Eiseres heeft een aanvraag ingediend voor compensatie en een opzet/grove schuld-tegemoetkoming (O/GS) op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht) voor de kinderopvangtoeslagjaren 2011 tot en met 2013. De Dienst Toeslagen wees deze aanvraag af, waarop eiseres bezwaar maakte en vervolgens beroep instelde bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelt dat de Dienst Toeslagen terecht heeft besloten geen compensatie toe te kennen. Er is geen sprake van institutionele vooringenomenheid of een te harde toepassing van het wettelijke systeem. Voor het jaar 2011 was de verlaging van het voorschot het gevolg van een door eiseres zelf doorgegeven stopzetting, en ook voor 2013 gold dat de verlaging voortkwam uit een door haar doorgegeven stopzetting. Voor 2012 was het terug te vorderen bedrag te laag voor compensatie.
Daarnaast is geen O/GS-tegemoetkoming toegekend omdat er geen betalingsregeling is geweigerd in het kader van de kinderopvangtoeslag en er geen onterechte kwalificatie van opzet of grove schuld is vastgesteld. De rechtbank concludeert dat het beroep ongegrond is en wijst het af zonder vergoeding van griffierecht of proceskosten.