Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 29 augustus 2025, met bijlagen;
- de aantekeningen van het mondelinge antwoord, met bijlagen;
- de repliek, tevens akte vermindering van eis.
Rechtbank Rotterdam
In deze zaak vordert Stichting Woonplus Schiedam betaling van een huurachterstand van huurder [gedaagde] op een woonruimte. De huur bedraagt €581,04 per maand en de achterstand bedroeg oorspronkelijk €985,84 tot 21 augustus 2025. Na deze datum heeft de huurder driemaal €50 betaald, waardoor de eis is verminderd tot €835,84.
De kantonrechter oordeelt dat de huurder deze huurachterstand moet voldoen en wijst een betalingsregeling af omdat Woonplus hiervoor geen toestemming heeft gegeven, conform artikel 6:29 BW Pro. De incassokosten en rente worden afgewezen omdat artikel 13.3 van de algemene huurvoorwaarden van Woonplus een oneerlijk boetebeding bevat. Dit beding legt een boete op bij te late betaling, wat volgens de rechter in strijd is met de wettelijke regeling die alleen rente en incassokosten toestaat.
Verder zijn geen andere oneerlijke bepalingen vastgesteld. De huurder wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten, begroot op €822,95. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat het direct kan worden uitgevoerd, ook als hoger beroep wordt ingesteld.
Uitkomst: Huurder wordt veroordeeld tot betaling van €835,84 huurachterstand, incassokosten en rente worden afgewezen wegens oneerlijk boetebeding.