ECLI:NL:RBROT:2025:14399

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
12 december 2025
Publicatiedatum
10 december 2025
Zaaknummer
11718285 CV EXPL 25-12474
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding huurovereenkomst en betaling huurachterstand door bewindvoerder

In deze zaak heeft de kantonrechter van de Rechtbank Rotterdam op 12 december 2025 uitspraak gedaan in een geschil tussen Stichting Havensteder en de bewindvoerder van [naam 1]. De eiseres, Havensteder, heeft de bewindvoerder aangeklaagd wegens huurachterstand van € 9.427,58, die tot en met november 2025 niet is betaald. De bewindvoerder, die handelt over de goederen van [naam 1], heeft de huurverplichtingen niet nagekomen, wat heeft geleid tot de vordering van Havensteder om de huurovereenkomst te ontbinden.

Tijdens de zitting op 11 november 2025 zijn beide partijen verschenen. De kantonrechter heeft vastgesteld dat de bewindvoerder formeel de wederpartij is van Havensteder, en dat de huurachterstand ernstig genoeg is om de huurovereenkomst te ontbinden. De kantonrechter heeft de bewindvoerder veroordeeld om de woning binnen veertien dagen na betekening van het vonnis te ontruimen en om de huurachterstand te betalen. Tevens is de bewindvoerder veroordeeld tot betaling van een gebruiksvergoeding tussen de datum van ontruiming en de datum waarop de huurachterstand is voldaan.

De kantonrechter heeft de proceskosten aan de zijde van Havensteder vastgesteld op € 1.505,02, en het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Dit betekent dat de veroordelingen onmiddellijk moeten worden nageleefd, ook als de zaak in hoger beroep wordt gebracht. De beslissing van de kantonrechter benadrukt het belang van tijdige huurbetalingen en de gevolgen van het niet nakomen van deze verplichtingen.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 11718285 CV EXPL 25-12474
datum uitspraak: 12 december 2025
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
Stichting Havensteder,
vestigingsplaats: Rotterdam,
eiseres,
gemachtigde: Hafkamp Groenewegen Gerechtsdeurwaarders,
tegen
[gedaagde], die handelt onder de naam
[handelsnaam],
als bewindvoerder over de goederen van
[naam 1],
vestigingsplaats: Oirschot,
gedaagde,
die zelf procedeert.
De partijen worden hierna ‘Havensteder’, ‘de bewindvoerder’ en ‘ [naam 1] ’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • de dagvaarding van 22 mei 2025, met bijlagen;
  • het antwoord, met een bijlage;
  • een door Havensteder overgelegd overzicht van de huurachterstand op 11 november 2025.
1.2.
Op 11 november 2025 is de zaak tijdens een zitting besproken. [naam 2] is verschenen namens Havensteder, met [naam 3] namens de gemachtigde van Havensteder. De bewindvoerder is ook verschenen.

2.De beoordeling

bewindvoerder
2.1.
De goederen van [naam 1] staan onder bewind. De bewindvoerder is daarom formeel de wederpartij van Havensteder in deze zaak. De veroordelingen worden daarom tegen de bewindvoerder uitgesproken en niet tegen [naam 1] zelf.
huurachterstand
2.2.
[naam 1] huurt van Havensteder de woning op [adres] . De huur bedraagt momenteel € 1.170,71 per maand. Havensteder stelt dat de bewindvoerder tot en met november 2025 € 9.427,58 aan huur en afrekening servicekosten niet heeft betaald. De bewindvoerder betwist dit niet. De vordering om de bewindvoerder te veroordelen tot betaling van deze achterstand wordt daarom toegewezen.
ontbinding
2.3.
Een huurder is verplicht de huur op tijd te betalen. De bewindvoerder heeft dat in deze zaak niet gedaan. Een huurachterstand van € 9.427,58 oftewel ruim acht maanden huur is ernstig genoeg om, zoals Havensteder vordert, de huurovereenkomst te ontbinden. Die vordering wordt daarom toegewezen. De kantonrechter begrijpt dat dit verstrekkende gevolgen voor [naam 1] heeft, maar daar staat tegenover het belang van Havensteder, namelijk een huurder die de huur op tijd betaalt. Hierbij is ook rekening gehouden met het feit dat de huur ook na de dagvaarding niet is betaald en evenmin is ingelopen op de al ontstane huurachterstand.
ontruiming en gebruiksvergoeding
2.4.
De bewindvoerder wordt ertoe veroordeeld om de woning binnen veertien dagen nadat de deurwaarder dit vonnis uitreikt te ontruimen. De bewindvoerder wordt er ook toe veroordeeld tussen december 2025 (de huur tot en met november 2025 zit in de onder 2.2. besproken huurachterstand) en het moment waarop de woning ontruimd wordt een bedrag (gelijk) aan (de) huur aan Havensteder te betalen.
rente en incassokosten
2.5.
Havensteder heeft haar vorderingen tot betaling van rente en incassokosten op de zitting ingetrokken. Die vorderingen hoeven daarom niet meer besproken te worden.
onredelijke bedingen
2.6.
Van onredelijk bezwarende bedingen die in de weg staan aan wat Havensteder vordert is de kantonrechter niet gebleken.
proceskosten
2.7.
De bewindvoerder krijgt ongelijk. Zij moet daarom de proceskosten betalen. Die kosten bestaan aan de kant van Havensteder uit € 149,02 aan kosten voor de dagvaarding,
€ 543,00 aan griffierecht, € 678,00 aan salaris voor haar gemachtigde en € 135,00 aan nakosten. Dit is bij elkaar € 1.505,02. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis door een deurwaarder uitgereikt moet worden.
uitvoerbaar bij voorraad
2.8.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Dit betekent dat als deze zaak aan een hogere rechter wordt voorgelegd, in afwachting van de uitspraak van die hogere rechter afgedwongen kan worden dat aan de veroordelingen in dit vonnis wordt voldaan.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt de bewindvoerder om aan Havensteder € 9.427,58 aan huur- en servicekostenachterstand tot en met november 2025 te betalen;
3.2.
ontbindt de huurovereenkomst voor de woning op [adres] en veroordeelt de bewindvoerder om binnen veertien dagen nadat de deurwaarder dit vonnis betekend heeft de woning met alle personen en zaken die zich daar vanwege [naam 1] bevinden te ontruimen en het gehuurde met alle sleutels ter beschikking van Havensteder te stellen;
3.3.
veroordeelt de bewindvoerder om vanaf december 2025 tot en met de dag waarop de ontruiming plaatsvindt aan Havensteder € 1.138,73 per maand te betalen, dan wel een zoveel hoger bedrag als toegestaan is;
3.4.
veroordeelt de bewindvoerder in de proceskosten, aan de kant van Havensteder begroot op € 1.505,02;
3.5.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad en wijst wat meer of anders gevorderd is af.
Dit vonnis is gewezen door mr. F.A. Hut en in het openbaar uitgesproken.
686