De heer verzoeker bevindt zich in een problematische schuldensituatie en heeft een verzoek ingediend tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp). De rechtbank Rotterdam heeft dit verzoek op 3 december 2025 behandeld en besloten de toelating toe te wijzen. De rechtbank stelt vast dat de heer verzoeker voldoet aan de voorwaarden, waaronder het zijn van te goeder trouw en de verwachting dat hij aan de verplichtingen zal voldoen.
De rechtbank is bevoegd de insolventieprocedure te openen omdat het centrum van voornaamste belangen van de heer verzoeker in Nederland ligt. De looptijd van de Wsnp wordt vastgesteld op achttien maanden, ingaande op de datum van het vonnis. Het verzoek om de ingangsdatum te vervroegen naar 3 februari 2025 wordt afgewezen, omdat geen correcte berekening van het vrij te laten bedrag (vtlb) is overgelegd en onduidelijk is of aan de afdrachtverplichting is voldaan.
Tijdens de Wsnp moet de heer verzoeker verschillende verplichtingen naleven, waaronder informatie- en inspanningsverplichtingen, het niet maken van nieuwe schulden, en het afdragen van inkomen boven het vtlb. Er wordt een bewindvoerder benoemd die toezicht houdt op de naleving van deze verplichtingen en de boedel beheert. Tevens wordt een rechter-commissaris benoemd die toezicht houdt op de bewindvoerder.
Indien de heer verzoeker zich aan alle verplichtingen houdt, eindigt het traject met een schone lei, waardoor schuldeisers hun vorderingen niet meer kunnen verhalen. De rechtbank bepaalt de einddatum van de regeling op 3 juni 2027. Tegen deze uitspraak kan binnen acht dagen hoger beroep worden ingesteld.