Op 21 november 2025 heeft de kinderrechter van de Rechtbank Rotterdam een beschikking gegeven over de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige, hierna te noemen [voornaam minderjarige]. De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond, die de minderjarige onder toezicht heeft gesteld. De kinderrechter heeft vastgesteld dat de veiligheid in de vrouwenopvang onvoldoende gewaarborgd kon worden, en dat er behoefte is aan rust en stabiliteit voor zowel de minderjarige als de andere gezinsleden, die te maken hebben met onverwerkte trauma’s. De kinderrechter heeft de zitting met gesloten deuren gehouden, waarbij de vader en moeder aanwezig waren, en heeft gebruik gemaakt van tolken vanwege taalbarrières.
De kinderrechter heeft in zijn beoordeling de zorgen over de opvoedomgeving van [voornaam minderjarige] meegewogen, waaronder de aanwezigheid van huiselijk geweld en de betrokkenheid bij een extremistisch onlinenetwerk. Ondanks dat de ouders liever zouden zien dat [voornaam minderjarige] weer bij de moeder en zijn broertjes en zus komt wonen, hebben zij ingestemd met de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing. De kinderrechter heeft geoordeeld dat het noodzakelijk is om de machtiging te verlengen voor de duur van drie maanden, zodat de minderjarige de benodigde hulpverlening kan ontvangen en er tijd is voor herstel binnen het gezin.
De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, wat betekent dat de beslissing direct geldt, ook als er hoger beroep wordt ingesteld. De kinderrechter heeft de machtiging tot uithuisplaatsing verlengd van 21 november 2025 tot 21 februari 2026, met de nadruk op het belang van de minderjarige en de noodzaak van veilige contactmomenten met de vader, voor zover het contactverbod dat toelaat.