De huurder huurt sinds mei 2022 een sociale woning van Stichting Havensteder in Rotterdam. Havensteder vordert ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming omdat de huurder de woning tweemaal onrechtmatig heeft onderverhuurd, waarbij sprake is van aanzienlijke winst. De huurder betwist onderverhuur en stelt dat het om medehuurders ging en dat hij zijn hoofdverblijf in de woning had.
De kantonrechter stelt vast dat de huurder inderdaad twee keer een deel van de woning aan derden heeft gegeven, wat in strijd is met de algemene huurvoorwaarden. De huurder erkent een huurovereenkomst met een derde partij waarbij een maandelijkse huur van €1.750,- is afgesproken, wat aanzienlijk hoger is dan de reguliere huur van €631,41. Dit wijst op winstbejag, wat bijzonder kwalijk wordt bevonden gezien de schaarste van sociale woningen.
De kantonrechter oordeelt dat de tekortkomingen ernstig genoeg zijn om de huurovereenkomst te ontbinden. De huurder wordt veroordeeld om binnen veertien dagen de woning te verlaten en een bedrag van €4.808,66 aan Havensteder te betalen als winstafdracht. Tevens moet hij de proceskosten van €1.501,45 voldoen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.