ECLI:NL:RBROT:2025:14418

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
4 december 2025
Publicatiedatum
10 december 2025
Zaaknummer
10-404432-24, 10-287163-25 en 10-032082-25 (gevoegd ttz)
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling van een minderjarige verdachte voor meerdere straatroven en wapenbezit

Op 4 december 2025 heeft de Rechtbank Rotterdam uitspraak gedaan in een strafzaak tegen een minderjarige verdachte, geboren in 2009, die wordt beschuldigd van vier strafbare feiten, waaronder drie straatroven en het bezit van twee vuurwapens met munitie. De rechtbank heeft vastgesteld dat de verdachte betrokken was bij straatroven op 5 oktober, 10 november en 16 december 2024, waarbij geweld en bedreiging met een mes werd gebruikt. De verdachte heeft de feiten bekend, met uitzondering van de straatroof op 5 oktober 2024, waarvoor zijn raadsman vrijspraak heeft bepleit. De rechtbank heeft echter voldoende bewijs gevonden om de betrokkenheid van de verdachte bij deze straatroof te bevestigen, onder andere door getuigenverklaringen en foto’s van de gestolen goederen die op de telefoon van de verdachte zijn aangetroffen. De rechtbank heeft de verdachte veroordeeld tot een jeugddetentie van 100 dagen, waarvan 52 dagen voorwaardelijk, en een werkstraf van 120 uren. Daarnaast zijn er bijzondere voorwaarden opgelegd, waaronder toezicht door de jeugdreclassering en deelname aan diagnostiek en behandeling. De rechtbank heeft ook schadevergoedingen toegewezen aan de benadeelde partijen, die schade hebben geleden door de gepleegde feiten.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team jeugd
Parketnummers: 10-404432-24, 10-287163-25 en 10-032082-25 (gevoegd ttz)
Datum uitspraak: 4 december 2025
Tegenspraak
Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de gevoegde zaken tegen de verdachte:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum 1] 2009,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres
[adres] , [postcode] [woonplaats] ,
raadsman mr. L. Klewer, advocaat te Rotterdam in de zaken met parketnummers
10-287163-25 en 10-032082-25,
raadsvrouw mr. F. el Makhtari, advocaat te Rotterdam in de zaak met parketnummer
10-404432-24.

1.Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de besloten terechtzitting van 20 november 2025.

2.Tenlastelegging

De verdachte staat na wijziging van de tenlastelegging in de zaak met parketnummer 10-404432-24 terecht op de verdenking van vier strafbare feiten. De volledige omschrijving is opgenomen in bijlage I. Het gaat om:
- feit 1: straatroof op 5 oktober 2024 (10-287163-25);
- feit 2: straatroof dan wel heling op 10 november 2024 (10-404432-24);
- feit 3: straatroof op 16 december 2024 (10-032082-25);
- feit 4: bezit van twee vuurwapens inclusief munitie op 29 januari 2025 (10-032082-25).

3.Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. H. du Croix heeft gevorderd:
  • bewezenverklaring van alle (primair) tenlastegelegde feiten;
  • veroordeling van de verdachte tot jeugddetentie voor de duur van 148 dagen met aftrek
van voorarrest, waarvan 100 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar met als bijzondere voorwaarden dat de verdachte zich meldt bij de jeugdreclassering zolang en zo vaak als deze dat nodig acht, naar school gaat volgens zijn rooster, zich inzet voor het vinden en houden van een zinvolle vrijetijdsbesteding, meewerkt aan de inzet van diagnostiek en daaruit voortkomende behandeling bij De Waag en zich houdt aan een contactverbod met de medeverdachten en aangevers;
  • met opdracht aan Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond tot het houden van toezicht op de naleving van de hiervoor genoemde bijzondere voorwaarden en de verdachte te begeleiden;
  • alsmede veroordeling van de verdachte tot een taakstraf, bestaande uit een werkstraf, voor de duur van 80 uren, subsidiair 40 dagen vervangende jeugddetentie.

4.Waardering van het bewijs

4.1.
Bewijswaardering
Feiten 1, 2 en 3
De rechtbank stelt het volgende vast.
Op 5 oktober 2024 (feit 1), 10 november 2024 (feit 2) en 16 december 2024 (feit 3) hebben er straatroven in Rotterdam in de wijk Nesselande plaatsgevonden.
Op 5 oktober 2024 zijn twee jongens beroofd van onder andere hun telefoons en fietsen. Bij de beroving werd een zwart mes gebruikt van ongeveer 30 centimeter lang. Dit werd tegen de keel van één van de aangevers gezet en de aangevers moesten hun telefoons resetten, dan wel via de instellingen uitloggen. De twee verdachten waren donkergetint, ongeveer tussen 175 en 180 centimeter lang en droegen een bivakmuts. Een van hen droeg een soort skibril.
Op 10 november 2024 zijn twee jongen beroofd van hun telefoons. Hierbij werd een mes in de zij geprikt van een van de aangevers en bij de ander werd het mes op de keel gezet. Het mes was ongeveer 30 centimeter lang. De aangevers moesten hun telefoons naar de fabrieksinstellingen terugzetten en daarna afgeven. De drie verdachten waren donker getint, een van hen was +/- 170 centimeter lang en zij waren allen donker gekleed.
Op 16 december 2024 zijn twee jongens beroofd van onder andere hun scooters en telefoons. De drie verdachten hadden donkere kleding aan en een bivakmuts op en waren tussen 170 en 180 centimeter lang. Hierbij werd een mes gebruikt dat tegen de buik van een van de aangevers werd gehouden. Het mes was ongeveer 30 centimeter lang. Bij de andere aangever werd een mes tegen de keel gedrukt. Voordat de aangevers hun telefoon af moesten geven, moesten zij hun telefoons uitloggen.
Betrokkenheid van de verdachte bij de straatroof op 16 december 2024 (feit 3)
De verdachte bekent dit feit te hebben gepleegd.
Betrokkenheid van de verdachte bij de straatroof op 5 oktober 2024 (feit 1)
De raadsman heeft vrijspraak bepleit.
Als bewijs voor verdachtes betrokkenheid bij dit feit vormen de aangiftes van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] het uitgangspunt, samen met de aangetroffen foto’s van de weggenomen fiets op de telefoon van de verdachte. De moeder van [slachtoffer 1] herkent de fiets op deze foto’s aan specifieke kenmerken en de politie heeft in een proces-verbaal vastgelegd dat de foto’s van de fiets deels voor de deur van de verdachte zijn gemaakt. Uit het dossier blijkt voorts dat de laatst bekende locatie van de telefoon van [slachtoffer 1] een gebied omvat, waarin meerdere woningen vallen, waaronder de woning van de verdachte. Deze bewijsmiddelen in combinatie met de omstandigheid dat de verdachte past binnen het omschreven signalement en in combinatie met het hierna nader omschreven schakelbewijs, leiden ertoe dat de rechtbank, anders dan de raadsman, van oordeel is dat dit feit wettig en overtuigend kan worden bewezen.
Betrokkenheid van de verdachte bij de straatroof op 10 november 2024 (feit 2)
De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit.
Als bewijs voor verdachtes betrokkenheid bij dit feit vormen de aangiftes van [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] het uitgangspunt, samen met de bevindingen dat de simkaart van de verdachte kort na de beroving in een van de weggenomen telefoons is geplaatst. De verklaring van verdachte – kort gezegd inhoudende dat hem die telefoon te koop was aangeboden en hij deze wilde uitproberen – schuift de rechtbank als ongeloofwaardig terzijde. Deze bewijsmiddelen in combinatie met de omstandigheid dat de verdachte past binnen het omschreven signalement en in combinatie met het hierna nader omschreven schakelbewijs leiden ertoe dat de rechtbank anders dan de raadsvrouw van oordeel dat is dit feit wettig en overtuigend kan worden bewezen.
Schakelbewijs
Volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad (HR 11 januari 2000, NJ 2000, 194) is het mogelijk om onder omstandigheden zogeheten schakelbewijs te gebruiken als ondersteunend bewijs om tot een bewezenverklaring te komen. Een schakelbewijsconstructie is een bewijsconstructie waarbij voor de bewezenverklaring van een feit mede redengevend wordt geacht de omstandigheid dat de verdachte bij één of meer andere strafbare feiten betrokken was. Daarbij moet het gaan om bewijsmateriaal ten aanzien van die andere feiten dat op essentiële punten belangrijke overeenkomsten vertoont met het bewijsmateriaal van het te bewijzen feit en dat duidt op een specifiek herkenbaar en gelijksoortig patroon in het gedrag van de verdachte, welk patroon herkenbaar aanwezig is in de voor het te bewijzen feit voorhanden zijnde bewijsmiddelen.
De rechtbank stelt vast dat de verklaringen van aangevers [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] (feit 1) en [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] (feit 2) op belangrijke punten overeenkomsten vertonen met het bewijs voor feit 3. Deze drie feiten hebben zich in de herfst van 2024 afgespeeld en vonden allen plaats in de avond in de wijk Nesselande. De door de aangevers omschreven signalementen van de daders komen in grote lijnen overeen en de verdachte past in die signalementen. Tevens hebben de daders bij alle straatroven dezelfde werkwijze gehanteerd en dezelfde handelingen uitgevoerd, namelijk door het getoonde mes (van ongeveer 30 centimeter lang) op de keel en/of de zij/buikstreek van een van de aangevers te zetten en door de aangevers te dwingen hun telefoons naar fabrieksinstellingen te zetten, dan wel uit te loggen, alvorens zij hun telefoon aan de daders dienden af te geven. Daarnaast zijn er tweemaal vervoersmiddelen (scooters en fietsen) door de daders meegenomen.
De rechtbank is van oordeel dat aldus sprake is van een herkenbare en op essentiële onderdelen overeenkomende werkwijze (modus operandi). Deze handelwijze, die drie keer in een korte tijd heeft plaatsgevonden, is naar het oordeel van de rechtbank dermate specifiek is dat de rechtbank ervan uitgaat dat het om één en dezelfde dader gaat die hierbij samen met anderen betrokken is. De bewijsmiddelen voor de verschillende feiten zijn dan ook over en weer als (steun)bewijs aan te merken.
Feit 4
De verdachte bekent dat hij beide vuurwapens met bijbehorende munitie in zijn bezit heeft gehad.
4.2.
Bewezenverklaring
In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring van de feiten 1 en 2 redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder de feiten 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan.
In bijlage III heeft de rechtbank een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring van de feiten 3 en 4 redengevende feiten en omstandigheden. Met deze opgave wordt volstaan, nu de verdachte het bewezen verklaarde heeft bekend en nadien geen vrijspraak is bepleit. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder de feiten 3 en 4 ten laste gelegde heeft begaan.
De verdachte heeft de bewezen verklaarde feiten op die wijze begaan dat:
1
hij op
of omstreeks5 oktober 2024 te Rotterdam tezamen en in vereniging met een
of meerander
en,
althans alleen,fietsen en
/oftelefoons en
/ofeen powerbank en
/ofhandschoenen en
/ofsleutels en
/ofeen sleutelbos
, in elk geval enig goed, dat/die
geheel of ten deleaan [slachtoffer 1]
en/of [slachtoffer 2] ,
in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s)toebehoorde
(n
)heeft weggenomen met het oogmerk om
dezezich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd
voorafgegaan,vergezeld
en/of gevolgdvan geweld en
/ofbedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal
voor te bereiden ofgemakkelijk te maken,
of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door
- met een bivakmuts/
gehuld in gezichtsbedekkende kledingop voornoemde slachtoffers af te lopen, en
/of
- een mes te tonen en
/oftegen
/opde keel van die [slachtoffer 1] te zetten, en
/of
- ( daarbij) tegen die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] te zeggen: “lever je telefoon in, uitloggen nu” en
/of“ik maak geen kankergrappen”, en
/of
- ( vervolgens) de telefoon en
/ofpowerbank en
/ofhandschoenen van die [slachtoffer 1] uit de zakken en
/ofhanden van die [slachtoffer 1] te pakken, en
/of
- een mes tegen/in de buurt van de buik van die [slachtoffer 2] te houden, en
/of
- de telefoon van die [slachtoffer 2] uit de handen van die [slachtoffer 2] te pakken, en/
of
- die [slachtoffer 2] in het gezicht te slaan, en
/of
- de fietsen (met daarin sleutels en/of sleutelbossen) van die [slachtoffer 1] en
/ofdie [slachtoffer 2] te pakken en erop weg te fietsen;
2
hij op
of omstreeks10 november 2024 te Rotterdam, tezamen en in vereniging met
een of meeranderen,
althans alleen, een of meertelefoons,
in elk geval enig goed,die
geheel of ten deleaan [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4]
, in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s)toebehoorde
(n
)heeft weggenomen met het oogmerk om
dezezich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd
voorafgegaan,vergezeld
en/ of gevolgdvan geweld en/
ofbedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal
voor te bereiden ofgemakkelijk te maken,
of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door
- die [slachtoffer 3] en/
of[slachtoffer 4] een mes te tonen en
/of
- met dat mes in de zij,
althans tegen het lichaam,van die [slachtoffer 3] te duwen/prikken en
/of
- dat mes tegen de keel van die [slachtoffer 4] te houden en
/of
- daarbij hen (dreigend) de woorden toe te voegen: "Geef je telefoon";
3
hij op
of omstreeks16 december 2024 te Rotterdam op de openbare weg, te weten de Piet Mondriaansingel, tezamen en in vereniging met
een of meeranderen
, althans alleen,
met het oogmerkom zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en
/ofbedreiging met geweld [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] heeft gedwongen tot de afgifte van hun telefoons en
/ofhun scooters (een Peugeot Fight met kenteken [kentekennummer 1] en
/ofeen Piaggio Zip met kenteken [kentekennummer 2] ) en
/ofhun rijbewijzen en
/ofOV-chipkaarten en
/of
kentekenpapieren en
/ofsleutels en
/ofairpods
, in elk geval enig goed, dat/die
geheel of ten deleaan die [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6]
en/of een derdetoebehoorde
(n
)door
- met bivakmutsen op
/of gezichtsbedekkende kleding aannaar die [slachtoffer 5] en/
of[slachtoffer 6] toe te gaan, en
/of
- bij die [slachtoffer 6] op de rug te springen, en
/of
- die [slachtoffer 5] en
/of[slachtoffer 6] vast te pakken, en
/of
- tegen die [slachtoffer 5] en
/of [slachtoffer 6]te zeggen dat zij hun zakken moesten leegmaken, en
/of
- een mes tegen de keel van die [slachtoffer 5] te zetten en
/ofdat mes tegen
het hoofd en/ofde buik van die [slachtoffer 6] te houden en
/ofdat mes te tonen aan voornoemde slachtoffers, en
/of
- tegen die
[slachtoffer 5] en/of[slachtoffer 6] te zeggen dat zij hun scootersleutels en
/oftelefoon moesten afgeven en
/ofmoesten uitloggen van hun Apple-ID account, en
/of
- tegen die [slachtoffer 6] te zeggen dat hij op moest schieten omdat er anders geschoten zou worden, en
/of
- tegen die [slachtoffer 5] te zeggen dat zij, verdachte en/of zijn mededaders, hem in elkaar zouden slaan en/of neer zouden steken, en
/of
- tegen die [slachtoffer 5] en [slachtoffer 6] te zeggen dat zij, verdachte en/of zijn mededaders, wisten waar die [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] woonden en
/ofdat de politie niet gebeld mocht worden, en
/of
- op de scooters van voornoemde slachtoffers te gaan zitten en
/ofdaarmee weg te rijden;
4
hij op
of omstreeks29 januari 2025 te Rotterdam wapens als bedoeld in art. 2 lid 1 categorie III onder 1° van de Wet wapens en munitie, te weten
- een vuurwapen in de zin van artikel 1, onder 3° van die wet in de vorm van een
pistool van het merk Glock, type Model 17, kaliber 9 mm, en
/of
- een vuurwapen in de zin van artikel 1, onder 3° van die wet in de vorm van een
gewijzigd (hagel)geweer met een ingekorte/deels verwijderde loop het merk Browning, type Auto-5 Shotgun, kaliber 12GA, en
/of
- ( bijbehorende) munitie in de zin van artikel 1, onder 4° gelet op artikel 2, lid 2, categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten een hagelpatroon, en
/of
- ( bijbehorende) munitie in de zin van artikel 1, onder 4° gelet op artikel 2, lid 2, categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten tien,
althans een of meerderekogelpatro
(o)n
(en
)van het kaliber 9 mm, en
/of
- een onderdeel van een vuurwapen, in de zin van artikel 1, onder 3° van die wet, te weten een patroonmagazijn, voorhanden heeft gehad;
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

5.Strafbaarheid feiten

De bewezen feiten leveren op:
Feit 1: diefstal vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, , terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen
Feit 2: diefstal vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen
Feit 3: afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd op de openbare weg en door twee of meer verenigde personen
Feit 4:
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie III, meermalen gepleegd
en
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.
De feiten zijn dus strafbaar.

6.Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.
De verdachte is dus strafbaar.

7.Motivering straffen

7.1.
Algemene overweging
De straffen die aan de verdachte worden opgelegd, zijn gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
7.2.
Feiten waarop de straffen zijn gebaseerd
De verdachte heeft zich op zestien- en zeventienjarige leeftijd schuldig gemaakt aan in totaal vier ernstige strafbare feiten. Eerst heeft hij samen met anderen twee keer kort achter elkaar een straatroof gepleegd. Beide keren zijn twee jonge jongens onder dreiging van een mes beroofd van hun telefoons. De eerste keer zijn daarnaast fietsen, een powerbank, handschoenen en sleutels onder (bedreiging met) geweld afgenomen. Bij de derde straatroof heeft de verdachte met anderen twee jonge jongens afgeperst en zijn hun scooters en telefoons buitgemaakt. Bij deze afpersing is wederom een mes gebruikt.
Naar aanleiding van de laatste straatroof heeft een doorzoeking plaatsgevonden in de woning van de verdachte en zijn er twee vuurwapens inclusief munitie in de slaapkamer van de verdachte aangetroffen.
Door zijn handelen heeft de verdachte voor de slachtoffers zeer bedreigende situaties gecreëerd. De ervaring leert dat slachtoffers van zulke heftige feiten nog lange tijd last kunnen hebben van wat hen is overkomen. Dat dit ook hier het geval is blijkt uit dat wat de ouders van twee van de slachtoffers ter zitting namens hun kinderen naar voren hebben gebracht. Daarnaast maken ernstige strafbare feiten zoals deze een grote inbreuk op het gevoel van veiligheid in de samenleving, zeker als deze op straat worden gepleegd. De verdachte heeft met dit alles geen rekening gehouden en heeft kennelijk alleen aan zijn eigen financieel gewin gedacht. De rechtbank neemt hem dit zeer kwalijk.
7.3.
Persoonlijke omstandigheden van de verdachte
7.3.1.
Strafblad
Uit het uittreksel uit de justitiële documentatie van 31 oktober 2025 blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.
7.3.2.
Rapportages en verklaringen van deskundigen op de terechtzitting
De Raad voor de Kinderbescherming(hierna: de Raad) heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 13 november 2025. Daarin staat onder meer dat de kans op herhaling van nieuw delictgedrag laag wordt ingeschat vanuit zowel het algemeen recidive risico als het dynamisch risicoprofiel. Momenteel worden er enkel nog relevante risicofactoren gezien binnen de GGZ, agressie en vaardigheden. Om de kans op nieuw delictgedrag te voorkomen acht de Raad het wenselijk dat er jeugdreclassering betrokken blijft.
De Raad adviseert een (deels) voorwaardelijke detentiestraf, waarbij het onvoorwaardelijke deel gelijk dient te staan aan het voorarrest. Als bijzondere voorwaarden adviseert de Raad - naast jeugdreclasseringstoezicht - dat de verdachte naar school gaat volgens rooster, zijn medewerking verleent aan diagnostiek en daaruit voortkomende behandeling van De Waag, een zinvolle vrijetijdsbesteding heeft.
De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond(hierna te noemen: JBRR) heeft op 5 augustus 2025 en 13 november 2025 rapporten opgemaakt. Uit de rapporten komt naar voren dat de impulsiviteit van de verdachte, zijn emotiecontrole, schoolproblemen, gebrek aan verantwoordelijkheid en de mogelijke invloed van vrienden hebben bijgedragen aan het ontstaan van de delicten. Daarnaast heeft hierbij de scheiding van zijn ouders een rol gespeeld. Het Algemeen Recidive Risico (ARR) is laag en het Dynamisch Risico Profiel (DRP) is heel laag. De verdachte volgt onderwijs en zit in zijn examenjaar. Hij is aangemeld voor behandeling vanuit De Waag; een intake staat op 3 december 2025 gepland. Het is van belang dat de behandeling en procesdiagnostiek wordt opgestart vanuit De Waag. JBRR adviseert een deels voorwaardelijke (jeugd)detentie met als bijzondere voorwaarden jeugdreclasseringstoezicht, meewerken met diagnostiek en behandeling van De Waag en het volgen van onderwijs, dan wel het hebben van een zinvolle dagbesteding. Ook adviseert de jeugdreclassering om een werkstraf aan de verdachte op te leggen.
Op de zitting is als deskundige gehoord
[persoon A] , jeugdreclasseerder bij JBRR. Zij geeft aan dat de begeleiding goed gaat, het gezin makkelijk te bereiken is en dat hulpverlening vanaf 3 december 2025 kan starten.
7.4.
Conclusies van de rechtbank
Gezien de ernst van de feiten kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een jeugddetentie. Bij de bepaling van de duur van de jeugddetentie heeft de rechtbank gekeken naar straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd.
De rechtbank stelt vast dat de verdachte, blijkens de rapporten, bij de jeugdreclassering en de Raad de feiten heeft bekend, spijt heeft getoond richting de slachtoffers en aldaar heeft aangegeven zich te schamen. De deskundigen hebben hun adviezen gebaseerd op deze - in hun ogen - open houding van de verdachte. Tijdens de zitting zei de verdachte, nadat hij werd geconfronteerd met de inhoud van de rapporten, dat hij dit nooit heeft gezegd, dat de jeugdreclassering en de Raad hem verkeerd moeten hebben begrepen, ontkende hij de feiten 1 en 2 en toonde hij geen spijt of verantwoordelijkheid. Gelet op die houding kan de rechtbank het berouw en het inzicht waar de Raad en de jeugdreclassering wel acht op hebben geslagen, niet ten gunste van de verdachte meewegen bij het bepalen van de straf.
De rechtbank legt op een jeugddetentie van 100 dagen waarvan 52 dagen voorwaardelijk met de bijzondere voorwaarden die hierna worden genoemd en met aftrek van de tijd die de verdachte in voorlopige hechtenis heeft gezeten. Dit betekent dat de verdachte niet terug hoeft terug hoeft naar de jeugdgevangenis. De rechtbank acht dat niet in het belang van een gunstige ontwikkeling van de verdachte. Dit voorwaardelijk strafdeel dient er tevens toe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen.
De rechtbank legt daarnaast een taakstraf in de vorm van een werkstraf op voor de duur van 120 uren.
De rechtbank legt aldus een lagere voorwaardelijke gevangenisstraf en een hogere werkstraf op dan door de officier van justitie is gevorderd omdat dit naar haar oordeel meer recht doet aan enerzijds de omstandigheid dat de verdachte een blanco strafblad heeft en anderzijds zich op jonge leeftijd schuldig heeft gemaakt aan meerdere zeer ernstige feiten.

8.Vorderingen benadeelde partijen / schadevergoedingsmaatregelen

Er zijn vier vorderingen tot schadevergoeding ingediend, ten aanzien de onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde feiten. Al deze partijen hebben verzocht om de toegekende bedragen te vermeerderen met de wettelijke rente en om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De rechtbank heeft de vorderingen samengevat in onderstaand overzicht. In het overzicht is ook het standpunt van het openbaar ministerie en de verdediging ten aanzien van de toewijsbaarheid van de vorderingen weergegeven.
Benadeelde partij
Vordering materiële schade
Vordering immateriële schade
Standpunt officier van justitie materiële schade
Standpunt officier van justitie immateriële schade
Standpunt verdediging materiële schade
Standpunt
verdediging immateriële schade
[slachtoffer 2]
(ft 1)
a) € 769,-
kosten telefoon
a) hoofdelijk toewijsbaar
a) niet-ontvankelijk vanwege vrijspraak
sub afwijzen
[slachtoffer 4]
(ft 2)
a) € 1.020,41 =
kosten telefoon
(€ 630,41) + vrije dagen ouders (€ 390,-)
b) € 1.500,-
angst
a) hoofdelijk toewijsbaar
b) hoofdelijk toewijsbaar
a) niet-ontvankelijk vanwege vrijspraak
sub onvoldoende onderbouwd: Bij toewijzing bedrag matigen in verband met afschrijving telefoon. Vrije dagen ouders niet-ontvankelijk; niet onderbouwd
a) afwijzen, niet nader onderbouwd
[slachtoffer 3]
(ft 2)
a) € 649,-
kosten telefoon
a) hoofdelijk toewijsbaar
a) niet-ontvankelijk vanwege vrijspraak
sub onvoldoende onderbouwd: telefoon is teruggegeven. Bij toewijzing bedrag matigen in verband met afschrijving telefoon
[slachtoffer 6]
(ft 3)
a) € 542,96
kosten telefoon, rijbewijs, OV-kaart en nieuw slot scooter
b) € 0,-
angst
a) hoofdelijk toewijsbaar
b) -
a) afwijzen, de telefoon is terug naar het slachtoffer
b) afwijzen, niet nader onderbouwd
8.1.
Beoordeling
De vordering [slachtoffer 2]
Gelet op de bewezenverklaring is komen vast te staan dat aan de benadeelde partij door
feit 1, rechtstreeks materiële schade is toegebracht, namelijk het verlies van de telefoon. De vordering zal voor dit bedrag worden toegewezen.
De vordering [slachtoffer 4]
Gelet op de bewezenverklaring is komen vast te staan dat aan de benadeelde partij door feit 2, rechtstreeks materiële schade is toegebracht, namelijk het verlies van de telefoon en de kosten ter vervanging daarvan. De vordering zal voor het gevorderde bedrag worden toegewezen, nu voldoende aannemelijk is dat dit de schade is geweest. De weggenomen telefoon was weliswaar een jaar oud maar dit is niet zo oud dat er reden is tot matiging. Bovendien blijkt uit de overgelegde stukken dat (de ouders van) het slachtoffer een contract heeft met Odido op basis waarvan de telefoon in combinatie met het abonnement voor een gunstig tarief is gekocht. Door het wegnemen van de telefoon door de verdachte diende nu een telefoon in de winkel te worden gekocht, waarbij deze korting niet kan worden genoten. De benadeelde partij zal voor het overige (schadebedrag vrije dagen) niet-ontvankelijk worden verklaard in zijn vordering, aangezien de bewijsstukken ter onderbouwing van de vordering ontbreken. De rechtbank is van oordeel dat de nadere behandeling van dit deel van de vordering een onevenredige belasting van het strafproces zou vormen. Dit deel van de vordering kan derhalve slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
Ten aanzien van de vordering betreffende de immateriële schade overweegt de rechtbank als volgt. De aard en de ernst van de normschending zijn dusdanig dat het voor de hand ligt dat de benadeelde partij hier veel last van heeft, ook zonder dat dit wordt onderbouwd met rapportages van een deskundige. Aldus is naar het oordeel van de rechtbank sprake van ‘aantasting in de persoon op andere wijze’ zoals bedoeld in artikel 6:106, aanhef en onder b, BW. Gelet hierop, rekening houdend met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde, waaronder de omstandigheid dat bij de zeer jonge aangever een mes tegen de keel is gehouden, is de rechtbank van oordeel dat een immateriële schadevergoeding van een bedrag van € 1.000,- billijk is en zal de vordering voor dit bedrag worden toegewezen. De benadeelde partij zal voor het overige niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering. Dit deel van de vordering kan derhalve slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
De vordering [slachtoffer 3]
De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat geen schade is geleden, omdat de telefoon terug is gegeven aan de benadeelde partij. De benadeelde partij handhaaft de vordering en stelt dat de weggenomen telefoon pas maanden later geretourneerd werd en het slachtoffer direct na de overval dus geen telefoon had en er daarom een nieuwe telefoon is aangeschaft. Toen de weggenomen telefoon werd teruggegeven was deze bovendien kapot. De raadsvrouw heeft op deze stelling niet gereageerd en heeft daarmee haar betwisting van de schade onvoldoende gemotiveerd gehandhaafd. Gelet op het voorgaande is komen vast te staan dat aan de benadeelde partij door feit 3, rechtstreeks materiële schade is toegebracht en zal de vordering worden toegewezen.
De vordering [slachtoffer 6]
De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat geen schade is geleden, omdat de telefoon terug is gegeven aan de benadeelde partij. De rechtbank overweegt dat een (eventuele) teruggave van de telefoon onverlet laat dat de benadeelde partij schade heeft geleden omdat, begrijpelijkerwijs, direct na het strafbare feit een nieuwe telefoon werd aangeschaft. De raadsman heeft niet naar voren gebracht wat de invloed van de (eventuele) teruggave van de mobiele telefoon op de hoogte van de schade zou zijn, wat maakt dat de vordering als onvoldoende betwist in zijn geheel zal worden toegewezen.
8.2.
Conclusie
De verdachte moet aan de benadeelden partijen, hoofdelijk, de schadevergoeding betalen zoals in de hieronder opgenomen tabel weergegeven, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de data zoals hieronder weergegeven. Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht. Gelet op de jeugdige leeftijd van de verdachte zal geen gijzeling worden toegepast.
Benadeelde
Materiële
schade
Immateriële
schade
Wettelijke
rente
Schadever-
goedings-
maatregel
Proceskosten-veroordeling
[slachtoffer 2]
€ 769,-
-
5 okt 2024
€ 769,-
nihil voor verdachte
[slachtoffer 4]
€ 630,41 overige niet-ontvankelijk
€ 1.000,- overige
niet-ontvankelijk
10 nov 2024
€ 1.630,41
nihil voor verdachte
[slachtoffer 3]
€ 649,-
-
10 nov 2024
€ 649,-
nihil voor verdachte
[slachtoffer 6]
€ 542,96
-
16 dec 2024
€ 542,96
nihil voor verdachte

9.Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 36f, 55, 77a, 77g, 77i, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht en artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.

10.Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

11.Beslissing

De rechtbank:
verklaart bewezen dat de verdachte de ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;
stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;
verklaart de verdachte strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een jeugddetentie
voor de duur van 100 (honderd) dagen;
beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde jeugddetentie in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;
bepaalt dat deze jeugddetentie een gedeelte van de jeugddetentie groot
52 (tweeënvijftig) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;
verbindt hieraan een proeftijd, die wordt vastgesteld op
(2) twee jaar;
tenuitvoerlegging kan worden gelast als de veroordeelde de algemene voorwaarde niet naleeft en ook als de veroordeelde gedurende de proeftijd een bijzondere voorwaarde niet naleeft of een voorwaarde die daaraan van rechtswege is verbonden;
stelt als algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van die proeftijd niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;
stelt als bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:
- zich gedurende een door de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond te bepalen periode en op door de jeugdreclassering te bepalen tijdstippen zal melden bij de reclassering, zo vaak en zo lang deze instelling dat noodzakelijk acht;
- zich gedurende de proeftijd laat behandelen en meewerkt aan diagnostiek door De Waag of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de jeugdreclassering en zich houdt aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling;
- zich gedurende de proeftijd inspant voor het vinden en behouden van een positieve dagbesteding in de vorm van werk en/of school, met een vaste structuur;
- zich gedurende de proeftijd inspant voor een positieve vrijetijdsbesteding in de vorm van sport en/of een bijbaantje;
- gedurende de proeftijd op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zal opnemen, zoeken of hebben met de slachtoffers: [slachtoffer 1] (geboren op [geboortedatum 2] 2008),
[slachtoffer 3] (geboren op [geboortedatum 3] 2008), [slachtoffer 2] (geboren op [geboortedatum 4] 2009), [slachtoffer 4] (geboren op [geboortedatum 5] 2010), [slachtoffer 6] (geboren op [geboortedatum 6] 2008) en [slachtoffer 5] (geboren op [geboortedatum 7] 2008);
verstaat dat van rechtswege de volgende voorwaarden zijn verbonden aan de hierboven genoemde bijzondere voorwaarden
- de veroordeelde zal ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden;
- de veroordeelde zal medewerking verlenen aan jeugdreclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen en het zich melden bij de jeugdreclassering zo vaak en zo lang als de jeugdreclassering dit noodzakelijk acht;
geeft opdracht aan de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;
legt de verdachte een taakstraf op, bestaande uit een werkstraf voor de duur van
120 (honderdtwintig) uren;
beveelt dat, voor het geval de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 60 dagen;
bepaalt dat de vervangende jeugddetentie ten uitvoer kan worden gelegd als vervangende hechtenis, indien de veroordeelde bij aanvang van de eventuele tenuitvoerlegging van de vervangende jeugddetentie de leeftijd van achttien jaren heeft bereikt;
heft op de bevelen (in de zaken met parketnummers 10-287163-25 en 10-032082-25) tot voorlopige hechtenis van de verdachte; de voorlopige hechtenis is bij eerdere beslissingen geschorst;
veroordeelt de verdachte hoofdelijk met zijn mededaders, om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [slachtoffer 2] , te betalen een bedrag van
€ 769,- (zegge: zevenhonderd negenenzestig euro), materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 5 oktober 2024 tot aan de dag der algehele voldoening;
legt aan de verdachte hoofdelijk samen met zijn mededaders
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van voornoemde benadeelde partij te betalen
€ 769,-(hoofdsom,
zegge:
zevenhonderd negenenzestig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 5 oktober 2024 tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen;
veroordeelt de verdachte hoofdelijk met zijn mededaders, om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [slachtoffer 4] , te betalen een bedrag van
€ 1.630,41 (zegge: duizend zeshonderddertig euro en éénenveertig cent), bestaande uit € 630,41 aan materiële schade en € 1.000,- aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 10 november 2024 tot aan de dag der algehele voldoening;
legt aan de verdachte hoofdelijk samen met zijn mededaders
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van voornoemde benadeelde partij te betalen
€ 1.630,41(hoofdsom,
zegge:
duizend zeshonderddertig euro en éénenveertig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf
10 november 2024 tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen;
veroordeelt de verdachte hoofdelijk met zijn mededaders, om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [slachtoffer 3] , te betalen een bedrag
van € 649,- (zegge: zeshonderd negenenveertig euro), materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 10 november 2024 tot aan de dag der algehele voldoening;
legt aan de verdachte hoofdelijk samen met zijn mededaders
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van voornoemde benadeelde partij te betalen
€ 649,-(hoofdsom,
zegge:
zeshonderd negenenveertig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 10 november 2024 tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen;
veroordeelt de verdachte hoofdelijk met zijn mededaders, om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [slachtoffer 6] , te betalen een bedrag van
€ 542,96 (zegge: vijfhonderd tweeënveertig euro en zesennegentig cent), materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 16 december 2024 tot aan de dag der algehele voldoening;
legt aan de verdachte hoofdelijk samen met zijn mededaders
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van voornoemde benadeelde partij te betalen
€ 542,96(hoofdsom,
zegge:
vijfhonderd tweeënveertig euro en zesennegentig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 december 2024 tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen;
bepaalt dat de verdachte bij gehele of gedeeltelijke betaling door de mededaders van de verdachte aan de benadeelde partijen, zal zijn bevrijd tot de hoogte van het betaalde bedrag;
verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 4] niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering;
bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partijen gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;
verstaat dat betaling aan de benadeelde partijen, waaronder begrepen betaling door zijn mededaders, tevens geldt als betaling aan de staat ten behoeve van de benadeelde partijen en omgekeerd.
Dit vonnis is gewezen door:
mr. W.J. Loorbach, voorzitter, tevens kinderrechter,
en mrs. J.F. Koekebakker en A.L. Pöll, kinderrechters,
in tegenwoordigheid van C.A. van den Houwen, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 4 december 2025.
De oudste rechter en jongste rechter zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage I
Tekst tenlastelegging
Toelichting:
- De tenlastelegging is neergelegd in drie dagvaardingen, met ieder een eigen parket­nummer. In de zaak met parketnummer 10-404432-24 is de tenlastelegging op de zitting gewijzigd.
- Voor de leesbaarheid van dit vonnis heeft de rechtbank de verschillende feiten voorzien van een doorlopende nummering op de wijze zoals hieronder vermeld.
Aan de verdachte wordt - na wijziging van de tenlastelegging - ten laste gelegd dat
(parketnummer 10-287163-25)
1
hij op of omstreeks 5 oktober 2024 te Rotterdam tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, fietsen en/of telefoons en/of een powerbank en/of handschoenen en/of sleutels en/of een sleutelbos, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 1]
en/of [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door
- met een bivakmuts/gehuld in gezichtsbedekkende kleding op voornoemde slachtoffers af te lopen, en/of
- een mes te tonen en/of tegen/op de keel van die [slachtoffer 1] te zetten, en/of
- ( daarbij) tegen die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] te zeggen: “lever je telefoon in, uitloggen nu” en/of “ik maak geen kankergrappen”, en/of
- ( vervolgens) de telefoon en/of powerbank en/of handschoenen van die [slachtoffer 1] uit de zakken en/of handen van die [slachtoffer 1] te pakken, en/of
- een mes tegen/in de buurt van de buik van die [slachtoffer 2] te houden, en/of
- de telefoon van die [slachtoffer 2] uit de handen van die [slachtoffer 2] te pakken, en/of
- die [slachtoffer 2] in het gezicht te slaan, en/of
- de fietsen (met daarin sleutels en/of sleutelbossen) van die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] te pakken en erop weg te fietsen;
(parketnummer 10-404432-24)
2
hij op of omstreeks 10 november 2024 te Rotterdam, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een of meer telefoons, in elk geval enig goed, die geheel of ten dele aan [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/ of gevolgd van geweld en/ of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door
- die [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] een mes te tonen en/of
- met dat mes in de zij, althans tegen het lichaam, van die [slachtoffer 3] te duwen/prikken
en/of
- dat mes tegen de keel van die [slachtoffer 4] te houden en/of
- daarbij hen (dreigend) de woorden toe te voegen: "Geef je telefoon";
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij in of omstreeks de periode van 10 november 2024 tot en met 23 november 2024
te Rotterdam, een telefoon, althans een goed, heeft verworven, voorhanden heeft gehad, en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;
(parketnummer 10-032082-25)
3
hij op of omstreeks 16 december 2024 te Rotterdam op de openbare weg, te weten de Piet Mondriaansingel, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] heeft gedwongen tot de afgifte van hun telefoons en/of hun scooters (een Peugeot Fight met kenteken [kentekennummer 1] en/of een Piaggio Zip met kenteken [kentekennummer 2] ) en/of hun rijbewijzen en/of OV-chipkaarten en/of
kentekenpapieren en/of sleutels en/of airpods, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan die [slachtoffer 5] en/ofBeverloo en/of een derde toebehoorde(n) door
- met bivakmutsen op/gezichtsbedekkende kleding aan naar die [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] toe te gaan, en/of
- bij die [slachtoffer 6] op de rug te springen, en/of
- die [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] vast te pakken, en/of
- tegen die [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] te zeggen dat zij hun zakken moesten leegmaken, en/of
- een mes tegen de keel van die [slachtoffer 5] te zetten en/of dat mes tegen het hoofd en/of de buik van die [slachtoffer 6] te houden en/of dat mes te tonen aan voornoemde slachtoffers, en/of
- tegen die [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] te zeggen dat zij hun scootersleutels en/of telefoon moesten afgeven en/ of moesten uitloggen van hun Apple-1D account, en/of
- tegen die [slachtoffer 6] te zeggen dat hij op moest schieten omdat er anders geschoten zou worden, en/of
- tegen die [slachtoffer 5] te zeggen dat zij, verdachte en/of zijn mededaders, hem in elkaar zouden slaan en/of neer zouden steken, en/of
- tegen die [slachtoffer 5] en [slachtoffer 6] te zeggen dat zij, verdachte en/of zijn mededaders, wisten waar die [slachtoffer 5] en/ of [slachtoffer 6] woonden en/ of dat de politie niet gebeld mocht worden, en/of
- op de scooters van voornoemde slachtoffers te gaan zitten en/of daarmee weg te rijden;
4
hij op of omstreeks 29 januari 2025 te Rotterdam wapens als bedoeld in art. 2 lid 1 Categorie III onder 1° van de Wet wapens en munitie, te weten
- een vuurwapen in de zin van artikel 1, onder 3° van die wet in de vorm van een
pistool van het merk Glock, type Model 17, kaliber 9 mm, en/of
- een vuurwapen in de zin van artikel 1, onder 3° van die wet in de vorm van een
gewijzigd (hagel)geweer met een ingekorte/deels verwijderde loop het merk Browning, type Auto-5 Shotgun, kaliber 12GA, en/of
- ( bijbehorende) munitie in de zin van artikel 1, onder 4° gelet op artikel 2, lid 2, categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten een hagelpatroon, en/of
- ( bijbehorende) munitie in de zin van artikel 1, onder 4° gelet op artikel 2, lid 2, categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten tien, althans een of meerdere kogelpatro(o)n(en) van het kaliber 9 mm, en/of
- een onderdeel van een vuurwapen, in de zin van artikel 1, onder 3° van die wet, te
weten een patroonmagazijn, voorhanden heeft gehad;