ECLI:NL:RBROT:2025:14482
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling wegens tekortkomingen in informatieplicht
In deze zaak heeft de Rechtbank Rotterdam op 23 oktober 2025 uitspraak gedaan over de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling van een schuldenaar. De bewindvoerder had verzocht om deze beëindiging omdat de schuldenaar zijn informatieplicht niet was nagekomen. De rechtbank heeft vastgesteld dat de schuldenaar, ondanks meerdere oproepen en verzoeken van de bewindvoerder, niet is verschenen en geen adequate informatie heeft verstrekt over zijn financiële situatie. Dit heeft geleid tot onduidelijkheid over zijn inkomsten en uitgaven, waardoor de bewindvoerder niet in staat was om het vrij te laten bedrag te berekenen. De rechtbank oordeelde dat de schuldenaar niet heeft aangetoond dat zijn tekortkomingen niet aan hem te verwijten zijn. De rechtbank heeft de schuldsaneringsregeling beëindigd op grond van artikel 350, derde lid, onder c, van de Faillissementswet. Tevens is het salaris van de bewindvoerder vastgesteld op maximaal € 3.114,16, aangezien er geen baten beschikbaar zijn om vorderingen te voldoen. De uitspraak is openbaar gedaan en er is een mogelijkheid tot hoger beroep binnen acht dagen na de uitspraak.