Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
[handelsnaam],
[naam 1],
1.De procedure
- de dagvaarding van 22 mei 2025, met bijlagen;
- het antwoord, met een bijlage;
- een door Havensteder overgelegd overzicht van de huurachterstand op 11 november 2025.
Rechtbank Rotterdam
In deze zaak heeft de kantonrechter van de Rechtbank Rotterdam op 12 december 2025 uitspraak gedaan in een geschil tussen Stichting Havensteder en de bewindvoerder van [naam 1]. De eiseres, Havensteder, heeft de bewindvoerder aangeklaagd wegens huurachterstand van € 9.427,58, die tot en met november 2025 niet is betaald. De bewindvoerder, die handelt over de goederen van [naam 1], heeft de huurverplichtingen niet nagekomen, wat heeft geleid tot de vordering van Havensteder om de huurovereenkomst te ontbinden.
Tijdens de zitting op 11 november 2025 zijn beide partijen verschenen. De kantonrechter heeft vastgesteld dat de bewindvoerder formeel de wederpartij is van Havensteder, en dat de huurachterstand ernstig genoeg is om de huurovereenkomst te ontbinden. De kantonrechter heeft de bewindvoerder veroordeeld om de woning binnen veertien dagen na betekening van het vonnis te ontruimen en om de huurachterstand te betalen. Tevens is de bewindvoerder veroordeeld tot betaling van een gebruiksvergoeding tussen de datum van ontruiming en de datum waarop de huurachterstand is voldaan.
De kantonrechter heeft de proceskosten aan de zijde van Havensteder vastgesteld op € 1.505,02, en het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Dit betekent dat de veroordelingen onmiddellijk moeten worden nageleefd, ook als de zaak in hoger beroep wordt gebracht. De beslissing van de kantonrechter benadrukt het belang van tijdige huurbetalingen en de gevolgen van het niet nakomen van deze verplichtingen.