ECLI:NL:RBROT:2025:14467

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
3 december 2025
Publicatiedatum
10 december 2025
Zaaknummer
FT RK 25-1355
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing van de wettelijke schuldsaneringsregeling aan de heer [naam verzoeker] met betrekking tot zijn problematische schuldensituatie

Op 3 december 2025 heeft de Rechtbank Rotterdam uitspraak gedaan in de zaak van de heer [naam verzoeker], die zich in een problematische schuldensituatie bevindt. De heer [naam verzoeker] heeft verzocht om toegelaten te worden tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp) en om de ingangsdatum hiervan vast te stellen op 3 februari 2025. De rechtbank heeft het verzoek tot toelating tot de Wsnp toegewezen, maar het verzoek om de ingangsdatum eerder te laten ingaan, is afgewezen. De rechtbank heeft vastgesteld dat de heer [naam verzoeker] voldoet aan de eisen voor toelating tot de Wsnp, waaronder de eis dat hij te goeder trouw was bij het ontstaan van zijn schulden. De rechtbank heeft de looptijd van de Wsnp-regeling vastgesteld op achttien maanden, ingaande op de datum van het vonnis, 3 december 2025. De rechtbank heeft ook de verplichtingen uiteengezet waaraan de heer [naam verzoeker] tijdens de Wsnp moet voldoen, zoals de informatieverplichting en de inspanningsverplichting. Tevens is er een bewindvoerder benoemd die toezicht houdt op de naleving van deze verplichtingen. De rechtbank heeft de ingangsdatum van de Wsnp-regeling vastgesteld op 3 december 2025, met een einddatum op 3 juni 2027. Tegen deze uitspraak kan binnen acht dagen hoger beroep worden ingesteld.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie
insolventienummer: [nummer]
vonnis van:
3 december 2025
op het verzoek van:
[naam verzoeker],
wonende te [adres] ,
[postcode] [woonplaats] .
Waar deze zaak over gaat
De heer [naam verzoeker] bevindt zich in een problematische schuldensituatie. Om tot een oplossing voor zijn schulden te komen heeft de heer [naam verzoeker] een verzoek gedaan te worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp). Dit verzoek wordt toegewezen. Daarnaast verzoekt de heer [naam verzoeker] om de ingangsdatum van de Wsnp vast te stellen op 3 februari 2025. Dit verzoek wordt afgewezen.
De rechtbank legt hierna uit waarom zij zo beslist.

1.De procedure

1.1.
De heer [naam verzoeker] heeft een verzoek ingediend om te worden toegelaten tot de Wsnp en om een eerdere ingangsdatum te bepalen.
1.2.
Het verzoek is behandeld op de zitting van 24 november 2025. Op de zitting zijn verschenen:
- de heer [naam verzoeker] , verzoeker,
- de heer D. Tsimarakis en mevrouw A. Vork, beschermingsbewindvoerders.

2.De beoordeling

De toelating
2.1.
De heer [naam verzoeker] kan worden toegelaten tot de Wsnp als hij zich in een problematische schuldensituatie bevindt en hij te goeder trouw was bij het ontstaan en onbetaald laten van zijn schulden. De rechtbank kijkt daarbij vooral naar de afgelopen drie jaar. Ook moet de verwachting bestaan dat de heer [naam verzoeker] aan de verplichtingen van de Wsnp zal voldoen.
2.2.
De heer [naam verzoeker] voldoet aan alle eisen en wordt toegelaten tot de Wsnp.
Bevoegdheid
2.3.
De rechtbank is, gelet op het bepaalde in artikel 3 lid 1 Verordening (EU) 2015/848 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie, bevoegd deze insolventieprocedure als hoofdprocedure te openen nu het centrum van voornaamste belangen van de heer [naam verzoeker] in Nederland ligt.
Duur
2.4.
De rechtbank stelt de termijn van de Wsnp-regeling ex artikel 349a Fw (hierna: looptijd) op achttien maanden.
De ingangsdatum
2.5.
De Faillissementswet (hierna: Fw) bepaalt dat de looptijd in beginsel ingaat op de dag van dit vonnis, tenzij er aanleiding is de looptijd eerder te laten ingaan.
2.6.
Een eerdere ingangsdatum kan worden bepaald als vanaf die eerdere datum de verplichtingen die volgen uit het voorafgaande schuldhulpverleningstraject zijn nagekomen. Als uitgangspunt geldt daarbij dat de schuldenaar tijdens het minnelijke voortraject maximaal, op basis van de normen die gelden voor berekening van het vrij te laten bedrag (het vtlb), moet aflossen op zijn schulden en dat hij zich moet inspannen om zoveel mogelijk baten voor de schuldeisers te verwerven. Die inspanningsplicht houdt in beginsel in dat er bij arbeidsgeschiktheid fulltime gewerkt moet worden of er moet aantoonbaar worden gesolliciteerd naar een fulltime baan.
2.7.
De heer [naam verzoeker] heeft verzocht om 3 februari 2025 als startdatum van de Wsnp te bepalen. Dat verzoek wordt afgewezen. Allereerst is er geen correcte berekening van het VTLB over de periode vanaf 3 februari 2025 bij het verzoekschrift gevoegd. Het is daarom niet vast te stellen of en, zo ja, hoeveel afloscapaciteit de heer [naam verzoeker] had. Het kan daarom ook niet worden vastgesteld of de heer [naam verzoeker] aan de afdrachtverplichting heeft voldaan. Voor zover de heer [naam verzoeker] heeft aangevoerd dat hij wel aan zijn afdrachtverplichting heeft voldaan, doordat hij in ieder geval sinds 3 februari 2025 via beslag heeft afgelost, geldt het volgende. De partner van de heer [naam verzoeker] ontvangt een Wajong-uitkering. De heer [naam verzoeker] en zijn partner ontvangen daarnaast een aanvullende PW-uitkering. Het totale bedrag dat de heer [naam verzoeker] en zijn partner aan uitkeringen ontvangen bedraagt € 1.922,07 per maand. Op dit inkomen is beslag gelegd door het UWV, een schuldeiser van de partner van de heer [naam verzoeker] . Onbekend is of dit beslag ook op het inkomen (de aanvullende PW-uitkering) van de heer [naam verzoeker] is gelegd. Bovendien is geen sprake van een beslag gelegd door een schuldeiser van de heer [naam verzoeker] . De heer [naam verzoeker] heeft immers geen schuld aan het UWV. De rechtbank kan hierdoor niet vaststellen of aan de afdrachtverplichting is voldaan. Of de heer [naam verzoeker] aan de inspanningsverplichting heeft voldaan, kan daarom onbesproken blijven.
2.8.
Gelet op het voorgaande zal er geen eerdere ingangsdatum zal worden bepaald.

3.De (controle van) verplichtingen in de Wsnp

3.1.
De verplichtingen waaraan de heer [naam verzoeker] tijdens de Wsnp moet voldoen zijn: de informatieverplichting, de inspanningsverplichting, de verplichting geen nieuwe schulden te maken, de verplichting om schuldeisers niet te benadelen en de afdrachtverplichting (van inkomen boven het vtlb en van goederen die in de boedel vallen).
3.2.
Er wordt een bewindvoerder benoemd. Deze bewindvoerder controleert in de eerste plaats of de heer [naam verzoeker] de verplichtingen van de Wsnp nakomt.
3.3.
De taak van de bewindvoerder is in de tweede plaats om de zogenaamde boedel van de schuldenaar te beheren en te vereffenen (artikel 316 Fw). De boedel omvat alle bezittingen die de heer [naam verzoeker] nu heeft en wat hij tijdens de toepassing van de regeling verkrijgt (artikel 295 Fw). De heer [naam verzoeker] heeft de verplichting om tot de boedel behorende bezittingen aan de bewindvoerder af te staan (artikel 296 Fw). De bewindvoerder zal de opbrengsten hiervan verdelen onder de schuldeisers.
3.4.
Er wordt ook een rechter-commissaris benoemd. De taak van de rechter-commissaris is om toezicht te houden op de bewindvoerder.
3.5.
De eerste dertien maanden van het traject geldt in beginsel een postblokkade. Dat betekent dat in die periode alle post naar de bewindvoerder gaat. De bewindvoerder stuurt de post na controle door aan de heer [naam verzoeker] .
3.6.
Als de heer [naam verzoeker] zich tijdens het Wsnp-traject houdt aan alle verplichtingen van de Wsnp eindigt het traject met de zogenoemde “schone lei”. Dit betekent dat schuldeisers hun vorderingen ten aanzien waarvan de Wsnp werkt niet meer op de heer [naam verzoeker] kunnen verhalen. De “schone lei” geldt vanaf het moment dat de bewindvoerder klaar is met zijn afwikkelingstaak. Dat is als de slotuitdelingslijst verbindend is geworden.

4.De beslissing

De rechtbank:
- spreekt de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:
[naam verzoeker],
geboren op [geboortedatum] -1974 te [geboorteplaats] ,
wonende te [adres] , [postcode] [woonplaats] ;
- benoemt tot rechter-commissaris mr. J.T.P. Pot
en tot bewindvoerder R.I. de Jong,
gevestigd te Postbus 59,
3360 AB Sliedrecht;
  • stelt de ingangsdatum van de schuldsaneringsregeling vast op 3 december 2025 en de duur op achttien maanden, en bepaalt de einddatum van de looptijd daarmee op 3 juni 2027;
  • draagt de bewindvoerder op de post van de heer [naam verzoeker] in te zien;
- bepaalt dat de bewindvoerder een voorschot op de vergoeding mag nemen volgens het Besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering. Dit kan alleen voor zover de boedel toereikend is.
Dit is de beslissing van mr. J.T.P. Pot, rechter, in samenwerking met S.R.L.T. Peek, griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op 3 december 2025. [1]