De rechtbank Rotterdam behandelde een verzoek tot wijziging van de zorgregeling en onderhoudsbijdrage na echtscheiding van partijen met twee minderjarige kinderen. De man verzocht de zorgregeling voor de oudste minderjarige, bij wie een autismespectrumstoornis is vastgesteld, te wijzigen van co-ouderschap naar een weekendregeling en vroeg tevens een bijzondere curator te benoemen. Dit verzoek werd ingetrokken en afgewezen.
De rechtbank stelde vast dat de huidige weerstand van het kind tegen verblijf bij de man en diens nieuwe partner een wijziging van omstandigheden vormt, mede door het ontbreken van een eigen kamer en de verhuizing van de man. De rechtbank benadrukte dat de verantwoordelijkheid voor verzorging en opvoeding gezamenlijk blijft en dat professionele hulpverlening noodzakelijk is om de omgang te verbeteren.
Ten aanzien van de onderhoudsbijdrage bereikten partijen overeenstemming over de opheffing van de kinderrekening en de vaststelling van een maandelijkse bijdrage per kind, inclusief afspraken over specifieke uitgaven en achterstanden. De rechtbank nam deze afspraken over en wees het meer of anders verzochte af.
De beschikking werd uitgesproken door kinderrechter J. van Driel op 26 november 2025, waarbij elk van de partijen de eigen proceskosten draagt. Tegen deze beschikking staat hoger beroep open bij het gerechtshof Den Haag.