ECLI:NL:RBROT:2025:14485

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
12 november 2025
Publicatiedatum
11 december 2025
Zaaknummer
C/10/707942 / JE RK 25-2068
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige

Op 12 november 2025 heeft de kinderrechter van de Rechtbank Rotterdam een beschikking uitgesproken in de zaak van de William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, betreffende de verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige, geboren in 2014. De kinderrechter heeft vastgesteld dat de ontwikkeling van de minderjarige ernstig bedreigd wordt en dat de moeder, die het ouderlijk gezag heeft, nog niet in staat is om de zorg voor de minderjarige op zich te nemen. De minderjarige woont momenteel bij de vader, die zonder gezag is, en de kinderrechter heeft besloten de ondertoezichtstelling te verlengen tot 2 december 2026 en de machtiging tot uithuisplaatsing tot 2 juni 2026. De kinderrechter heeft ook aangegeven dat de GI rapportages moet aanleveren over de voortgang van de situatie. De moeder heeft ingestemd met de ondertoezichtstelling, maar verzet zich tegen de machtiging tot uithuisplaatsing, waarbij zij verzoekt om een kortere termijn. De kinderrechter heeft de zorgen over de opvoedvaardigheden van de moeder en de communicatie tussen de ouders benadrukt en het belang van de ontwikkeling van de minderjarige vooropgesteld.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/707942 / JE RK 25-2068
Datum uitspraak: 12 november 2025
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, gevestigd te Amsterdam,
hierna te noemen: de GI,
over
[minderjarige],
geboren op [geboortedatum] 2014 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige]
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam moeder],
hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats] ,
advocaat: mr. M.F.C. Gommans, kantoorhoudende te Rotterdam,
[naam vader],
hierna te noemen: de vader, wonende in [woonplaats] .

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
  • het verzoekschrift van de GI, met bijlagen, ontvangen op 7 oktober 2025;
  • het e-mailbericht van de vader van 11 oktober 2025, ontvangen op 13 oktober 2025;
  • het verweerschrift van de advocaat van de moeder, ontvangen op 11 november 2025.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 12 november 2025. Daarbij waren aanwezig:
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
- een vertegenwoordiger van de GI, [persoon A] .
1.3.
De vader is niet verschenen. De vader heeft bij e-mailbericht van 11 oktober 2025 laten weten dat hij en [voornaam minderjarige] niet bij de zitting aanwezig zullen zijn.
1.4.
De kinderrechter heeft [voornaam minderjarige] naar haar mening gevraagd. [voornaam minderjarige] heeft geen mening gegeven.
2.
De feiten
2.1.
De moeder heeft het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige]
2.2.
[voornaam minderjarige] woont bij de vader.
2.3.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 2 december 2024 [voornaam minderjarige] onder toezicht gesteld tot 2 december 2025.
2.4.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 21 juli 2025 de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] bij de ouder zonder gezag, te weten de vader, verlengd tot 2 december 2025.

3.Het verzoek

3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar. Tevens verzoekt de GI de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] bij de ouder zonder gezag, te weten de vader, te verlengen tot 2 december 2026. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4.De standpunten

4.1.
De GI handhaaft het verzoek en licht deze als volgt toe. Het afgelopen jaar is veel gebeurd. De bezoekregeling is uitgebreid van één uur per week naar twee keer twee uur onbegeleid bezoek per week. Daarnaast wordt één keer per vier weken begeleiding ingezet. De bezoekmomenten verlopen nog niet positief, waardoor een terugplaatsing nog niet mogelijk is. Tijdens de bezoekuren is er te weinig interactie tussen [voornaam minderjarige] en de moeder, en wordt er door hen vooral samen televisie gekeken. [voornaam minderjarige] geeft aan dat zij graag samen met de moeder activiteiten wil ondernemen, maar dit is tot op heden niet gebeurd. Op 8 oktober 2025 is opnieuw een schriftelijke aanwijzing aan de moeder gegeven, waarin de doelen voor de moeder concreet zijn gemaakt. Tijdens het bezoekmoment op 5 november 2025 heeft de GI geen positieve verandering geconstateerd. De taak ligt bij de moeder om samen met [voornaam minderjarige] passende activiteiten te ondernemen en haar tijdens de bezoekmomenten voldoende structuur te bieden. De moeder heeft begeleiding nodig om invulling te geven aan de bezoekmomenten en zij ontvangt op korte termijn opvoedondersteuning vanuit Coach-Point. Omdat [voornaam minderjarige] geen motivatie voelde om haar individuele hulpverlening voort te zetten, is deze vroegtijdig stopgezet. Het lijkt erop dat [voornaam minderjarige] last heeft van loyaliteitsproblematiek, waarvoor zij begeleiding zal ontvangen. [voornaam minderjarige] geeft aan de helft van de tijd bij de moeder te willen wonen. Voordat dit kan plaatsvinden, is het noodzakelijk dat het contact tussen beide ouders beter verloopt en zij gezamenlijk in staat zijn om afspraken te maken over [voornaam minderjarige] Een mediation traject kan hierbij helpend zijn.
4.2.
Door en namens de moeder wordt ingestemd met de ondertoezichtstelling. Er wordt verweer gevoerd tegen de machtiging tot uithuisplaatsing. Primair wordt verzocht om de machtiging tot uithuisplaatsing af te wijzen. Subsidiair wordt verzocht om de machtiging tot uithuisplaatsing voor de duur van drie maanden toe te wijzen. Het is voor de moeder onvoldoende concreet gemaakt waaraan zij moet voldoen, voordat [voornaam minderjarige] weer bij haar kan wonen. De moeder vindt het vervelend dat de bezoekmomenten tussen haar en [voornaam minderjarige] door de GI op een negatieve manier worden weergegeven. Tijdens een bezoekmoment speelt de moeder ook spelletjes met [voornaam minderjarige] en is de interactie tussen hen positief. De moeder wil haar gedwongen opname in de GGZ-instelling dit jaar graag achter zich laten en de zorg over [voornaam minderjarige] weer op zich nemen. De moeder verwacht in maart 2026 opnieuw een kindje. Momenteel heeft de moeder weinig contact met de vader, maar zij staat wel open voor uitbreiding hiervan. Het feit dat de opvoedondersteuning vanuit Coach-Point pas laat in het proces wordt ingezet, is niet helpend geweest. Het is belangrijk dat er een plan komt, zodat het voor de moeder duidelijk is welke stappen er gezet moeten worden. Ook dient er verslaglegging te komen van de bezoekmomenten tussen de moeder en [voornaam minderjarige] Het doet de moeder verdriet dat [voornaam minderjarige] niet bij haar woont, en zij zou graag zien dat dit zo snel mogelijk verandert.

5.De beoordeling

5.1.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. [1] De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
5.2.
De ontwikkeling van [voornaam minderjarige] wordt nog steeds ernstig bedreigd. De moeder is in januari 2025 opgenomen geweest bij een GGZ-instelling. [voornaam minderjarige] is vervolgens samen met haar zus, via een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing bij de vader geplaatst. Sinds april 2025 woont de moeder weer thuis en wordt haar behandeling ambulant voortgezet. Vanaf juli 2025 is de bezoekregeling tussen [voornaam minderjarige] en de moeder uitgebreid. Het lukt de moeder nog niet om passend invulling te geven aan de bezoekmomenten en om voldoende aan te sluiten bij [voornaam minderjarige] Er bestaan zorgen over de opvoedvaardigheden van de moeder. Op korte termijn zal daarom opvoedondersteuning vanuit Coach-Point worden ingezet.
5.3.
[voornaam minderjarige] heeft het afgelopen jaar veel meegemaakt en het is belangrijk dat er zicht is op haar ontwikkeling en dat zij passende begeleiding ontvangt. [voornaam minderjarige] lijkt te kampen met loyaliteitsproblematiek. Het lukt de ouders onvoldoende om op constructieve wijze met elkaar te communiceren. De kinderrechter acht alles overwegende het noodzakelijk dat de jeugdbescherming ook het komende jaar de regie voert en de thuissituatie en ontwikkeling van [voornaam minderjarige] monitort. De ondertoezichtstelling is daarom nog steeds nodig. De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] voor de duur van een jaar.
5.4.
Ook is de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] noodzakelijk in het belang van de verzorging en opvoeding. [2] Het wonen bij de vader biedt [voornaam minderjarige] rust en stabiliteit, waardoor zij zich goed kan ontwikkelen. Sinds dat [voornaam minderjarige] bij de vader woont is er geen sprake meer van schoolverzuim. De komende periode zal met inzet van hulpverlening worden onderzocht in hoeverre de moeder aan [voornaam minderjarige] een veilige en stabiele opvoedomgeving kan bieden. Van belang daarbij is dat de contactmomenten tussen [voornaam minderjarige] en de moeder adequaat worden ingevuld, dat de moeder daarvoor duidelijke handvatten heeft en daarmee ook aan de slag gaat. Zodra dat goed gaat en [voornaam minderjarige] daaraan toe is, kan worden gekeken naar de mogelijkheden van uitbreiding van de contactmomenten. De huidige situatie maakt dat [voornaam minderjarige] nu niet bij de moeder kan wonen. Van een afwijzing van het verzoek tot het verlengen van de machtiging tot uithuisplaatsing, zoals verzocht namens de moeder, kan naar het oordeel van de kinderrechter daarom geen sprake zijn. Wel ziet de kinderrechter aanleiding om de machtiging tot uithuisplaatsing te verlengen voor een kortere periode dan een jaar om de ontwikkelingen in de komende periode te kunnen monitoren. Zo zal opvoedondersteuning van Coach-Point worden ingezet en is het contact tussen de moeder en [voornaam minderjarige] nog in ontwikkeling. De moeder zal naar verwachting in maart 2026 bevallen van haar kindje en het is belangrijk om te weten hoe dit verloopt en wat dat betekent voor [voornaam minderjarige] Verder is het in het belang van [voornaam minderjarige] nodig dat de ouders beter met elkaar gaan communiceren. De kinderrechter ziet daarom aanleiding om het verzoek voor de duur van zes maanden toe te wijzen, en het overige deel van het verzoek aan te houden. De kinderrechter benadrukt dat het van belang is dat de betrokkenen goed met elkaar in gesprek blijven en het belang van [voornaam minderjarige] voorop stellen, zodat gezamenlijk naar een positieve ontwikkeling kan worden toegewerkt.
5.5.
De GI wordt verzocht om uiterlijk twee weken voor de hierna vermelde pro forma datum een rapportage aan de rechtbank te overleggen, met afschrift aan de belanghebbenden en de advocaat, met de dan actuele stand van zaken en waarin wordt aangegeven of het verzoek al dan niet wordt gehandhaafd.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] tot 2 december 2026;
6.2.
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] bij de ouder zonder gezag, te weten bij de vader, tot 2 juni 2026;
6.3.
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad.
en alvorens verder te beslissen
6.4.
houdt het overige gedeelte van het verzoek van de GI aan en bepaalt dat de behandeling van de zaak wordt aangehouden
tot 1 mei 2026 pro forma;
6.5.
bepaalt dat de GI, de belanghebbenden en mr. M.F.C. Gommans op de genoemde pro forma niet ter zitting behoeven te verschijnen;
6.6.
verzoekt de GI uiterlijk twee weken voor de pro forma datum de kinderrechter (met afschrift aan de belanghebbenden en mr. M.F.C. Gommans) de onder sub 5.5 verzochte rapportage te doen toekomen.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 12 november 2025 door mr. J.C.M. Persoon, kinderrechter, in aanwezigheid van R.J.S. Mulder als griffier, en op schrift gesteld op 21 november 2025.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:260 BW.
2.Artikel 1:265c, tweede lid, BW.