ECLI:NL:RBROT:2025:14638

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
4 december 2025
Publicatiedatum
15 december 2025
Zaaknummer
83-124162-22
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor schuldwitwassen van een woning en een voertuig met taakstraf en voorwaardelijke gevangenisstraf

Op 4 december 2025 heeft de Rechtbank Rotterdam uitspraak gedaan in een strafzaak tegen een verdachte die zich schuldig heeft gemaakt aan schuldwitwassen van een woning en een auto. De verdachte, geboren in 1970, werd bijgestaan door haar raadsman mr. M. Jansen. De officier van justitie, mr. M. Altena, had gevorderd tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde en een taakstraf van 240 uren, subsidiair 120 dagen vervangende hechtenis, en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 6 maanden met een proeftijd van 2 jaren. De rechtbank oordeelde dat de verdachte redelijkerwijs moest vermoeden dat de voorwerpen, gefinancierd door haar ex-partner, afkomstig waren uit criminele activiteiten. De verdachte had in 2008 kennis van de criminele activiteiten van haar ex-partner, maar heeft geen onderzoek gedaan naar de herkomst van de gelden. De rechtbank oordeelde dat de verdachte verwijtbaar onvoorzichtig heeft gehandeld en dat het witwassen voortduurt. De rechtbank legde een taakstraf op van 120 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 6 maanden op, met verbeurdverklaring van de woning en de auto.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 1
Parketnummer: 83-124162-22
Datum uitspraak: 4 december 2025
Tegenspraak
Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedatum] 1970,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres
[adres] , [postcode] [woonplaats] ,
raadsman mr. M. Jansen, advocaat te Rotterdam.

1.Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 20 november 2025.

2.Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding, zoals deze op de terechtzitting overeenkomstig de vordering van de officier van justitie is gewijzigd. De tekst van de gewijzigde tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3.Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. M. Altena heeft gevorderd:
  • bewezenverklaring van het ten laste gelegde schuldwitwassen;
  • veroordeling van de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 240 uren subsidiair 120 dagen vervangende hechtenis en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden met een proeftijd van 2 jaren.

4.Waardering van het bewijs

4.1.
Standpunt officier van justitie
Gelet op het zogenaamde zes-stappen-plan zoals dat in de jurisprudentie vorm heeft gekregen, zijn er voldoende witwastypologieën van toepassing, op grond waarvan het niet anders kan zijn dan dat de goederen een criminele herkomst hebben. De verdachte moest dit ook vermoeden.
4.2.
Standpunt verdediging
De verdachte moet worden vrijgesproken. Daartoe is kort gezegd aangevoerd dat niet is gebleken dat de ten laste gelegde vermogensbestanddelen een criminele herkomst hebben en ook niet dat, als dat wel zo zou zijn, de verdachte dat redelijkerwijs had moeten vermoeden.
4.3.
Beoordeling
Voor een bewezenverklaring van schuldwitwassen is vereist dat vaststaat dat de ten laste gelegde voorwerpen afkomstig zijn uit enig misdrijf. De woning aan de [adres] in [woonplaats] en de auto (Seat Alhambra) met het kenteken [kentekennummer] zijn gefinancierd door [persoon A] , de ex-partner van de verdachte. Uit het procesdossier volgt dat zijn inkomsten voortkwamen uit criminele activiteiten, waaronder de grootschalige online handel in medicijnen, waarvoor hij in de Verenigde Staten ook veroordeeld is. Het procesdossier biedt geen aanknopingspunten voor de conclusie dat [persoon A] (ook) enige legale inkomsten had. De verdachte heeft verklaard dat [persoon A] naast zijn inkomsten uit de medicijnenhandel ook nog huuropbrengsten ontving. Uit de verklaring van [persoon A] in de Verenigde Staten volgt echter dat hij ook het onroerend goed dat hij aankocht, financierde met gelden afkomstig uit zijn criminele activiteiten. Alle inkomstenbronnen zijn daarnaar terug te herleiden. Gelet hierop staat buiten redelijke twijfel dat de voorwerpen uit enig misdrijf afkomstig zijn. Verwijzing naar witwastypologieën om tot een vermoeden van een criminele herkomst te komen, is daarom hier niet nodig.
Verder is vereist dat vastgesteld wordt dat de verdachte deze criminele herkomst redelijkerwijs moest vermoeden. De verdachte heeft verklaard dat zij in 2008 wist dat [persoon A] zich bezighield met de online handel in medicijnen. Het is algemeen bekend dat in vrijwel alle landen de verkoop van medicijnen aan (strenge) regelgeving is onderworpen. Zeker voor hoogopgeleide mensen, zoals de verdachte, is eenvoudig te begrijpen (althans te vermoeden) dat de kenmerkende eigenschap van medicijnen, het beïnvloeden van het menselijk lichaam, meebrengt dat deze doorgaans niet zomaar via een webshop verkocht kunnen worden. Desondanks volgt nergens uit dat zij zich destijds op enige moeite heeft getroost om zich te verdiepen in de handel van haar ex-man, maar zij nam enkel op zijn woord aan dat deze legaal was. Zij had echter op dat moment al vraagtekens kunnen en moeten stellen bij de legaliteit van die online medicijnenhandel, maar deed dat niet.
Later, toen haar huwelijk niet goed liep, heeft zij van [persoon A] zonder enige verdere context een bedrag van 3 miljoen dollar ontvangen, wat hoogst ongebruikelijk is. De verdachte heeft tijdens de zitting verklaard dat zij deze gift, terwijl zij zelf ook niet goed begreep waarom zit dit kreeg, zonder er iets voor gedaan te hebben en zonder vragen te stellen accepteerde.
Tot slot werd in 2014 de verdachte door [persoon A] gebeld en deelde hij haar mede dat hij op dat moment gedetineerd zat in de Verenigde Staten. De verdachte wil niet verklaren wat [persoon A] haar tijdens dat gesprek precies heeft verteld over de reden van die detentie. Maar rond diezelfde tijd leest zij op het internet over zijn criminele activiteiten.
Gelet op alle voormelde omstandigheden, in onderlinge samenhang bezien, moest de verdachte in elk geval vanaf 2014 redelijkerwijs vermoeden dat de inkomsten van [persoon A] afkomstig waren uit enig misdrijf. Door te blijven profiteren van de gelden van haar ex-man zonder vragen te stellen of nader onderzoek te doen naar de herkomst hiervan, heeft de verdachte verwijtbaar aanmerkelijk onvoorzichtig gehandeld.
De aankoop van de auto vond daarna plaats (eind 2014). De verdachte heeft destijds de auto verworven, maar ook in de jaren daarna de auto voorhanden gehad en hiervan gebruik gemaakt. De woning is reeds in 2008 aangekocht door [bedrijf X] , een dekmantelbedrijf van [persoon A] . Maar ook na 2014 is de verdachte gebruik blijven maken van die woning. In 2016 heeft zij vervolgens alle aandelen van [bedrijf X] verworven en is zij bestuurder geworden. In 2017 heeft de verdachte de woning aan zichzelf overgedragen door deze op haar naam te zetten. Hiervoor sloot zij op papier een lening af bij [bedrijf X] . Kort daarna is de vennootschap geliquideerd en is deze lening gesaldeerd met de vordering die zij als aandeelhouder op de vennootschap kreeg. Per saldo heeft de verdachte deze woning om niet verkregen. Door gebruik te maken van een dergelijke constructie heeft de verdachte eveneens de herkomst van de woning verhuld/verborgen. Het witwassen duurt ook nog steeds voort. Tot op heden heeft de verdachte de woning voorhanden en maakt zij daar gebruik van.
Gelet op het voorgaande is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het schuldwitwassen van een woning en een auto.
4.4.
Bewezenverklaring
In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:
zij, in
of omstreeksde periode van 1
novemberjanuari2014 tot heden in Rotterdam en/of Capelle aan den IJssel en/of elders in Nederland
en/of in Hong Kong en/of op de Filippijnen en/of elders ter wereld,
tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,
zich schuldig heeft
/hebbengemaakt aan schuldwitwassen, immers heeft
/hebbenzij, verdachte,
en/of haar mededader(s),
(telkens) één of meervoorwerp
(en
), te weten:
- een auto van het merk Seat Alhambra met kenteken [kentekennummer]
(DOC-017, p. 785)
en
/of
- een onroerend
ezaak bestaande uit een woonhuis en
/ofbelendende grond gelegen
op/aan de [adres] , [postcode] te [woonplaats]
(DOC-013, p. 725);
voorhanden gehad en
/ofverworven
en/of omgezeten/of overgedragen en
/ofvan
dat/die
geldbedrag(en) en/ofvoorwerp
(en
)gebruik gemaakt,
en
/of
van
dat/die geldbedrag(en) en/of dat/die
onroerende zaakvoorwerp(en) de werkelijke aard,de herkomst
, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsingheeft
/hebbenverborgen en
/ofverhuld
en/of heeft/hebben verborgen/verhuld wie de rechthebbende(n) op dat/die geldbedrag(en) en/of voorwerp(en) was/waren en/of wie dat/die geldbedrag(en) en/of voorwerp(en) voorhanden had(den),
terwijl zij, verdachte
, en/of haar mededader(s)redelijkerwijs moest
(en)vermoeden, dat
/die
geldbedrag(en) en/ofvoorwerp
(en
)geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk – afkomstig
was/waren uit enig misdrijf.
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

5.Strafbaarheid feit

Het bewezen feit levert op:
Schuldwitwassen, meermalen gepleegd
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het feit is dus strafbaar.

6.Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

7.Motivering straffen

7.1.
Algemene overweging
De straffen die aan de verdachte worden opgelegd zijn gegrond op de ernst van het feit de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
7.2.
Feit waarop de straffen zijn gebaseerd
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het schuldwitwassen van een woning en een auto, die door haar ex-partner met criminele gelden gefinancierd waren. Zij heeft zelf ook meegewerkt aan een verhullingsconstructie. Door zo te handelen heeft de verdachte een bijdrage geleverd aan het ontwrichten van het financiële en economische verkeer, het ondermijnen van het maatschappelijk vertrouwen, het verstoren van eerlijke concurrentie op de woningmarkt en het faciliteren van onderliggende criminaliteit. De verdachte heeft gedurende een lange periode voordeel genoten door gebruik te maken van de woning en de auto. De verdachte heeft ook na de inbeslagname tot op de dag van vandaag geen afstand gedaan van de voorwerpen en maakt nog steeds gebruik van de woning, waarvan er geen enkele twijfel meer bestaat dat die met crimineel geld is aangekocht.
7.3.
Persoonlijke omstandigheden van de verdachte
De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 30 oktober 2025, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.
7.4.
Conclusies van de rechtbank
Op grond van artikel 47 van het Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie (HGEU) en artikel 6, eerste lid, van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) dient de verdachte binnen een redelijke termijn te worden berecht. De redelijke termijn is in dit geval gestart op 17 september 2018, zijnde de datum van de doorzoeking van de woning van de verdachte. Tot aan dit vonnis is een periode van 7 jaren en ruim 2 maanden verstreken. Omdat er geen sprake is van bijzondere omstandigheden, is de redelijke termijn in deze zaak 2 jaren. Dat betekent dat de redelijke termijn is geschonden met meer dan 5 jaren.
Gezien de ernst van het feit kan in beginsel niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. De rechtbank zal vanwege het voornoemde ruime tijdsverloop in deze zaak echter volstaan met het opleggen van een taakstraf en een voorwaardelijke gevangenisstraf.
De voorwaardelijke straf dient er tevens toe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen.
De verdediging heeft verzocht een onvoorwaardelijke straf achterwege te laten. De rechtbank acht dit gelet op de ernst van het feit niet passend. Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straffen, waaronder de hieronder besproken verbeurdverklaringen, passend en geboden.

8.In beslag genomen voorwerpen

8.1.
Standpunt officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd de in beslag genomen auto en onroerende zaak verbeurd te verklaren.
8.2.
Standpunt verdediging
De verdediging heeft gelet op de bepleite vrijspraak verzocht de in beslag genomen voorwerpen niet verbeurd te verklaren.
8.3.
Beoordeling
De in beslag genomen auto en onroerende zaak zullen worden verbeurd verklaard. De voorwerpen behoren aan de verdachte toe en het bewezen feit is met betrekking tot deze voorwerpen begaan.

9.Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 33, 33a, 57 en 420quater van het Wetboek van Strafrecht.

10.Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

11.Beslissing

De rechtbank:
1. verklaart bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde feit zoals hiervoor omschreven, heeft begaan, verklaart niet bewezen wat aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd en spreekt de verdachte daarvan vrij
2. stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit;
3. verklaart de verdachte strafbaar;
4. veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) maanden;
4.1.
bepaalt dat deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;
4.2.
verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 2 (twee) jaren;
4.3.
tenuitvoerlegging kan worden gelast als de veroordeelde de algemene voorwaarde niet naleeft dat zij zich vóór het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig zal maken;
5. veroordeelt de verdachte tot een
taakstraf voor de duur van 120 (honderdtwintig) uren, waarbij Reclassering Nederland dient te bepalen uit welke werkzaamheden de taakstraf dient te bestaan;
5.1.
beveelt dat, voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 60 (zestig) dagen;
6. beslist ten aanzien van de voorwerpen, geplaatst op de lijst van inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, als volgt:
- verklaart de
(voorwerp 1) onroerende zaaken de
(voorwerp 2) auto verbeurdals bijkomende straf.
Dit vonnis is gewezen door mr. L. Daum, voorzitter,
en mrs. J.J. Klomp en R.H. Kroon, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. M.M. Voorwinden, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.
De jongste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage I
Tekst gewijzigde tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat
zij, in of omstreeks de periode van 1 januari 2014 tot heden in Rotterdam en/of Capelle aan den IJssel en/of elders in Nederland en/of in Hong Kong en/of op de Filippijnen en/of elders ter wereld,
tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,
zich schuldig heeft/hebben gemaakt aan schuldwitwassen, immers heeft/hebben zij, verdachte, en/of haar mededader(s),
(telkens) één of meer voorwerp(en), te weten:
- een auto van het merk Seat Alhambra met kenteken [kentekennummer] (DOC-017, p. 785)
en/of
- een onroerend zaak bestaande uit een woonhuis en/of belendende grond gelegen op/aan de [adres] , [postcode] te [woonplaats] (DOC-013, p. 725);
voorhanden gehad en/of verworven en/of omgezet en/of overgedragen en/of van dat/die geldbedrag(en) en/of voorwerp(en) gebruik gemaakt,
en/of
van dat/die geldbedrag(en) en/of dat/die voorwerp(en) de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing heeft/hebben verborgen en/of verhuld en/of heeft/hebben verborgen/verhuld wie de rechthebbende(n) op dat/die geldbedrag(en) en/of voorwerp(en) was/waren en/of wie dat/die geldbedrag(en) en/of voorwerp(en) voorhanden had(den),
terwijl zij, verdachte, en/of haar mededader(s) redelijkerwijs moest(en) vermoeden, dat/die geldbedrag(en) en/of voorwerp(en) geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk – afkomstig was/waren uit enig misdrijf.