ECLI:NL:RBROT:2025:14352

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
5 december 2025
Publicatiedatum
9 december 2025
Zaaknummer
11867273 CV EXPL 25-19029
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:29 BWArt. 13.3 algemene huurvoorwaarden WoonplusArt. 237 RvArt. 233 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing huurachterstand zonder incassokosten wegens oneerlijk boetebeding

In deze zaak vordert Stichting Woonplus Schiedam betaling van een huurachterstand van huurder [gedaagde] op een woonruimte. De huur bedraagt €581,04 per maand en de achterstand bedroeg oorspronkelijk €985,84 tot 21 augustus 2025. Na deze datum heeft de huurder driemaal €50 betaald, waardoor de eis is verminderd tot €835,84.

De kantonrechter oordeelt dat de huurder deze huurachterstand moet voldoen en wijst een betalingsregeling af omdat Woonplus hiervoor geen toestemming heeft gegeven, conform artikel 6:29 BW Pro. De incassokosten en rente worden afgewezen omdat artikel 13.3 van de algemene huurvoorwaarden van Woonplus een oneerlijk boetebeding bevat. Dit beding legt een boete op bij te late betaling, wat volgens de rechter in strijd is met de wettelijke regeling die alleen rente en incassokosten toestaat.

Verder zijn geen andere oneerlijke bepalingen vastgesteld. De huurder wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten, begroot op €822,95. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat het direct kan worden uitgevoerd, ook als hoger beroep wordt ingesteld.

Uitkomst: Huurder wordt veroordeeld tot betaling van €835,84 huurachterstand, incassokosten en rente worden afgewezen wegens oneerlijk boetebeding.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 11867273 CV EXPL 25-19029
datum uitspraak: 5 december 2025
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
Stichting Woonplus Schiedam,
vestigingsplaats: Schiedam,
eiseres,
gemachtigde: AGIN Timmermans Gerechtsdeurwaarders,
tegen
[gedaagde],
woonplaats: [woonplaats] ,
gedaagde,
die zelf procedeert.
De partijen worden hierna ‘Woonplus’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.

1.De procedure

Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • de dagvaarding van 29 augustus 2025, met bijlagen;
  • de aantekeningen van het mondelinge antwoord, met bijlagen;
  • de repliek, tevens akte vermindering van eis.

2.De beoordeling

Waar gaat de zaak over?
2.1.
[gedaagde] huurt een woning van Woonplus. De huur is nu € 581,04 per maand. Op dit moment is er een huurachterstand. Woonplus eist dat [gedaagde] die huurachterstand betaalt. [gedaagde] moet van de kantonrechter inderdaad de huurachterstand betalen. Hierna wordt uitgelegd waarom.
[gedaagde] moet een huurachterstand van € 835,84 betalen
2.2.
[gedaagde] wordt veroordeeld om € 835,84 aan Woonplus te betalen. Volgens Woonplus was er tot en met 21 augustus 2025 een huurachterstand van € 985,84. [gedaagde] heeft dit niet betwist. Na 21 augustus 2025 is er door [gedaagde] drie keer een betaling van € 50,- gedaan. Woonplus heeft daarom € 150,- op haar eis in mindering gebracht. [gedaagde] wordt veroordeeld om dit bedrag in één keer te betalen. De kantonrechter kan geen betalingsregeling vaststellen in dit vonnis. Daarvoor moet Woonplus namelijk toestemming geven en dat heeft zij niet gedaan (artikel 6:29 BW Pro).
[gedaagde] hoeft geen incassokosten en rente te betalen
2.3.
De kantonrechter wijst de incassokosten en de rente af. In artikel 13.3 van de algemene huurvoorwaarden van Woonplus staat hierover namelijk een oneerlijke bepaling. Omdat die bepaling oneerlijk is, mag Woonplus daar geen beroep op doen en kan zij ook geen aanspraak maken op de incassokosten en rente uit de wet. [1] De bepaling is oneerlijk, omdat daarin staat dat [gedaagde] een boete moet betalen als hij niet aan de verplichtingen uit de overeenkomst voldoet. Daaronder valt ook het op tijd betalen van de huur. Op grond van de wet zou [gedaagde] als hij te laat betaalt alleen de wettelijke rente en incassokosten moeten betalen. Woonplus wijkt met de boete dus in het nadeel van een consument af van de wet door daarnaast een boete op te leggen. Dat maakt deze bepaling hier oneerlijk.
Verder geen oneerlijke bepalingen
De kantonrechter heeft onderzocht of er nog andere oneerlijke bepalingen zijn, maar die zijn er niet. Daarbij is alleen gekeken naar bepalingen die voor deze zaak van belang zouden kunnen zijn. Bepalingen die voor de beoordeling van de eis niet relevant zijn, heeft de kantonrechter dus niet getoetst.
[gedaagde] moet de proceskosten betalen
2.4.
De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] , omdat hij voor het grootste deel ongelijk krijgt (artikel 237 Rv Pro). De kantonrechter begroot de kosten die [gedaagde] aan Woonplus moet betalen op € 145,45 aan dagvaardingskosten, € 340,- aan griffierecht, € 270,- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten × € 135,-) en € 67,50 aan nakosten. Dat is in totaal € 822,95. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.
Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad
2.5.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat Woonplus dat eist en [gedaagde] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv Pro). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan Woonplus te betalen € 835,84;
3.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van Woonplus worden begroot op € 835,84;
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.4.
wijst al het andere af.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.M. van Kalmthout en in het openbaar uitgesproken.
51909

Voetnoten

1.Hof van Justitie van de Europese Unie 27 januari 2021 (Dexia)