ECLI:NL:RBROT:2025:14423

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
10 december 2025
Publicatiedatum
10 december 2025
Zaaknummer
C/10/704457 / HA ZA 25-639
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119 BWArt. 6:119a BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing vorderingen Finovion Franchise tegen gedaagden met beperkingen op teruggave en dwangsommen

Finovion Franchise B.V. heeft bij de rechtbank Rotterdam een civiele procedure aangespannen tegen twee gedaagden wegens onder meer het niet naleven van contractuele verplichtingen en onrechtmatig gebruik van haar naam. De procedure kende een verloop waarbij de advocaat van gedaagden zich terugtrok en gedaagden niet meer werden vertegenwoordigd, waardoor zij verstek lieten gaan.

De rechtbank oordeelde dat de stellingen van eiseres voldoende waren om haar vorderingen te dragen en dat gedaagden deze niet hadden weersproken. De vorderingen werden grotendeels toegewezen, met uitzondering van de teruggavevordering die werd beperkt tot specifiek genoemde informatie en producten zoals het Handboek, instructieboeken, formulieren, folders, reclamematerialen en wachtwoorden.

Verder werden de dwangsommen gemaximeerd op € 10.000 per onderdeel. Gedaagden werden veroordeeld tot betaling van openstaande facturen, beëindigingsvergoeding, schadevergoeding, contractuele boetes en buitengerechtelijke incassokosten, vermeerderd met wettelijke rente. Ook moesten zij het gebruik van de naam van eiseres staken en de inschrijving in het handelsregister aanpassen. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: Gedaagden worden veroordeeld tot betaling van diverse vergoedingen en staken het gebruik van de naam van eiseres met teruggaaf van specifieke informatie en producten.

Uitspraak

RECHTBANK Rotterdam

Team handel en haven
Zaaknummer: C/10/704457 / HA ZA 25-639
Vonnis van 10 december 2025 (bij vervroeging)
in de zaak van
FINOVION FRANCHISE B.V.,
statutaire vestigingsplaats: Rotterdam,
eiseres,
advocaat: mr. J.H. Kolenbrander,
tegen

1.[gedaagde 1] ,

statutaire vestigingsplaats: Leiden,
2. [gedaagde 2],
woonplaats: Leiden,
gedaagden,
advocaat aanvankelijk mr. M. van Lith, maar nu niet meer vertegenwoordigd.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding van 21 juli 2025, met bijlagen 1 tot en met 26;
  • het herstelexploot van 23 juli 2025.
1.2.
Mr. Van Lith heeft de rechtbank op 13 oktober 2025 laten weten dat hij zich als advocaat van gedaagden onttrekt. Daarop heeft de rechtbank de zaak verwezen naar de rol van 29 oktober 2025 voor het stellen van een advocaat namens gedaagden. Op die rol heeft zich namens gedaagden geen advocaat gesteld. De rolrechter heeft vervolgens beslist dat het recht van gedaagden om te mogen concluderen voor antwoord is vervallen en de zaak voor vonnis verwezen naar vandaag.

2.De beoordeling

2.1.
De stellingen van eiseres kunnen het gevorderde dragen en zijn door gedaagden niet weersproken. Het gevorderde wordt daarom toegewezen, met inachtneming van het volgende. Eiseres vordert onder vii) teruggave van de in randnummer 77 van de dagvaarding genoemde informatie en producten. In randnummer 77 van de dagvaarding staat dat gedaagden volgens eiseres in ieder geval – maar niet uitsluitend – het Handboek, de instructieboeken, formulieren, folders, reclamematerialen en wachtwoorden aan eiseres moeten teruggeven. De rechtbank zal gedaagden veroordelen om specifiek deze informatie en producten aan eiseres terug te geven. De toevoeging “maar niet uitsluitend” lijkt er op te duiden dat eiseres vindt dat gedaagden nog meer informatie en/of producten aan haar moet teruggeven, maar eiseres heeft niet uitgelegd welke andere informatie en/of producten gedaagden dan nog zouden moeten teruggeven. De vordering wordt in zoverre dan ook afgewezen. De in vorderingen iv), v) en vii) gevorderde dwangsommen worden verder ieder gemaximeerd op € 10.000,00.
2.2.
Gedaagden zijn in het ongelijk gesteld en moeten daarom hoofdelijk de proceskosten (inclusief beslagkosten en nakosten) betalen. De proceskosten van eiseres worden begroot op:
- dagvaarding € 120,21
- griffierecht € 6.861,00 (€ 714,00 voor de beslagzaak + € 6.147,00 voor de
hoofdzaak)
- salaris advocaat € 3.858,00 (2 punten × tarief V à € 1.929,00 per punt)
- beslagkosten € 379,85 (zie kosten exploten bij de dagvaarding)
- nakosten €
178,00(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal € 11.397,06
2.3.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
2.4.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

3.De beslissing

De rechtbank:
3.1.
veroordeelt gedaagden hoofdelijk om binnen veertien dagen na vandaag aan eiseres te betalen € 15.826,77 aan openstaande facturen, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente zoals bedoeld in artikel 6:119a BW vanaf de dag van de opeisbaarheid van iedere afzonderlijke factuur tot aan de dag van algehele betaling;
3.2.
veroordeelt gedaagden hoofdelijk om binnen veertien dagen na vandaag aan eiseres te betalen € 50.415,86 aan beëindigingsvergoeding, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente zoals bedoeld in artikel 6:119a BW vanaf 1 juli 2025 tot aan de dag van algehele betaling;
3.3.
veroordeelt gedaagden hoofdelijk om binnen veertien dagen na vandaag aan eiseres te betalen € 19.965,30 aan schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW Pro vanaf 21 juli 2025 tot aan de dag van algehele betaling;
3.4.
veroordeelt gedaagden hoofdelijk om binnen 48 uur na vandaag het gebruik van de naam ‘ [naam] ’ te staken en gestaakt te houden door elke verwijzing daarnaar op onder meer de website van gedaagden te (laten) verwijderen (en verwijderd te houden);
3.5.
veroordeelt gedaagden hoofdelijk om aan eiseres te betalen een dwangsom van € 100,00 per dag dat zij de veroordeling genoemd in 3.4. niet nakomen, met dien verstande dat gedaagden op dit punt maximaal € 10.000,00 aan dwangsommen kunnen verbeuren;
3.6.
veroordeelt gedaagden hoofdelijk om binnen zeven dagen na vandaag het gebruik van de naam ‘ [naam] ’ te staken en gestaakt te houden door de inschrijving van gedaagde sub 1 in de registers van de Kamer van Koophandel op eigen kosten te (laten) wijzigen, zodat de naam ‘ [naam] ’ daarin niet meer voorkomt;
3.7.
veroordeelt gedaagden hoofdelijk om aan eiseres te betalen een dwangsom van € 100,00 per dag dat zij de veroordeling genoemd in 3.6. niet nakomen, met dien verstande dat gedaagden op dit punt maximaal € 10.000,00 aan dwangsommen kunnen verbeuren;
3.8.
veroordeelt gedaagden hoofdelijk om binnen veertien dagen na vandaag aan eiseres te betalen € 45.000,00 aan contractuele boetes, te vermeerderen met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW Pro vanaf 21 juli 2025 tot aan de dag van algehele betaling;
3.9.
veroordeelt gedaagden hoofdelijk om binnen zeven dagen na vandaag het Handboek, de instructieboeken, formulieren, folders, reclamematerialen en wachtwoorden aan eiseres terug te geven, zonder daarvan enige kopieën te bewaren;
3.10.
veroordeelt gedaagden hoofdelijk om aan eiseres te betalen een dwangsom van € 100,00 per dag dat zij de veroordeling genoemd in 3.9. niet nakomen, met dien verstande dat gedaagden op dit punt maximaal € 10.000,00 aan dwangsommen kunnen verbeuren;
3.11.
veroordeelt gedaagden hoofdelijk om binnen veertien dagen na vandaag aan eiseres te betalen € 2.373,90 aan vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW Pro vanaf 21 juli 2025 tot aan de dag van algehele betaling;
3.12.
veroordeelt gedaagden hoofdelijk in de proceskosten van € 11.397,06, te betalen binnen veertien dagen na vandaag. Als gedaagden niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend, dan moeten gedaagden € 92,00 extra betalen, plus de kosten van betekening;
3.13.
veroordeelt gedaagden hoofdelijk in de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn voldaan;
3.14.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.15.
wijst al het andere af.
Dit vonnis is gewezen door mr. P.C. Santema en bij vervroeging in het openbaar uitgesproken op 10 december 2025.
3349 / 32