ECLI:NL:RBROT:2025:14554

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
18 november 2025
Publicatiedatum
11 december 2025
Zaaknummer
C/10/706733 / JE RK 25-1908 en C/10/668104 / FA RK 23-7976
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beschikking inzake ondertoezichtstelling, vervangende toestemming tot erkenning, gezamenlijk gezag en zorg- dan wel omgangsregeling voor minderjarige

Op 18 november 2025 heeft de kinderrechter van de Rechtbank Rotterdam een beschikking uitgesproken in een zaak met betrekking tot de ondertoezichtstelling van een minderjarige, hierna te noemen [minderjarige]. De zaak betreft twee verzoeken: C/10/706733 / JE RK 25-1908 en C/10/668104 / FA RK 23-7976. De kinderrechter heeft de Raad voor de Kinderbescherming regio Rotterdam-Dordrecht als verzoeker aangemerkt, die verzoekt om [minderjarige] onder toezicht te stellen voor de duur van een jaar. Daarnaast heeft [naam 1] verzocht om vervangende toestemming tot erkenning van [minderjarige], gezamenlijk gezag met [naam 2] en een zorg- dan wel omgangsregeling. De kinderrechter heeft vastgesteld dat [minderjarige] in haar ontwikkeling wordt bedreigd, gezien het verleden van huiselijk geweld tussen de ouders en het gebrek aan contact met [naam 1]. De kinderrechter heeft geoordeeld dat de ondertoezichtstelling noodzakelijk is om de belangen van [minderjarige] te waarborgen en heeft de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaard. De verzoeken van [naam 1] betreffende gezamenlijk gezag en omgangsregeling zijn aangehouden tot 1 juli 2026, waarbij de GI de voortgang moet rapporteren. De beschikking is openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
Zaaknummers: C/10/706733 / JE RK 25-1908 en C/10/668104 / FA RK 23-7976
Datum uitspraak: 18 november 2025
Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling, vervangende toestemming tot erkenning, gezamenlijk gezag en zorg- dan wel omgangsregeling
in de zaak met zaaknummer C/10/706733 / JE RK 25-1908
de Raad voor de Kinderbescherming regio Rotterdam-Dordrecht,
gevestigd in Rotterdam, hierna te noemen: de Raad,
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam 1],
hierna te noemen: [naam 1] , wonende in [woonplaats 1] ,
advocaat: mr. M.J.J.A. Ooms, kantoorhoudende in Rotterdam,
[naam 2],
hierna te noemen : [naam 2] , wonende in [woonplaats 2] ,
advocaat: mr. P.V. Hübner, kantoorhoudende in Rotterdam.
De kinderrechter merkt als informant aan:
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,
gevestigd in Rotterdam, hierna te noemen: de GI.
in de zaak met zaaknummer C/10/668104 / FA RK 23-7976
[naam 1] ,voornoemd,
tegen
[naam 2] ,voornoemd
Beide zaken hebben betrekking op:
[minderjarige],
geboren op [geboortedatum] 2020 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige] .

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
Ten aanzien van C/10/706733
  • het verzoekschrift met bijlage van de Raad van 16 september 2025, binnengekomen bij de rechtbank op dezelfde datum;
  • de reactie van [naam 1] op het rapport van de Raad van 18 september 2025;
  • de producties 2 t/m 5 van (de advocaat van) van [naam 2] , binnengekomen bij de rechtbank op 30 oktober 2025.
Ten aanzien van C/10/668104
  • de beschikking van 16 oktober 2024 en de daaraan ten grondslag liggende stukken;
  • het rapport van de Raad van 16 september 2025;
  • de reactie van [naam 1] op het rapport van de Raad van 18 september 2025;
  • het e-mailbericht van [naam 1] van 18 september 2025.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 4 november 2025. Daarbij waren aanwezig:
- [naam 2] , met haar advocaat;
- [naam 1] , met haar advocaat;
- een vertegenwoordiger van de Raad, [naam 3] ;
- een vertegenwoordiger van de GI, [naam 4] .

2.De feiten

2.1.
[naam 2] is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
2.2.
[minderjarige] woont bij [naam 2] .

3.De verzoeken

Ten aanzien van C/10/706733
3.1.
De Raad verzoekt [minderjarige] onder toezicht te stellen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
Ten aanzien van C/10/668104
3.2.
[naam 1] verzoekt vervangende toestemming te verlenen tot erkenning van [minderjarige] . Bovendien verzoekt [naam 1] te bepalen dat zij wordt belast met het gezamenlijke gezag met [naam 2] over [minderjarige] . Tot slot verzoekt [naam 1] om een zorg- dan welk omgangsregeling vast te stellen.
3.3.
Bij beschikking van 16 oktober 2024 is de vervangende toestemming tot erkenning verleend aan [naam 1] . Daarnaast is de beslissing ten aanzien van het gezamenlijke gezag en de zorg- dan wel omgangsregeling aangehouden tot 1 augustus 2025 pro forma. Thans dient beslist te worden op deze verzoeken.

4.Het standpunt van de Raad

4.1.
De Raad handhaaft ter zitting het verzoek en licht dit als volgt toe. [minderjarige] is een meisje van vijf jaar oud dat veel heeft meegemaakt. Zij is getuige geweest van huiselijk geweld tussen haar ouders. Beide ouders hebben een belast verleden en hebben samen veel meegemaakt waardoor zij er samen niet uitkomen. [naam 1] heeft [minderjarige] sinds november 2024 niet meer gezien. [naam 2] geeft aan rust te willen alvorens contactherstel, maar een jaar zonder contact met [naam 1] is niet wenselijk voor [minderjarige] . Wanneer er negatieve gevoelens zijn, kunnen deze door het gebrek aan contact juist verergeren. Het is daarom van belang dat contactherstel plaatsvindt. De Raad adviseert de GI om in samenwerking met het Rotterdams Omgangshuis hiermee aan de slag te gaan. De wachtlijst voor het Rotterdams Omgangshuis voor kinderen tot en met vijf jaar bedraagt ongeveer één tot twee maanden. Bovendien is het van belang dat de hulpverlening voor [minderjarige] wordt voortgezet.

5.Het standpunt van de GI

5.1.
De GI ondersteunt het verzoek van de Raad. Beide ouders dienen zich in te zetten om de onderlinge strijd opzij te zetten en naar het belang van [minderjarige] te kijken. Een stabiele situatie houdt in dat er contact is tussen beide ouders. Zolang er weerstand blijft bestaan bij [naam 2] , zal [minderjarige] dit blijven voelen en zal het voor haar lastig blijven om contact te hebben met [naam 1] . De GI adviseert de ouders om een ouderschapsplan op te stellen en stappen te zetten om duidelijkheid te creëren voor alle betrokkenen. Wanneer de ouders erin slagen om goed samen te werken, kan de ondertoezichtstelling mogelijk al na zes maanden worden beëindigd.

6.Het standpunt van [naam 2]

Ondertoezichtstelling
6.1.
Door en namens [naam 2] wordt verweer gevoerd tegen het verzoek van de Raad. De afgelopen periode is zeer belast geweest door diverse incidenten, een rechtszaak over het letsel bij de moeder van [naam 2] dat zij heeft opgelopen bij een overdrachtsmoment en een hoger beroep. Er is nog geen stabiele situatie geweest. Eerst is rust nodig om te kunnen zien of dit verbetering oplevert, voordat andere hulpverlening wordt ingezet. Alle hulpverlening is tot nu toe door de moeder zelf georganiseerd. [minderjarige] ontvangt hulpverlening via Youz. Daarnaast is vanuit het wijkteam een schoolmaatschappelijk werker betrokken. Ook vinden gesprekken plaats met een ambulant gezinsbegeleider die het broertje begeleidt en tevens als vertrouwenspersoon voor [minderjarige] fungeert. Contact met [naam 1] is op dit moment niet in het belang van [minderjarige] .
Zorg- dan wel omgangsregeling
6.2.
Door en namens [naam 2] wordt verweer gevoerd tegen het verzoek tot het vaststellen van een zorg- dan wel omgangsregeling. Eerder is geprobeerd de omgang te regelen via mediation en het omgangshuis, maar [naam 2] voorziet hier op korte termijn geen verbetering in, omdat het nog steeds niet goed gaat met [minderjarige] . Extra druk van het omgangshuis vormt een belasting voor [minderjarige] . Indien wordt besloten dat dit wel de voorgestelde route is, zal de moeder hieraan meewerken.
Gezag
6.3.
Door en namens [naam 2] wordt eveneens verweer gevoerd tegen het verzoek tot gezamenlijk gezag, aangezien [minderjarige] hierdoor naar verwachting nog meer klem komt te zitten en verwarring zou ervaren.

7.Het standpunt van [naam 1]

Ondertoezichtstelling
7.1.
Door en namens [naam 1] wordt ingestemd met het verzoek van de Raad. Een ondertoezichtstelling is de enige manier om beweging te krijgen in de zaak en om druk te zetten op het contactherstel, de hulpverlening voor [minderjarige] en de samenwerking tussen beide ouders. Het contactherstel moet zo spoedig mogelijk plaatsvinden. Er is al een jaar geen contact geweest, wat niet bevorderlijk is voor [minderjarige] haar ontwikkeling en haar beeldvorming over de moeder. De onrust bij [minderjarige] kan samenhangen met het feit dat zij [naam 1] bijna een jaar niet heeft gezien. Voorheen hadden moeder en [minderjarige] een hechte band, maar het contact is abrupt beëindigd. Wanneer wordt gewacht tot de situatie volledig tot rust is gekomen, kan het herstel van het contact nog lang duren. Het is noodzakelijk dat de strijd tussen de ouders wordt beëindigd om een succesvolle verstandhouding te krijgen, zowel tussen [naam 1] en [minderjarige] als tussen [naam 2] en [naam 1] .
Gezag
7.2.
Door en namens [naam 1] wordt verzocht het door haar ingediende verzoek aan te houden totdat er binnen de ondertoezichtstelling aan herstel van de situatie is gewerkt..

8.De beoordeling

Ten aanzien van C/10/706733
8.1.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een ondertoezichtstelling is voldaan. [1] De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
8.2.
Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting blijkt dat [minderjarige] in haar ontwikkeling wordt bedreigd. [minderjarige] heeft een belast verleden en is getuige geweest van huiselijk geweld tussen haar ouders. Hoewel beide ouders het beste met [minderjarige] voor hebben, slagen zij er niet in om op een constructieve manier met elkaar te communiceren. Sinds de ouders uit elkaar zijn, woont [minderjarige] bij [naam 2] . Als gevolg van de verstoorde relatie tussen de ouders heeft [minderjarige] bijna een jaar geen contact meer met [naam 1] . Voor een kind is het van belang onbelast contact te hebben met beide ouders. Problemen tussen de ouders moeten niet leiden tot het verlies van dit contact. Hoe langer het contact verbroken blijft, des te moeilijker het wordt om tot contactherstel te komen. Het is de ouders in de afgelopen periode niet gelukt om de situatie te verbeteren en tot contactherstel te komen. Daarom kan niet langer worden volstaan met hulpverlening in het vrijwillige kader.
8.3.
Gelet op het voorgaande is het van belang dat de GI betrokken raakt om de belangen van [minderjarige] te vertegenwoordigen, de communicatie tussen de ouders te begeleiden, eventuele hulpverlening in gang te zetten en te werken aan contactherstel, op een wijze die in het belang is van [minderjarige] . Hierbij moet rekening worden gehouden met de behoeften en het tempo van [minderjarige] . Daarom is de ondertoezichtstelling in dit geval nodig. De kinderrechter stelt [minderjarige] onder toezicht voor de duur van een jaar.
8.4.
Voor de komende periode is het van belang dat de ouders beseffen dat het hun verantwoordelijkheid is om een stabiele opvoedsituatie te creëren, waarin [minderjarige] zich kan ontwikkelen zonder dat zij belast wordt met volwassenproblematiek. De GI zal hierbij de regie voeren en ondersteuning bieden, maar de uiteindelijke verantwoordelijkheid ligt bij de ouders.
8.5.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
Ten aanzien van C/10/668104
8.6.
Gezien de verstoorde relatie tussen de ouders en hetgeen hiervoor is overwogen nog moet plaatsvinden, is het op dit moment te vroeg om een beslissing te nemen over de verzoeken van [naam 1] , betreffende het gezamenlijke gezag en de zorg- dan wel omgangsregeling. Ten aanzien van dat laatste verzoek geldt dat de GI de komende periode moet werken aan contactherstel en moet onderzoeken wat een passende omgangsregeling is. De GI kan in het kader van de ondertoezichtstelling ook aanwijzingen geven omtrent duur, frequentie en omgang.
8.7.
Deze verzoeken worden daarom aangehouden tot
1 juli 2026 pro forma.De moeders en de GI dienen twee weken voor deze datum de rechtbank te berichten over de voortgang en de processuele wensen.

9.De beslissing

De kinderrechter:
Ten aanzien van C/10/706733
9.1.
stelt [minderjarige] onder toezicht van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond met ingang van 18 november 2025 tot 18 november 2026;
9.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Ten aanzien van C/10/668104
9.3.
bepaalt dat de behandeling van de zaak ten aanzien van het gezag en de zorg- dan wel omgangsregeling wordt aangehouden
tot 1 juli 2026 pro forma;
9.4.
bepaalt dat de Raad, de GI, de belanghebbenden en hun advocaten op de genoemde pro forma zitting niet behoeven te verschijnen;
9.5.
bepaalt dat de belanghebbenden en de GI de kinderrechter twee weken voor de voornoemde datum dienen te informeren over de voortgang en de processuele wensen.
Deze beschikking is gegeven door mr. W.J. Loorbach, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 18 november 2025, in aanwezigheid van mr. R.S.E. Pronk als griffier.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:255 Burgerlijk Wetboek.