In deze zaak heeft de Rechtbank Rotterdam op 23 oktober 2025 uitspraak gedaan in een verzoek tot toepassing van een schuldregeling door een verzoeker met een aanzienlijke schuldenlast. De verzoeker, die onder de Participatiewet valt en ontheven is van de sollicitatieplicht, heeft een schuldregeling aangeboden aan zijn vijftien schuldeisers, waarvan er twaalf instemden. De overige drie schuldeisers, waaronder Check Netherlands B.V. en Advocatenkantoor Hamers, weigerden in te stemmen met de regeling. De rechtbank heeft vastgesteld dat de aangeboden regeling het uiterste is waartoe de verzoeker in staat moet worden geacht, gezien zijn financiële situatie en het feit dat hij geen betaald werk heeft. De rechtbank heeft de belangen van de verzoeker en de instemmende schuldeisers zwaarder laten wegen dan die van de weigerende schuldeisers. De rechtbank heeft het verzoek om de weigerende schuldeisers te bevelen in te stemmen met de schuldregeling toegewezen en hen veroordeeld in de kosten van de procedure, die op nihil zijn begroot. Tevens is het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling afgewezen, omdat er nu een gedwongen schuldregeling is afgekondigd. Dit vonnis is openbaar uitgesproken en kan binnen acht dagen na de uitspraak worden aangevochten door de partijen die daartoe recht hebben volgens de Faillissementswet.