De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting tot verlenging van de ondertoezichtstelling en machtiging gesloten jeugdhulp voor een minderjarige geboren in 2011. De kinderrechter had bij beschikking van 24 juni 2025 reeds een machtiging gesloten jeugdhulp verleend tot 15 oktober 2025 en stelde het overige verzoek pro forma aan.
De gecertificeerde instelling verzocht om verlenging van de ondertoezichtstelling voor een jaar en machtiging gesloten jeugdhulp voor zes maanden. De minderjarige en zijn advocaat verzetten zich tegen het verzoek, stellende dat de gesloten plaatsing zeer ingrijpend is en niet als stok achter de deur mag worden gebruikt. Ook ontbrak een actuele verklaring van een gedragswetenschapper.
De vader sloot zich aan bij het verweer en benadrukte dat professionele hulp nooit was opgestart en dat de minderjarige geen zieke jongen is die in een observatiecentrum thuishoort. De kinderrechter oordeelde dat op grond van artikel 6.1.2, zesde lid van de Jeugdwet een actuele instemmende verklaring van een gedragswetenschapper vereist is voor een machtiging gesloten jeugdhulp. Nu deze ontbrak, werd het resterende verzoek afgewezen.
De beslissing werd op 30 september 2025 in het openbaar uitgesproken door kinderrechter A. Verweij en op schrift gesteld op 8 oktober 2025. Tegen deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag.