In deze zaak heeft de kantonrechter van de Rechtbank Rotterdam op 21 november 2025 uitspraak gedaan in een geschil tussen Stichting Havensteder en een huurder, aangeduid als [gedaagde]. Havensteder vorderde ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning, omdat de huurder de woning had onderverhuurd en daarmee winst had gemaakt. De huurder betwistte de onderverhuur en stelde dat de betrokkenen huisgenoten waren. De kantonrechter oordeelde dat de huurder tekort was geschoten in de nakoming van de huurovereenkomst door de woning zonder toestemming van Havensteder onder te verhuren. De kantonrechter ontbond de huurovereenkomst en veroordeelde de huurder om de woning binnen veertien dagen te ontruimen en een bedrag van € 4.808,66 aan Havensteder te betalen, alsmede de proceskosten. De kantonrechter verklaarde het vonnis uitvoerbaar bij voorraad, wat betekent dat het onmiddellijk kan worden uitgevoerd, ook als de huurder in hoger beroep gaat. De uitspraak benadrukt het belang van naleving van huurvoorwaarden, vooral in het geval van schaarse sociale woningen.