ECLI:NL:RBROT:2025:14444

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
6 oktober 2025
Publicatiedatum
10 december 2025
Zaaknummer
C/10/707160 / JE RK 25-1956
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige met ernstige ontwikkelingsbedreigingen

Op 6 oktober 2025 heeft de kinderrechter van de Rechtbank Rotterdam een beschikking gegeven in de zaak van de minderjarige [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2012, die met haar moeder in Tsjechië verblijft. De kinderrechter heeft een machtiging tot uithuisplaatsing verleend vanwege ernstige ontwikkelingsbedreigingen en het onttrekken van de moeder aan de ondertoezichtstelling. De beslissing is voor een kortere duur verleend tot 21 december 2025, en het verzoek tot eenhoofdig gezag van de vader is aangehouden om beide partijen de gelegenheid te geven te worden gehoord. De kinderrechter heeft vastgesteld dat de moeder zich onttrekt aan de ondertoezichtstelling en dat het van groot belang is dat [minderjarige] zo spoedig mogelijk naar Nederland terugkeert. De vader heeft zorgen over de situatie van [minderjarige] in Tsjechië en de invloed van de moeder op haar ontwikkeling. De kinderrechter heeft besloten dat er een nieuwe mondelinge behandeling moet plaatsvinden, waarbij de moeder en haar advocaat aanwezig kunnen zijn. De GI is verzocht om schriftelijk te rapporteren over de actuele stand van zaken voor de volgende zitting.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/707160 / JE RK 25-1956
Datum uitspraak: 6 oktober 2025
Beschikking van de kinderrechter
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,
hierna te noemen: de GI, gevestigd in Rotterdam,
over
[minderjarige],
geboren op [geboortedatum] 2012 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam moeder],
hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats] ,
advocaat: mr. J.A.M. Schoenmakers, kantoorhoudende in Breda,
[naam vader],
hierna te noemen: de vader, wonende in Frankrijk,
advocaat: mr. J.G. Kalk, kantoorhoudende in Nijmegen.

1.Het verdere verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
  • de beschikking van 23 september 2025 en de daaraan ten grondslag liggende stukken;
  • de brief van [minderjarige] van 30 september 2025;
  • het verweerschrift tevens zelfstandig verzoek met bijlagen van de vader van 1 oktober 2025;
  • het verweerschrift met bijlagen van de moeder van 3 oktober 2025;
  • het e-mailbericht van de advocaat van de vader van 3 oktober 2025;
  • de brief van [minderjarige] van 3 oktober 2025.
1.2.
Op 6 oktober 2025 heeft de kinderrechter de zitting met gesloten deuren voortgezet. Daarbij waren aanwezig:
- de vader, bijgestaan door zijn advocaat;
- twee vertegenwoordigers van de GI, [naam 1] en [naam 2] .
1.3.
De moeder en haar advocaat zijn niet verschenen. De advocaat van de moeder heeft verzocht om digitaal aan de zitting te mogen deelnemen, zowel namens zichzelf als namens de moeder. De kinderrechter heeft dit verzoek afgewezen, nu er gelet op de aard van de zaak en de omstandigheden geen aanleiding wordt gezien om af te wijken van het uitgangspunt dat de zitting fysiek plaatsvindt.
1.4.
De kinderrechter heeft [minderjarige] naar haar mening gevraagd. [minderjarige] heeft hierover een brief gestuurd. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.

2.De feiten

2.1.
[minderjarige] verblijft met haar moeder in Tsjechië.
2.2.
Bij beschikking van 22 augustus 2025 is [minderjarige] onder toezicht gesteld tot 22 augustus 2026.
2.3.
Bij beschikking van 23 september 2025 is een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een gezinsgerichte voorziening verleend tot 21 oktober 2025.

3.De (aangehouden) verzoeken

3.1.
De GI verzoekt een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een gezinsgerichte voorziening te verlenen voor de duur van vier weken, en aansluitend voor de duur van de ondertoezichtstelling. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2.
Bij spoedbeschikking van 23 september 2025 is beslist op de machtiging tot uithuisplaatsing voor de duur van vier weken. Thans dienen belanghebbenden gehoord te worden op dit verzoek en te worden beslist op de machtiging tot uithuisplaatsing voor de duur van de ondertoezichtstelling.
3.3.
De vader verzoekt bij zelfstandig verzoek primair te bepalen dat hij wordt belast met het eenhoofdig gezag. De vader verzoekt subsidiair vader vast te stellen dat de ouders het gezamenlijk gezag hebben over [minderjarige] .
3.4.
De GI handhaaft ter zitting het verzoek en licht dit als volgt toe. [minderjarige] verblijft met haar moeder in Tsjechië. er is contact gezocht met de Tsjechische autoriteiten om [minderjarige] terug naar Nederland te kunnen krijgen. Dit is tot op heden nog niet gelukt. De spoedbeschikking wordt vertaald en aan de Tsjechische autoriteiten overlegd. Zij moeten nog beslissen of zij de beschikking zullen erkennen. Er is geprobeerd contact op te nemen met de moeder, maar dit is niet gelukt. De GI maakt zich zorgen over het gedrag van de moeder en over het feit dat [minderjarige] aangeeft gelukkig te zijn in Tsjechië. Dit zei [minderjarige] ook toen zij nog in Nederland verbleef. De moeder leeft in haar eigen belevingswereld. Zij stelde bijvoorbeeld dat [minderjarige] nauwelijks school had gemist, terwijl aantoonbaar is dat dit wel het geval was. [minderjarige] heeft nog geen enkel volledig schooljaar op dezelfde school doorgebracht, waardoor zij een ontwikkelingsachterstand heeft opgelopen. [minderjarige] verdient een neutrale omgeving, waar zij normaal naar school kan gaan en zich goed kan ontwikkelen.

4.Het standpunt van de vader

4.1.
Door en namens de vader wordt ingestemd met het verzoek. De zorgen zijn uitermate groot. De advocaat van de moeder stelt dat de gewone verblijfplaats op het moment van het indienen van het verzoek Tsjechië is, maar dit wordt betwist. [minderjarige] is onder valse voorwendselen meegenomen naar Tsjechië. Alles wees erop dat zij zou deelnemen aan een excursie van haar school, waarvoor de moeder ook haar handtekening had gezet en op de informatieavond was geweest. Wat opvalt in alle lopende procedures, is dat steeds wordt geprobeerd afspraken te maken. Keer op keer betwist de moeder het gezag van de vader, terwijl de rechtbank Den Haag heeft vastgesteld dat sprake is van gezamenlijk gezag. Frankrijk kent geen gezagsregister en daarom staat het niet genoteerd. Dat neemt echter niet weg dat er wel sprake is van gezamenlijk gezag. De moeder stelt dat zij met [minderjarige] naar Tsjechië kan vanwege haar eenhoofdige gezag en trekt dit standpunt door naar de Tsjechische autoriteiten. De vader is niet geïnformeerd door de school in Tsjechië. Zolang de moeder blijft betwisten dat er sprake is van gezamenlijk gezag, blijft de vader op achterstand staan. De moeder is onbetrouwbaar. Kinderen met een trauma hechten zich vaak aan de manipulerende ouder en wijzen de andere ouder af. Dit is bij [minderjarige] zichtbaar, al vanaf het einde van de relatie tussen de ouders. [minderjarige] moet in een neutrale omgeving worden geplaatst, met begeleiding van een psycholoog, zodat kan worden onderzocht hoe zij een normaal wereldbeeld kan ontwikkelen en naar school kan gaan waar zij uiteindelijk haar examens kan doen en een toekomst kan opbouwen. Wanneer [minderjarige] erachter komt wat een normaal leven is en zij liever bij de vader wil verblijven dan in een pleeggezin, is zij welkom bij de vader. De vader is bang dat als zij direct naar hem gaat, zij de trein naar Tsjechië zal nemen, omdat zij geen eigen wil heeft. De vader maakt zich zorgen dat de moeder naar Slowakije vertrekt met [minderjarige] , het land waar de moeder vandaan komt. De vader vreest dat hij [minderjarige] nooit meer zal terugzien.

5.De beoordeling

Ten aanzien van de machtiging tot uithuisplaatsing
5.1.
Op basis van de stukken en de zitting is de kinderrechter van oordeel dat de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding. [1]
5.2.
Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting blijkt dat [minderjarige] een meisje is dat klem zit tussen haar beide ouders als gevolg van echtscheidingsproblematiek. De moeder heeft [minderjarige] – zonder instemming van de GI of de vader – meegenomen naar Tsjechië. Sindsdien is het de GI niet meer gelukt om contact te krijgen met de moeder. Er loopt een ondertoezichtstelling, maar de moeder onttrekt zich hieraan. Het is van groot belang dat [minderjarige] zo spoedig mogelijk naar Nederland terugkeert. Op dit moment is het niet wenselijk dat zij bij de vader gaan wonen, mede vanwege het bestaande loyaliteitsconflict. [minderjarige] heeft behoefte aan een neutrale, stabiele omgeving waar zij tot rust kan komen en passende hulpverlening kan ontvangen. Van daaruit kan nader worden bezien welke verdere stappen in het belang van [minderjarige] zijn.
5.3.
De kinderrechter ziet aanleiding om de machtiging tot uithuisplaatsing voor een kortere duur te verlenen, te weten tot 21 december 2025. De moeder en haar advocaat waren niet in de gelegenheid bij de zitting aanwezig te zijn. De kinderrechter acht het van belang dat voor de bespreking van het verdere verloop een nieuwe mondelinge behandeling plaatsvindt waar zij wel aanwezig kunnen zijn.
Het is in het belang van [minderjarige] dat de Tsjechische autoriteiten voortvarend te werk gaan en zij hun medewerking verlenen aan de terugkeer van [minderjarige] naar Nederland.
Ten aanzien van het gezag
5.4.
Het zelfstandige verzoek van de vader met betrekking tot het gezag wordt aangehouden tot de hierna te noemen zittingsdatum. De kinderrechter acht het van belang dat de moeder en haar advocaat in de gelegenheid worden gesteld om ter zitting op het verzoek van de vader te reageren.
5.5.
De GI wordt verzocht de kinderrechter
uiterlijk één weekvoor de hierna te noemen zittingsdatum schriftelijk te rapporteren over de actuele stand van zaken, met afschrift aan de belanghebbenden.
5.6.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een gezinsgerichte voorziening tot 21 december 2025;
en alvorens verder te beslissen:
6.2.
houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan en roept de GI, de moeder, de vader en hun advocaten op te verschijnen tijdens de zitting van mr. W.J. Loorbach van de rechtbank Rotterdam, locatie Rotterdam, in het gerechtsgebouw aan Wilhelminaplein 100 / 125 te Rotterdam
,op 16 december 2025 te 13:30 uur,teneinde nader op het verzoek te worden gehoord;
6.3.
bepaalt dat deze beschikking geldt als oproep voor de zitting;
6.4.
verzoekt de GI
uiterlijk 9 december 2025de kinderrechter de verzochte rapportage te doen toekomen;
6.5.
gelast de oproeping van [minderjarige] voor een kindgesprek;
6.6.
verzoekt de GI een tolk te regelen voor de moeder;
6.7.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 6 oktober 2025 door mr. W.J. Loorbach, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. R.S.E. Pronk als griffier, en op schrift gesteld op 17 oktober 2025.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:265c, tweede lid, Burgerlijk Wetboek.