Op 17 november 2025 heeft de kinderrechter van de Rechtbank Rotterdam een beschikking gegeven in een zaak betreffende de ondertoezichtstelling van een minderjarige, hierna te noemen [voornaam minderjarige]. De kinderrechter heeft het verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming om [voornaam minderjarige] onder toezicht te stellen, afgewezen. De ouders van [voornaam minderjarige] zijn uit elkaar en de minderjarige woont bij de vader. De Raad heeft verzocht om ondertoezichtstelling vanwege zorgen over de ontwikkeling van [voornaam minderjarige], die klem zou zitten tussen beide ouders. Tijdens de zitting op 17 november 2025 waren zowel de vader als de moeder aanwezig, bijgestaan door hun advocaten. De kinderrechter heeft vastgesteld dat de zorgen over [voornaam minderjarige] sinds de vorige zitting zijn afgenomen. Er zijn geen suïcidale gedachten meer geuit en de schoolresultaten zijn verbeterd. De kinderrechter concludeert dat de ouders openstaan voor hulpverlening en dat de noodzakelijke hulp niet of onvoldoende door hen wordt geaccepteerd. De kinderrechter heeft daarom besloten dat de situatie niet voldoet aan de criteria voor ondertoezichtstelling en heeft het verzoek van de Raad afgewezen. De beslissing is openbaar uitgesproken en op schrift gesteld op 3 december 2025.