ECLI:NL:RBROT:2025:14482

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
23 oktober 2025
Publicatiedatum
11 december 2025
Zaaknummer
FT RK 25/275
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling wegens tekortkomingen in informatieplicht

In deze zaak heeft de Rechtbank Rotterdam op 23 oktober 2025 uitspraak gedaan over de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling van een schuldenaar. De bewindvoerder had verzocht om deze beëindiging omdat de schuldenaar zijn informatieplicht niet was nagekomen. De rechtbank heeft vastgesteld dat de schuldenaar, ondanks meerdere oproepen en verzoeken van de bewindvoerder, niet is verschenen en geen adequate informatie heeft verstrekt over zijn financiële situatie. Dit heeft geleid tot onduidelijkheid over zijn inkomsten en uitgaven, waardoor de bewindvoerder niet in staat was om het vrij te laten bedrag te berekenen. De rechtbank oordeelde dat de schuldenaar niet heeft aangetoond dat zijn tekortkomingen niet aan hem te verwijten zijn. De rechtbank heeft de schuldsaneringsregeling beëindigd op grond van artikel 350, derde lid, onder c, van de Faillissementswet. Tevens is het salaris van de bewindvoerder vastgesteld op maximaal € 3.114,16, aangezien er geen baten beschikbaar zijn om vorderingen te voldoen. De uitspraak is openbaar gedaan en er is een mogelijkheid tot hoger beroep binnen acht dagen na de uitspraak.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie
tussentijdse beëindiging
insolventienummer: [nummer]
uitspraakdatum: 23 oktober 2025
Bij vonnis van de rechtbank van 5 juni 2025 is de toepassing van de schuldsaneringsregeling uitgesproken ten aanzien van:
[schuldenaar],
[adres]
[postcode] [plaatsnaam],
schuldenaar,
bewindvoerder: mr. W.P. Groenendijk.

1.De procedure

De bewindvoerder heeft de rechter-commissaris verzocht de schuldsaneringsregeling voor tussentijdse beëindiging voor te dragen. De rechter-commissaris heeft op 4 september 2025 met dit verzoek ingestemd.
De rechtbank heeft de behandeling van het verzoek tot tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling van schuldenaar bepaald op 16 oktober 2025.
De bewindvoerder heeft op 8 oktober 2025 een laatste stand van zaken aan de rechtbank toegezonden.
Ter zitting van 16 oktober 2025 is alleen de bewindvoerder verschenen. Schuldenaar is – zonder bericht van verhindering – niet ter zitting verschenen.
De uitspraak is bepaald op heden.

2.De standpunten

Standpunt bewindvoerder
Als grond voor de voordracht van tussentijdse beëindiging is door de bewindvoerder aangevoerd dat schuldenaar de informatieplicht niet is nagekomen. Op 19 juni 2025 zou er een eerste bespreking plaatsvinden met schuldenaar en de bewindvoerder. Deze afspraak zou plaatsvinden op het kantoor van de bewindvoerder omdat een huisbezoek bij schuldenaar niet mogelijk is. Schuldenaar heeft telefonisch laten weten dat hij ziek was waardoor de afspraak geen doorgang kon vinden. De bewindvoerder heeft schuldenaar verzocht een nieuwe afspraak in te plannen. Desondanks werd er vanuit schuldenaar geen contact opgenomen. De bewindvoerder heeft getracht een nieuwe afspraak te maken door telefonisch contact op te nemen met schuldenaar. Tijdens het telefoongesprek reageerde schuldenaar echter minutenlang niet en klonk er slechts gezucht. Op 27 juni 2025 heeft schuldenaar, na herhaalde verzoeken van de bewindvoerder, contact opgenomen en aangegeven dat hij ziek is, een hernia heeft en depressieve klachten ervaart. Ook heeft schuldenaar te kennen gegeven dat de reisafstand naar het kantoor van de bewindvoerder een obstakel is en dat hij niet begrijpt waarom een bespreking noodzakelijk is. De bewindvoerder heeft het belang hiervan aan schuldenaar toegelicht en verzocht telefonisch contact op te nemen zodra hij zich beter voelde. Desondanks werd er, ook na de strenge brief van 9 juli 2025, niets vernomen. Nadat er een verhoor werd bepaald op 3 september 2025 heeft het Wijkteam Kralingen Crooswijk telefonisch contact opgenomen met de bewindvoerder. Besproken werd dat deze zitting niet nodig zou zijn als schuldenaar alsnog aan zijn verplichtingen zou voldoen. Ook werd verzocht of het mogelijk was om de bespreking op het adres van het Wijkteam Kralingen Crooswijk te laten plaatsvinden. De bewindvoerder heeft te kennen gegeven dat dit mogelijk was indien schuldenaar niet in staat zou zijn om naar zijn kantoor te komen. Het Wijkteam Kralingen Crooswijk gaf aan in overleg te gaan met schuldenaar. Er is nadien echter niets meer van zowel schuldenaar als het Wijkteam Kralingen Crooswijk vernomen.
Gebleken is dat schuldenaar een eenmanszaak heeft die ten tijde van de uitspraak van de schuldsaneringsregeling stond ingeschreven. Bij het verzoekschrift werd hier echter geen enkele informatie over verstrekt. Doordat er informatie ontbreekt over de eenmanszaak en over de inkomsten en uitgaven, kan er geen berekening van het vrij te laten bedrag worden opgesteld. Daarnaast is via een door de postblokkade ontvangen brief van het UWV gebleken dat schuldenaar werd uitgenodigd voor een telefonisch gesprek op 1 september 2025 met de sociaal verpleegkundige. Doordat er geen informatie wordt verstrekt is het de bewindvoerder onduidelijk wat de stand van zaken is omtrent de arbeidsongeschiktheid van schuldenaar.
Standpunt schuldenaar
Schuldenaar is, ondanks het feit dat hij behoorlijk is opgeroepen, niet verschenen.

3.De beoordeling

De schuldsaneringsregeling biedt een schuldenaar in een problematische schuldensituatie de mogelijkheid om na achttien maanden een schone lei te verkrijgen. Dit betekent in de voorliggende regeling dat een groot deel van de schuld van € 18.827,73 niet langer opeisbaar is. Tegenover dit perspectief staat een aantal niet lichtvaardig op te vatten verplichtingen. Zo dient de schuldenaar gedurende de toepassing van de regeling onder meer de bewindvoerder gevraagd en ongevraagd te informeren, zijn inkomen boven het vrij te laten bedrag af te dragen aan de boedelrekening en zich aantoonbaar tot het uiterste in te spannen om een fulltime dienstbetrekking te verkrijgen. Hiernaast mogen tijdens de toepassing van de schuldsaneringsregeling geen bovenmatige nieuwe schulden ontstaan. Van de schuldenaar wordt een actieve houding verwacht bij het naleven van voornoemde verplichtingen. De rechtbank oordeelt dat schuldenaar toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van één van de verplichtingen en overweegt daartoe als volgt.
De rechtbank is van oordeel dat voldoende is komen vast te staan dat schuldenaar is tekortgeschoten in de nakoming van zijn informatieplicht. De bewindvoerder heeft diverse malen getracht om een eerste bespreking met schuldenaar in te plannen. Desondanks heeft deze afspraak tot op heden niet plaatsgevonden. Doordat er informatie ontbreekt kan het vrij te laten bedrag niet worden berekend en is het onduidelijk wat de stand van zaken is omtrent de arbeidsongeschikt van schuldenaar. Nu schuldenaaar niet is verschenen tijdens het verhoor met de rechter-commissaris op 3 september 2025 en tijdens de mondelinge behandeling van het verzoek voordracht tussentijdse beëidiging op 16 oktober 2025, ziet de rechtbank geen aanleiding om af te wijken van de constateringen die door de bewindvoerder zijn gedaan. Schuldenaar heeft immers meermaals geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid zijn standpunt kenbaar te maken. De rechtbank neemt het standpunt van de bewindvoerder over. Schuldenaar heeft gelet op zijn handelwijze gedurende de schuldsaneringsregeling geen blijk gegeven van een saneringsgezinde houding. De rechtbank zal de schuldsaneringsregeling tussentijds beëindigen.
Dat bovengenoemde tekortkoming schuldenaar niet te verwijten is, is onvoldoende aannemelijk geworden. De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat schuldenaar, in elk geval na de waarschuwingsbrief van de rechter-commissaris van 9 juli 2025 en het verhoor door de rechter-commissaris op 3 september 2025, van de verplichtingen van de schuldsaneringsregeling goed op de hoogte moet zijn geweest.
De toepassing van de schuldsaneringsregeling zal daarom worden beëindigd op grond van artikel 350, derde lid, onder c, Faillissementswet (hierna: Fw).
De rechtbank zal het salaris van de bewindvoerder en de door deze gemaakte kosten vaststellen.
De rechtbank stelt vast dat er geen baten beschikbaar zijn om daaruit vorderingen geheel of gedeeltelijk te voldoen. Er is daarom geen sprake van een faillissement van rechtswege zodra deze uitspraak in kracht van gewijsde gaat.

4.De beslissing

De rechtbank:
- beëindigt de toepassing van de schuldsaneringsregeling;
- stelt het salaris van de bewindvoerder, één en ander inclusief onkosten en omzetbelasting, vast op het aanwezig actief tot een bedrag van maximaal € 3.114,16;
Dit vonnis is gewezen door mr. C. de Jong, rechter, en in aanwezigheid van mr. J.A. Kuijvenhoven, griffier, in het openbaar uitgesproken op 23 oktober 2025. [1]

Voetnoten

1.Tegen deze uitspraak kan degene aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak, hoger beroep instellen. Het hoger beroep kan uitsluitend door een advocaat worden ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van deze zaak kennis moet nemen.