Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 december 2025 in de zaak tussen
Ekro B.V., uit Apeldoorn, eiseres
Samenvatting
Procesverloop
Totstandkoming van het bestreden besluit
“Bevinding(en):
Rechtbank Rotterdam
Ekro B.V. kreeg een bestuurlijke boete van €7.500 opgelegd door de Minister van Landbouw vanwege het niet voorkomen van condensvorming in de productieruimtes van haar slachthuis. De boete is gebaseerd op een inspectierapport van de NVWA waarin werd vastgesteld dat tijdens de productie nog condens aanwezig was boven vlees en kunststofbakken, terwijl schoonmaakwerkzaamheden nog gaande waren.
Ekro B.V. betwistte de kwalificatie van de feiten en stelde dat de boete op een verkeerde wettelijke grondslag was gebaseerd. De rechtbank oordeelde echter dat de norm uit Verordening (EG) 852/2004, hoofdstuk I, punt 2b, duidelijk voorschrijft dat condensvorming op oppervlakken moet worden voorkomen. Het argument dat alleen hoofdstuk II van de Verordening van toepassing zou zijn, werd verworpen.
De rechtbank stelde vast dat de toezichthouder deskundig was en dat de bevindingen niet gemotiveerd waren betwist. De productie was gestart terwijl de schoonmaak nog niet was afgerond, waardoor de condensvorming niet was voorkomen. Dit vormt een overtreding van de Wet dieren en de genoemde verordening.
Gezien de ernst, aard en herhaling van de overtreding achtte de rechtbank de boete proportioneel en passend. Het beroep werd ongegrond verklaard, waardoor de boete in stand blijft en Ekro B.V. geen proceskostenvergoeding ontvangt.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt de boete van €7.500 wegens het niet voorkomen van condensvorming in productieruimtes.