek van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond, die op 12 september 2025 een verzoekschrift indiende. De zitting vond plaats op 10 november 2025, waarbij de moeder van [voornaam minderjarige] niet aanwezig was, ondanks dat zij correct was opgeroepen. De kinderrechter heeft vastgesteld dat [voornaam minderjarige] momenteel bij pleegouders verblijft en dat de moeder in detentie heeft gezeten, waardoor er geen contact is geweest tussen moeder en kind.

De kinderrechter heeft in zijn beoordeling de omstandigheden van [voornaam minderjarige] in acht genomen, waaronder haar belast verleden en de noodzaak voor stabiliteit en structuur in haar leven. De kinderrechter heeft geconcludeerd dat de verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing noodzakelijk is voor de verzorging en opvoeding van [voornaam minderjarige]. De kinderrechter heeft de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing verlengd tot 23 november 2026 en verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad. De beslissing is openbaar uitgesproken en er is een mogelijkheid tot hoger beroep bij het gerechtshof Den Haag.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/706541 / JE RK 25-1881
Datum uitspraak: 10 november 2025
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,
gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen de GI,
over
[minderjarige],
geboren op [geboortedatum] 2016 in [geboorteplaats] , hierna te noemen [voornaam minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam moeder],
hierna te noemen de moeder, wonende in [woonplaats 1] ,
[naam pleegmoeder] en [naam pleegvader], hierna te noemen de pleegouders, wonende in [woonplaats 2] .

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 12 september 2025, binnengekomen bij de rechtbank op diezelfde datum.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 10 november 2025. Daarbij waren aanwezig:
- een vertegenwoordiger van de GI, te weten [persoon A] ;
- de pleegouders.
1.3.
De moeder is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de moeder wel juist is opgeroepen.
1.4.
De kinderrechter heeft [voornaam minderjarige] naar haar mening gevraagd. [voornaam minderjarige] heeft geen mening gegeven.

2.De feiten

2.1.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] .
2.2.
[voornaam minderjarige] verblijft bij de pleegouders.
2.3.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 18 november 2024 de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] verlengd tot 23 november 2025. Daarnaast is de machtiging verlengd [voornaam minderjarige] uit huis te plaatsen in een voorziening voor pleegzorg tot 23 november 2025.

3.Het verzoek

3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar. Ook verzoekt de GI de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg te verlengen voor de duur van een jaar.
De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2.
Ter zitting heeft de GI het verzoek gehandhaafd en als volgt toegelicht. De moeder heeft de afgelopen periode in detentie verbleven en momenteel is het onduidelijk waar de moeder verblijft. Het lukt de GI niet om met de moeder in contact te komen. [voornaam minderjarige] heeft haar moeder al voor een langere periode niet gezien en zij mist haar moeder. Ze weet dat zij niet meer bij de moeder kan wonen, maar zou graag weer contact willen. Als er een bezoekmoment plaatsvond tussen de moeder en [voornaam minderjarige] , dan deed de moeder beloftes, waarvan het niet lukt om deze na te komen. Dit is teleurstellend voor [voornaam minderjarige] . De komende periode wil de GI het perspectief van [voornaam minderjarige] gaan bepalen en bezien of de moeder het gezag kan behouden.

4.Het standpunt van de pleegouders

4.1.
De pleegouders hebben ter zitting ingestemd met het verzoek van de GI. Het gaat goed met [voornaam minderjarige] bij de pleegouders en zij zien een stijgende lijn. [voornaam minderjarige] leert steeds meer, zit op ballet en gaat naar feestjes van vriendinnetjes. Zij wordt steeds meer autonoom en ontwikkelt haar eigen mening. Verder is haar grove motoriek verbeterd. Hoewel [voornaam minderjarige] zich positief ontwikkelt in het pleeggezin, mist zij haar moeder heel erg. Verder mist zij haar familie, maar er is gebleken dat contact met hen niet gaat. Op dit moment wordt er gezocht naar een perspectief biedend pleeggezin en er is een gezin geïnteresseerd. Binnenkort zal duidelijk worden of zij hier kan worden geplaatst.

5.De beoordeling

5.1.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. [1] Ook is de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] noodzakelijk in het belang van de verzorging en opvoeding. [2] De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
5.2.
[voornaam minderjarige] heeft een belast verleden en heeft al veel meegemaakt in haar jonge leven. Zo is zij getuige geweest van huiselijk geweld, is zij blootgesteld aan de verslavingsproblematiek van de moeder en is haar vader onverwacht overleden. Uiteindelijk waren de zorgen zo groot dat [voornaam minderjarige] uit huis is geplaatst. Sinds de uithuisplaatsing heeft [voornaam minderjarige] haar moeder weinig gezien. De moeder heeft de afgelopen periode in detentie verbleven en heeft inmiddels haar straf uitgezeten. De moeder heeft echter niets van zich laten horen. Ook de GI lukt het niet om in contact te komen met de moeder. Dit zorgt voor verdriet en teleurstelling bij [voornaam minderjarige] . Inmiddels verblijft zij een jaar bij het crisispleeggezin en hier ontwikkelt zij zich positief. Zo gaat zij naar school, naar ballet en heeft zij vriendinnetjes. [voornaam minderjarige] krijgt hulpverlening vanuit Yulius en dit verloopt goed.
5.3.
Het is belangrijk dat de plaatsing van [voornaam minderjarige] in een (crisis)pleeggezin wordt gecontinueerd. Zij is gebaat bij stabiliteit en structuur. [voornaam minderjarige] verblijft momenteel nog in een crisispleeggezin, maar [voornaam minderjarige] is aangemeld voor een perspectief biedend pleeggezin. Er is een gezin dat voor [voornaam minderjarige] wil zorgen, maar het is nog onduidelijk of [voornaam minderjarige] hier kan worden geplaatst. De komende periode is het belangrijk dat dit verder wordt uitgezocht en verder is het belangrijk dat het perspectief van [voornaam minderjarige] definitief wordt bepaald. Het is van belang dat er duidelijkheid komt voor [voornaam minderjarige] over waar zij gaat opgroeien.
5.4.
De ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing zijn daarom nog steeds nodig. De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg voor de duur van een jaar, te weten tot 23 november 2026.
5.5.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] tot 23 november 2026;
6.2.
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg tot 23 november 2026;
6.3.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 10 november 2025 door mr. A.L Pöll, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. K.F.G. van Leeuwen als griffier, en op schrift gesteld op 12 november 2025.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:260 BW.
2.Artikel 1:265c, tweede lid, BW.