ECLI:NL:RBROT:2025:14465

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
3 december 2025
Publicatiedatum
10 december 2025
Zaaknummer
FT RK 25-1943
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing van een verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp) en vaststelling van de ingangsdatum

Op 3 december 2025 heeft de Rechtbank Rotterdam uitspraak gedaan in de zaak van de heer [naam verzoeker], die zich in een problematische schuldensituatie bevindt. De heer [naam verzoeker] heeft een verzoek ingediend om toegelaten te worden tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp) en om de ingangsdatum van deze regeling vast te stellen op 7 januari 2025. De rechtbank heeft het verzoek toegewezen, omdat de heer [naam verzoeker] voldoet aan de eisen voor toelating tot de Wsnp. De rechtbank heeft vastgesteld dat hij te goeder trouw was bij het ontstaan van zijn schulden en dat hij aan de verplichtingen van de Wsnp zal voldoen. De rechtbank heeft ook de termijn van de Wsnp-regeling vastgesteld op achttien maanden, met een ingangsdatum van 7 januari 2025.

De procedure is behandeld op de zitting van 24 november 2025, waar de heer [naam verzoeker] en zijn beschermingsbewindvoerder, de heer N.A. Belo, aanwezig waren. De rechtbank heeft in haar beoordeling gekeken naar de verplichtingen die de heer [naam verzoeker] moet nakomen tijdens de Wsnp, waaronder de informatieverplichting en de inspanningsverplichting. De rechtbank heeft geconcludeerd dat de heer [naam verzoeker] aan deze verplichtingen heeft voldaan, ondanks dat hij gedurende elf maanden niet heeft kunnen sparen voor zijn schuldeisers door beslaglegging op zijn inkomsten.

De rechtbank heeft ook een bewindvoerder benoemd die toezicht zal houden op de naleving van de verplichtingen van de heer [naam verzoeker] en de boedel zal beheren. De rechter-commissaris, mr. J.T.P. Pot, is benoemd om toezicht te houden op de bewindvoerder. De rechtbank heeft de beslissing openbaar uitgesproken en de ingangsdatum van de schuldsaneringsregeling vastgesteld op 7 januari 2025, met een looptijd van achttien maanden, eindigend op 7 juli 2026. Tegen deze uitspraak kan binnen acht dagen hoger beroep worden ingesteld.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie
insolventienummer: [nummer]
vonnis van:
3 december 2025
op het verzoek van:
[naam verzoeker],
wonende te [adres] ,
[postcode] [woonplaats] .
Waar deze zaak over gaat
De heer [naam verzoeker] bevindt zich in een problematische schuldensituatie. Om tot een oplossing voor zijn schulden te komen heeft de heer [naam verzoeker] een verzoek gedaan te worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp). Dit verzoek wordt toegewezen. Daarnaast verzoekt de heer [naam verzoeker] om de ingangsdatum van de Wsnp vast te stellen op 7 januari 2025. Dit verzoek wordt toegewezen.
De rechtbank legt hierna uit waarom zij zo beslist.

1.De procedure

1.1.
De heer [naam verzoeker] heeft een verzoek ingediend om te worden toegelaten tot de Wsnp en om een eerdere ingangsdatum te bepalen.
1.2.
Het verzoek is behandeld op de zitting van 24 november 2025. Op de zitting zijn verschenen:
- de heer [naam verzoeker] , verzoeker,
- de heer N.A. Belo, beschermingsbewindvoerder.

2.De beoordeling

De toelating
2.1.
De heer [naam verzoeker] kan worden toegelaten tot de Wsnp als hij zich in een problematische schuldensituatie bevindt en hij te goeder trouw was bij het ontstaan en onbetaald laten van zijn schulden. De rechtbank kijkt daarbij vooral naar de afgelopen drie jaar. Ook moet de verwachting bestaan dat de heer [naam verzoeker] aan de verplichtingen van de Wsnp zal voldoen.
2.2.
De heer [naam verzoeker] voldoet aan alle eisen en wordt toegelaten tot de Wsnp.
Bevoegdheid
2.3.
De rechtbank is, gelet op het bepaalde in artikel 3 lid 1 Verordening (EU) 2015/848 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie, bevoegd deze insolventieprocedure als hoofdprocedure te openen nu het centrum van voornaamste belangen van de heer [naam verzoeker] in Nederland ligt.
Duur
2.4.
De rechtbank stelt de termijn van de Wsnp-regeling ex artikel 349a Fw (hierna: looptijd) op achttien maanden.
De ingangsdatum
2.5.
De Faillissementswet (hierna: Fw) bepaalt dat de looptijd in beginsel ingaat op de dag van dit vonnis, tenzij er aanleiding is de looptijd eerder te laten ingaan.
2.6.
Een eerdere ingangsdatum kan worden bepaald als vanaf die eerdere datum de verplichtingen die volgen uit het voorafgaande schuldhulpverleningstraject zijn nagekomen. Als uitgangspunt geldt daarbij dat de schuldenaar tijdens het minnelijke voortraject maximaal, op basis van de normen die gelden voor berekening van het vrij te laten bedrag (het vtlb), moet aflossen op zijn schulden en dat hij zich moet inspannen om zoveel mogelijk baten voor de schuldeisers te verwerven. Die inspanningsplicht houdt in beginsel in dat er bij arbeidsgeschiktheid fulltime gewerkt moet worden of er moet aantoonbaar worden gesolliciteerd naar een fulltime baan.
2.7.
De rechtbank stelt vast dat door de heer [naam verzoeker] in het voorafgaande schuldhulpverleningstraject vanaf 7 januari 2025 een bedrag van € 69,60 gespaard had moeten worden voor de gezamenlijke schuldeisers. Gedurende het voorafgaande schuldhulpverleningstraject is gedurende elf maanden niet gespaard voor de (gezamenlijke) schuldeisers, omdat door een schuldeiser beslag is gelegd op de inkomsten van de heer [naam verzoeker] . Daardoor is gedurende elf maanden een bedrag van € 745,87 alleen betaald aan deze schuldeiser. Naar het oordeel van de rechtbank is het feit dat er gedurende die periode niet is gespaard voor de gezamenlijke schuldeisers in dit geval niet toe te rekenen aan de heer [naam verzoeker] . Daarom telt die periode wel mee bij het bepalen van een eerdere ingangsdatum, waarmee is voldaan aan de verplichting tot afdracht van het inkomen boven het Vtlb. Daarnaast is in de periode van het schuldhulpverleningstraject ook aan de inspanningsverplichting voldaan. De heer [naam verzoeker] heeft een ontheffing van de sollicitatieverplichting van de Sociale Dienst Drechtsteden overgelegd, waaruit blijkt dat hij van 2 oktober 2024 tot en met 1 oktober 2026 is ontheven van zijn sollicitatieverplichting.
2.8.
De rechtbank komt daarom tot de conclusie dat een eerdere ingangsdatum kan worden bepaald. De rechtbank stelt de ingangsdatum vast op 7 januari 2025, zijnde de dag waarop de schuldregelingsovereenkomst is afgesloten.

3.De (controle van) verplichtingen in de Wsnp

3.1.
De verplichtingen waaraan de heer [naam verzoeker] tijdens de Wsnp moet voldoen zijn: de informatieverplichting, de inspanningsverplichting, de verplichting geen nieuwe schulden te maken, de verplichting om schuldeisers niet te benadelen en de afdrachtverplichting (van inkomen boven het vtlb en van goederen die in de boedel vallen).
3.2.
Er wordt een bewindvoerder benoemd. Deze bewindvoerder controleert in de eerste plaats of de heer [naam verzoeker] de verplichtingen van de Wsnp nakomt.
3.3.
De bewindvoerder bekijkt ook of de verplichtingen uit het minnelijk traject zijn nagekomen. Voor zover het gaat om de verplichting tot afdracht van inkomen boven het vtlb en de inspanningsverplichting, die bij de toelatingszitting al zijn beoordeeld, verzoekt de rechtbank de bewindvoerder om uiterlijk bij het eindverslag ook verslag uit te brengen over de vraag of van materiële onjuistheden is gebleken (vergelijk r.o. 3.6.4 van het arrest van de Hoge Raad van 20 december 2024, ECLI:NL:HR:2024:1913). Dit kan eventueel aanleiding geven tot verlenging van de looptijd van de schuldsaneringsregeling.
3.4.
De bewindvoerder zal bij het eindverslag ook een advies uitbrengen over de vraag in hoeverre aan de andere verplichtingen in het minnelijk traject is voldaan. Het gaat hier bijvoorbeeld om de informatieverplichting, de verplichting om schuldeisers niet te benadelen en de verplichting geen nieuwe schulden te maken. De rechtbank kan nu niet beoordelen of binnen het minnelijk traject aan die verplichtingen is voldaan. Deze vraag zal later worden beoordeeld aan de hand van het verslag van de bewindvoerder (artikel 351a Fw) en hetgeen tijdens de eindzitting blijkt (artikel 352 Fw). Op dat moment zal ook worden beoordeeld of na de toelating aan alle verplichtingen van de Wsnp is voldaan.
3.5.
De taak van de bewindvoerder is in de tweede plaats om de zogenaamde boedel van de schuldenaar te beheren en te vereffenen (artikel 316 Fw). De boedel omvat alle bezittingen die de heer [naam verzoeker] nu heeft en wat hij tijdens de toepassing van de regeling verkrijgt (artikel 295 Fw). De heer [naam verzoeker] heeft de verplichting om tot de boedel behorende bezittingen aan de bewindvoerder af te staan (artikel 296 Fw). De bewindvoerder zal de opbrengsten hiervan verdelen onder de schuldeisers.
3.6.
Er wordt ook een rechter-commissaris benoemd. De taak van de rechter-commissaris is om toezicht te houden op de bewindvoerder.
3.7.
De eerste dertien maanden van het traject geldt in beginsel een postblokkade. Dat betekent dat in die periode alle post naar de bewindvoerder gaat. De bewindvoerder stuurt de post na controle door aan de heer [naam verzoeker] .
3.8.
Als de heer [naam verzoeker] zich tijdens het Wsnp-traject houdt aan alle verplichtingen van de Wsnp eindigt het traject met de zogenoemde “schone lei”. Dit betekent dat schuldeisers hun vorderingen ten aanzien waarvan de Wsnp werkt niet meer op de heer [naam verzoeker] kunnen verhalen. De “schone lei” geldt vanaf het moment dat de bewindvoerder klaar is met zijn afwikkelingstaak. Dat is als de slotuitdelingslijst verbindend is geworden.

4.De beslissing

De rechtbank:
- spreekt de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:
[naam verzoeker],
geboren op [geboortedatum] -1962 te [geboorteplaats] ,
wonende te [adres] , [postcode] [woonplaats] ;
- benoemt tot rechter-commissaris mr. J.T.P. Pot
en tot bewindvoerder B. van Huessen,
gevestigd te Postbus 136,
2990 AC Barendrecht;
  • stelt de ingangsdatum van de schuldsaneringsregeling vast op 7 januari 2025 en de duur op achttien maanden, en bepaalt de einddatum van de looptijd daarmee op
  • draagt de bewindvoerder op de post van de heer [naam verzoeker] in te zien;
- bepaalt dat de bewindvoerder een voorschot op de vergoeding mag nemen volgens het Besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering. Dit kan alleen voor zover de boedel toereikend is.
Dit is de beslissing van mr. J.T.P. Pot, rechter, in samenwerking met S.R.L.T. Peek, griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op 3 december 2025. [1]