ECLI:NL:RBROT:2025:14342

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
10 november 2025
Publicatiedatum
9 december 2025
Zaaknummer
C/10/706617 / JE RK 25-1894
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling van een minderjarige in het kader van jeugdbescherming

Op 10 november 2025 heeft de kinderrechter van de Rechtbank Rotterdam een beschikking gegeven over de verlenging van de ondertoezichtstelling van een minderjarige, geboren in 2022. De zaak betreft de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond, die verzocht om de ondertoezichtstelling van de minderjarige te verlengen voor de duur van een jaar. De moeder van de minderjarige, die belast is met het ouderlijk gezag, was niet aanwezig op de zitting, maar haar advocaat heeft verweer gevoerd tegen het verzoek van de GI. De kinderrechter heeft vastgesteld dat de minderjarige nog steeds ernstig in haar ontwikkeling wordt bedreigd, onder andere door de complexe PTSS van de moeder en de problematische situatie rondom de vader, die in 2022 als verdachte is aangemerkt voor het in bezit hebben en verspreiden van kinderporno. De kinderrechter heeft geoordeeld dat de ondertoezichtstelling noodzakelijk blijft en heeft deze verlengd tot 28 augustus 2026, met de beslissing dat deze uitvoerbaar bij voorraad is verklaard. De beschikking is openbaar uitgesproken en er is een mogelijkheid tot hoger beroep bij het gerechtshof Den Haag.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/706617 / JE RK 25-1894
Datum uitspraak: 10 november 2025
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,
gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen de GI,
over
[minderjarige],
geboren op [geboortedatum] 2022 in [geboorteplaats] , hierna te noemen [voornaam minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[naam moeder],
hierna te noemen de moeder, wonende in [woonplaats] ,
advocaat mr. T. Erdal kantoorhoudende te Rotterdam.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 9 september 2025, binnengekomen op 15 september 2025.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 10 november 2025. Daarbij waren aanwezig:
- de advocaat van de moeder;
- een vertegenwoordiger van de GI, te weten [persoon A] .
1.3.
De moeder is, hoewel daartoe goed opgeroepen, niet verschenen.

2.De feiten

2.1.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] .
2.2.
[voornaam minderjarige] woont bij haar moeder.
2.3.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft [voornaam minderjarige] bij beschikking van 28 november 2024 onder toezicht gesteld tot 28 november 2025.

3.Het verzoek

3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2.
Ter zitting heeft de GI het verzoek gehandhaafd en als volgt toegelicht. Afgelopen maart is het gezag van de vader beëindigd en is ook de bezoekregeling tussen [voornaam minderjarige] en de vader beëindigd. Het gaat goed met [voornaam minderjarige] bij de moeder, zij heeft minder woedeaanvallen dan voorheen. Daarnaast gaat het beter met de moeder sinds de vader geen gezag meer heeft. Zij ervaart meer rust en volgt behandelingen voor haar complexe trauma’s. De komende periode wil de GI met de moeder bespreken of zij openstaat voor een KSCD-onderzoek, zoals in de familierechtelijke procedure aan de orde is gekomen. Verder wil de GI betrokken blijven omdat de speltherapie van [voornaam minderjarige] binnenkort zal starten en omdat de GI de familierechtelijke procedure die loopt wil blijven volgen. Het verzoek in die procedure is pro forma aangehouden tot 1 april 2026 in afwachting van - in ieder geval - een aanvullend raadsonderzoek.

4.Het standpunt van de moeder

4.1.
Namens de moeder is ter zitting verweer gevoerd tegen het verzoek van de G. Zij verzoekt het verzoek van de GI af te wijzen. De moeder voelt de druk van de ondertoezichtstelling, zij kan zich niet vinden in de zorgen die de GI schetst over [voornaam minderjarige] . Zo is er geen sprake (meer) van hechtingsproblematiek en heeft [voornaam minderjarige] geen boze buien meer. [voornaam minderjarige] gaat tweeënhalve dag per week naar de peuterspeelzaal, gaat naar judo en zwemt. Verder is de familie betrokken bij de moeder en [voornaam minderjarige] , waarbij de familie een stabiele factor is. De moeder kan instemmen met de speltherapie voor [voornaam minderjarige] , maar zij staat niet open voor een onderzoek van het KSCD. Het gaat nog niet goed met de moeder. De moeder is gediagnosticeerd met complexe PTSS. De moeder is acht dagen klinisch opgenomen geweest en hier wordt zij de komende periode verder voor behandeld. Het geeft de moeder rust dat het gezag van de vader is beëindigd en hij geen bezoekregeling meer heeft met [voornaam minderjarige] . Omdat de moeder altijd open heeft gestaan voor de hulpverlening en meewerkt, kan de hulpverlening in het vrijwillig kader worden voortgezet.

5.De beoordeling

5.1.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. [1] De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
5.2.
[voornaam minderjarige] wordt nog altijd ernstig in haar ontwikkeling bedreigd. De vader is in 2022, toen de moeder zwanger was van [voornaam minderjarige] , als verdachte aangemerkt voor het in bezit hebben en verspreiden van kinderporno. Hierdoor zijn de ouders uit elkaar gegaan en wilde de moeder geen contact meer met de vader. De moeder wilde ook niet dat [voornaam minderjarige] contact heeft met de vader. Dit zorgde voor spanningen en stress, waarmee [voornaam minderjarige] werd belast. Dit heeft ertoe geleid dat [voornaam minderjarige] onder toezicht is gesteld. [voornaam minderjarige] heeft tot maart 2025 een bezoekregeling gehad met de vader, maar de omgang is hem voorlopig ontzegd in afwachting van een observatietraject van het NIKA of KSCD en een aanvullend onderzoek van de Raad voor de Kinderbescherming. De zaak is daarvoor aangehouden tot 1 april 2026 pro forma. Er is dus nog geen duidelijkheid over een definitieve regeling voor de vader. Bij de moeder is complexe PTSS geconstateerd en hier wordt de moeder voor behandeld. Hoewel er meer rust is sinds het gezag en van de vader is beëindigd en er geen omgang meer is, zijn er nog zorgen over de hechtingsrelatie tussen [voornaam minderjarige] en de moeder en de emotionele stabiliteit en gesteldheid van de moeder.
5.3.
Hoewel de moeder aangeeft open te staan voor de hulpverlening is er sprake van een zeer kwetsbare situatie en is de kinderrechter van oordeel dat de moeder nog niet zelfstandig in staat is om de ernstig bedreigde ontwikkeling van [voornaam minderjarige] weg te nemen. De familierechtelijke procedure loopt nog en de kinderrechter verwacht dat de moeder in aanloop naar een nieuwe zittingsdatum oplopende spanningen zal ervaren. Daarbij komt dat de moeder nog wordt behandeld voor complexe PTSS en dat de speltherapie van [voornaam minderjarige] binnenkort zal starten, wat ook emotie zal losmaken. Het is daarom belangrijk dat de jeugdbeschermer de komende periode betrokken blijft.
5.4.
De ondertoezichtstelling is daarom nog altijd nodig. De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] voor de duur van negen maanden, zoals verzocht, te weten 28 augustus 2026.
5.5.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] tot 28 augustus 2026;
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 10 november 2025 door mr. A.L Pöll, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. K.F.G. van Leeuwen als griffier, en op schrift gesteld op 12 november 2025.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:260 BW.