In deze zaak heeft de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering (hierna: de GI) verzocht om een omgangsregeling vast te stellen voor de minderjarige [voornaam minderjarige], geboren in 2018. De kinderrechter heeft op 16 oktober 2025 uitspraak gedaan in deze beschikking, waarin de GI verzocht om de omgang tussen de moeder en [voornaam minderjarige] te wijzigen van één uur per vier weken naar een andere regeling. De moeder heeft het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] en de minderjarige verblijft momenteel in een pleeggezin. De kinderrechter heeft de procedure op basis van verschillende stukken beoordeeld, waaronder een verslag van Youth Care en eerdere beschikkingen van het Hof. Tijdens de zitting waren de moeder, haar advocaat, een vertegenwoordiger van de GI en de pleegouders aanwezig.
De kinderrechter heeft vastgesteld dat de omgangsregeling, die op 1 oktober 2025 door het Hof is bekrachtigd, momenteel één uur per vier weken bedraagt. De GI heeft verzocht om deze regeling te wijzigen, maar de kinderrechter oordeelt dat er onvoldoende onderbouwing is voor een wijziging van de omgangsregeling. De kinderrechter heeft overwogen dat de huidige regeling in het belang van [voornaam minderjarige] is en dat er geen noodzaak is voor een wijziging op dit moment. De kinderrechter heeft het verzoek van de GI dan ook afgewezen, met de overweging dat de huidige regeling tot de afloop van de ondertoezichtstelling in april 2026 moet blijven bestaan.