In deze zaak heeft de kinderrechter van de Rechtbank Rotterdam op 21 november 2025 uitspraak gedaan in een verzoek tot uithuisplaatsing van een minderjarige, hierna te noemen [voornaam minderjarige]. De kinderrechter heeft het verzoek van de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering afgewezen. De kinderrechter heeft vastgesteld dat de ouders, de vader en de moeder, belast zijn met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige], die bij zijn moeder woont. De moeder verblijft sinds augustus 2025 met [voornaam minderjarige] bij Elckerlyc, waar zij ondersteuning ontvangt. De kinderrechter heeft in zijn beoordeling gekeken naar de zorgen rondom de opvoeding van [voornaam minderjarige], waaronder huiselijk geweld en de emotionele veiligheid van het kind. Ondanks de zorgen heeft de kinderrechter geoordeeld dat er op dit moment onvoldoende redenen zijn om [voornaam minderjarige] uit huis te plaatsen. De kinderrechter heeft benadrukt dat het belangrijk is dat [voornaam minderjarige] bij zijn ouders blijft en dat er mogelijkheden zijn voor de ouders om samen te werken aan een veilige opvoedomgeving. De kinderrechter heeft de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaard, wat betekent dat de beslissing direct geldt, ook als er hoger beroep wordt ingesteld.