De rechtbank Rotterdam behandelde op 17 oktober 2025 het verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming tot ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige geboren in 2012. De minderjarige kampt met complexe gedragsproblemen, waaronder emotieregulatie- en hechtingsproblematiek, en verblijft momenteel in een gezinshuis. De moeder erkent haar eigen problematiek en de onmogelijkheid om de zorg te dragen die de minderjarige nodig heeft.
Tijdens de zitting, die met gesloten deuren plaatsvond, werd vastgesteld dat de ontwikkeling van de minderjarige ernstig wordt bedreigd door de wisselvallige en ambivalente houding van de moeder en de escalaties in het gezinshuis. De vrijwillige hulpverlening blijkt onvoldoende, waardoor een steviger regie noodzakelijk is. De kinderrechter concludeert dat aan de voorwaarden voor ondertoezichtstelling is voldaan en dat de machtiging tot uithuisplaatsing in het belang is van de verzorging en opvoeding van de minderjarige.
De beschikking stelt de minderjarige onder toezicht van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming west Zuid-Holland voor de duur van een jaar en verleent een machtiging tot uithuisplaatsing in een gezinsgerichte voorziening voor negen maanden. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en in het openbaar uitgesproken. Tegen deze beschikking staat hoger beroep open.