ECLI:NL:RBROT:2025:14737

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
21 november 2025
Publicatiedatum
16 december 2025
Zaaknummer
C/10/709165 / JE RK 25-2212
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige na spoedmachtiging, met aandacht voor de veiligheid en stabiliteit van het gezin

Op 21 november 2025 heeft de kinderrechter van de Rechtbank Rotterdam een beschikking gegeven over de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige, hierna te noemen [voornaam minderjarige]. De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond, die de minderjarige onder toezicht heeft gesteld. De kinderrechter heeft vastgesteld dat de veiligheid in de vrouwenopvang onvoldoende gewaarborgd kon worden, en dat er behoefte is aan rust en stabiliteit voor zowel de minderjarige als de andere gezinsleden, die te maken hebben met onverwerkte trauma’s. De kinderrechter heeft de zitting met gesloten deuren gehouden, waarbij de vader en moeder aanwezig waren, en heeft gebruik gemaakt van tolken vanwege taalbarrières.

De kinderrechter heeft in zijn beoordeling de zorgen over de opvoedomgeving van [voornaam minderjarige] meegewogen, waaronder de aanwezigheid van huiselijk geweld en de betrokkenheid bij een extremistisch onlinenetwerk. Ondanks dat de ouders liever zouden zien dat [voornaam minderjarige] weer bij de moeder en zijn broertjes en zus komt wonen, hebben zij ingestemd met de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing. De kinderrechter heeft geoordeeld dat het noodzakelijk is om de machtiging te verlengen voor de duur van drie maanden, zodat de minderjarige de benodigde hulpverlening kan ontvangen en er tijd is voor herstel binnen het gezin.

De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, wat betekent dat de beslissing direct geldt, ook als er hoger beroep wordt ingesteld. De kinderrechter heeft de machtiging tot uithuisplaatsing verlengd van 21 november 2025 tot 21 februari 2026, met de nadruk op het belang van de minderjarige en de noodzaak van veilige contactmomenten met de vader, voor zover het contactverbod dat toelaat.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/709165 / JE RK 25-2212
Datum uitspraak: 21 november 2025
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,
gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen: de GI,
over
[minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2013 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [voornaam minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam moeder],
hierna te noemen: de moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat mr. mr. S. Ben Ahmed, kantoorhoudende in Rotterdam,
[naam vader],
hierna te noemen: de vader, wonende in [woonplaats] .

1.Het verdere verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
  • het verzoekschrift van de GI met bijlagen van 28 oktober 2025, ontvangen op diezelfde datum;
  • het proces-verbaal van de kinderrechter van deze rechtbank van 7 november 2025.
1.2.
Op 21 november 2025 heeft de kinderrechter de zitting met gesloten deuren voortgezet. Daarbij waren aanwezig:
- de vader;
- de moeder (via een videobelverbinding) bijgestaan door mr. D.V. Garib, waarnemend voor mr. S. Ben Ahmed;
- twee vertegenwoordigers van de GI, [persoon A] en [persoon B] .
1.3.
Aangezien de vader en de moeder de Nederlandse taal onvoldoende machtig zijn, maar wel de Syrische taal, heeft de kinderrechter het verhoor doen plaatsvinden met bijstand van twee tolken Syrisch. De tolk van de moeder, mw. S.M.A. Aljaboury heeft, alvorens haar taak aan te vangen, op de bij de wet voorgeschreven wijze, de belofte afgelegd dat zij haar taak naar geweten zal vervullen. De kinderrechter stelt vast dat de tolk van de vader, dhr. V. Muradian, is beëdigd overeenkomstig het bepaalde in artikel 12 van de Wet beëdigde tolken en vertalers.
1.4.
De kinderrechter heeft [voornaam minderjarige] naar zijn mening gevraagd. [voornaam minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [voornaam minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.

2.De feiten

2.1.
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] .
2.2.
[voornaam minderjarige] verblijft in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder.
2.3.
Bij beschikking van 12 september 2025 heeft de kinderrechter van deze rechtbank [voornaam minderjarige] onder toezicht gesteld met ingang van 12 september 2025 tot 12 september 2026.
2.4.
Bij beschikking van 28 oktober 2025 heeft de kinderrechter van deze rechtbank een (spoed)machtiging verleend om [voornaam minderjarige] uit huis te plaatsen in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder met ingang van 28 oktober 2025 tot 25 november 2025.

3.Het aangehouden verzoek

3.1.
De GI verzoekt een machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlenen voor de duur van drie maanden en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4.De standpunten

4.1.
De GI handhaaft ter zitting het verzoek en licht dit als volgt toe. Hoewel [voornaam minderjarige] positief meedraait op de groep heeft hij nog veel begeleiding nodig om de dag goed door te komen. Zodra de begeleiding op afstand is laat [voornaam minderjarige] meer probleemgedrag zien en komt hij in conflict met andere kinderen. De zorgen ten tijde van de spoedmachtiging zijn nog onverminderd aanwezig. Er zijn zorgen over de dynamiek in het gezin en wat het gezin in het verleden heeft meegemaakt. Hierdoor kampen alle gezinsleden met complexe trauma’s waarvoor hulp ingezet dient te worden. De GI heeft contact met Fier om te onderzoeken of een gezinsopname mogelijk is. [voornaam minderjarige] heeft op dit moment twee keer in de week een contactmoment met zijn moeder. Deze momenten zijn begeleid en verlopen goed. De GI begrijpt dat de vader zijn kinderen graag wil zien maar dit is niet mogelijk door het contactverbod dat voor de vader is opgelegd. De GI kan zelf wel het contact met de vader behouden en hem informeren hoe het met de kinderen gaat. De komende periode wil de GI inzetten op passende hulpverlening voor [voornaam minderjarige] en onderzoeken of [voornaam minderjarige] op deze plek kan blijven.
4.2.
Door en namens de moeder wordt geen verweer gevoerd tegen het verzoek van de GI. De moeder vindt het heel verdrietig maar kan instemmen met een verlening van de machtiging tot uithuisplaatsing. De moeder wil het liefst dat de kinderen allemaal bij elkaar zijn, maar ziet ook dat dit nu nog niet mogelijk is. Het scherpe instrument waar de GI in het verzoekschrift over rapporteert was niet van [voornaam minderjarige] , maar had de moeder zelf gebruikt om te koken. De zorgen over het in bezit hebben van dat instrument is daarom ten onrechte bij [voornaam minderjarige] terecht gekomen. De moeder vindt het fijn dat zij regelmatig contact heeft met [voornaam minderjarige] en hoopt dat hij op een goede plek terecht komt. De moeder vindt ook dat de vader recht heeft om de kinderen te zien. De moeder denkt dat het niet goed gaat met de kinderen doordat zij hun vader niet meer zien. Dit is ook te zien bij [voornaam minderjarige] die hierdoor agressief en onbeleefd naar de begeleiders is. Daarbij nemen de kinderen het de moeder kwalijk dat zij geen contact met de vader mogen hebben.
4.3.
Door de vader wordt geen verweer gevoerd tegen het verzoek van de GI. De vader is verdrietig en boos dat [voornaam minderjarige] niet bij zijn moeder en broertjes en zus is. De vader snapt niet waarom de kinderen weg moesten bij de moeder. De moeder heeft altijd de opvoeding gedragen en daar waren ook nooit problemen. De vader weet dat het gedrag van [voornaam minderjarige] niet altijd goed is maar hij vindt het ook belangrijk dat [voornaam minderjarige] op een veilige plek zit en een goede opvoeding krijgt. De vader weet dat [voornaam minderjarige] een hele lieve jonge is, maar te enthousiast kan zijn waardoor mensen denken dat hij agressief is en ruzie maakt. De vader hoopt dat iedereen uiteindelijk weer samen kan wonen. De vader zou ook graag met zijn vrouw en kinderen willen praten. De vader heeft de kinderen nu 7 maanden niet gezien en daardoor voelt de vader zich ook niet goed. De vader denkt dat als hij de kinderen weer kan zien of spreken hij zich beter zal voelen en ook weer langer kan werken.

5.De beoordeling

5.1.
Op basis van de stukken en de zitting is de kinderrechter van oordeel dat de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding. [1]
5.2.
Op 28 oktober 2025 is de 12-jarige [voornaam minderjarige] met een spoedmachtiging uit huis geplaatst. [voornaam minderjarige] groeit al jarenlang op in een onveilige opvoedomgeving waarin sprake is van fors (huiselijk)geweld en complexe gezinstrauma’s. Wegens een veroordeling van de vader voor huiselijk geweld en kindermishandeling woonde [voornaam minderjarige] met zijn moeder en broertjes en zus op een vrouwenopvang. Hier is gebleken dat [voornaam minderjarige] zorgelijk gedrag vertoond. De zorgen zien met name op het agressief en verbaal dreigend gedrag van [voornaam minderjarige] richting zijn moeder en broertjes en zus en de betrokkenheid van [voornaam minderjarige] bij een extremistisch onlinenetwerk dat aanzet tot geweld. Hierdoor is de moeder de regie over [voornaam minderjarige] kwijt.
5.3.
Inmiddels verblijft [voornaam minderjarige] bij een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder. Hoewel [voornaam minderjarige] nog steeds veel begeleiding nodig heeft wordt door de GI gezien dat [voornaam minderjarige] op een positieve manier meedraait. De kinderrechter is met de GI van oordeel dat het belangrijk is dat [voornaam minderjarige] op deze plek blijft. Hoewel de vader en de moeder liever zien dat [voornaam minderjarige] weer bij de moeder en zijn broertjes en zus komt wonen, kunnen zij instemmen met een verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing. Het is belangrijk dat er rust en stabiliteit komt en zowel [voornaam minderjarige] als de andere gezinsleden kunnen herstellen van de onverwerkte trauma’s. Hiervoor is tijd en passende hulpverlening nodig die de komende periode door de jeugdbeschermer kan worden ingezet. De GI dient hierbij – rekening houdend met, en voor zover het contactverbod dat toelaat – ook aandacht te hebben voor een vorm van contact tussen de vader en [voornaam minderjarige] , onder voorwaarde dat dit op een veilige manier opgesteld kan worden en het belang van [voornaam minderjarige] leidend is.
5.4.
Gelet op voorgaande zal de kinderrechter de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] verlengen voor de duur van drie maanden.
5.5.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder met ingang van 21 november 2025 tot 21 februari 2026;
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 21 november 2025 door mr. H. Mol, kinderrechter, in aanwezigheid van S.M.J. van de Griend als griffier, en op schrift gesteld op 4 december 2025.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:265b, eerste lid, Burgerlijk Wetboek.