ECLI:NL:RBROT:2025:14738

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
27 november 2025
Publicatiedatum
16 december 2025
Zaaknummer
C/10/709283 / JE RK 25-2226 en C1101709285 /JE RK 25-2227
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling en wijziging omgangsregeling in zaken van minderjarigen

In deze beschikking van de kinderrechter van de Rechtbank Rotterdam, uitgesproken op 27 november 2025, zijn twee zaken behandeld met betrekking tot de ondertoezichtstelling en omgangsregeling van de minderjarigen [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2]. De kinderrechter heeft de ondertoezichtstelling van de kinderen verlengd tot 27 november 2026, op verzoek van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond. De kinderrechter heeft vastgesteld dat de omgangsregeling met de vader, die eerder was vastgesteld, niet langer in het belang van de kinderen is. Dit besluit is genomen na zorgelijke uitspraken van de kinderen over hun ervaringen bij de vader, die als verbaal agressief en dominant zijn ervaren. De kinderrechter heeft geconcludeerd dat het noodzakelijk is om de omgang met de vader te stoppen om de rust en veiligheid van de kinderen te waarborgen. De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat de kinderen direct beschermd zijn, ondanks mogelijke hoger beroep.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
Zaaknummers: C/10/709283 / JE RK 25-2226 en C/10/709285 / JE RK 25-2227
Datum uitspraak: 27 november 2025
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en een wijziging van de omgangsregeling
in de zaken van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,
gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen: de GI,
over
[minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2013 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [voornaam minderjarige 1] ,
[minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2014 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [voornaam minderjarige 2] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam moeder],
hierna te noemen: de moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat mr. V. Vos, kantoorhoudende in Rotterdam,
[naam vader],
hierna te noemen: de vader, wonende in [woonplaats] ,
advocaat mr. D.V. Garib, kantoorhoudende in Rotterdam.,
mr. J.A. van Gemeren,
hierna te noemen: de bijzondere curator, kantoorhoudende in Rotterdam.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
  • het (spoed)verzoekschrift van de GI met bijlagen, ontvangen op 30 oktober 2025 en ingeschreven onder het zaaknummer C/10/709283 / JE RK 25-2226;
  • het verzoekschrift van de GI met bijlagen, ontvangen op 30 oktober 2025 en ingeschreven onder het zaaknummer C/10/709285 / JE RK 25-2227;
  • het advies van de bijzondere curator van 17 november 2025, ontvangen op 19 november 2025.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 21 november 2025. Daarbij waren aanwezig:
- de vader met zijn advocaat;
  • de moeder met haar advocaat;
  • de bijzondere curator;
- een vertegenwoordiger van de GI, [persoon A] .
1.3.
De kinderrechter heeft [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] naar hun mening gevraagd. [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] hebben hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] hebben verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.

2.De feiten

2.1.
Het hof heeft bij beschikking van 11 oktober 2023 de volgende omgangsregeling vastgesteld:
- [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] zijn in de even weken van vrijdag uit school tot maandag naar school en in de oneven weken van woensdag uit school tot donderdag naar school bij de vader.
2.2.
Bij beschikking van 27 november 2024 heeft de kinderrechter [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] onder toezicht gesteld van de GI tot 27 november 2025.
2.3.
Bij beschikking van 4 november 2025 is het gezamenlijk gezag van de vader en de moeder beëindigd en is de moeder belast met het eenhoofdig gezag over [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] .
2.4.
[voornaam minderjarige 2] en [voornaam minderjarige 1] wonen bij hun moeder.

3.De verzoeken

Ten aanzien van zaaknummer C/10/709285 / JE RK 25-2227:
3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
Ten aanzien van zaaknummer C/10/709283 / JE RK 25-2226:
3.2.
De GI verzoekt op grond van artikel 1:265g lid 1 BW om de omgangsregeling als volgt te wijzigen:
- Direct stoppen van de omgangsregeling tussen de vader en [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] .

4.De standpunten

Ten aanzien van zaaknummer C/10/709285 / JE RK 25-2227:
4.1.
De GI handhaaft ter zitting het verzoek en verwijst naar de stukken.
4.2.
Door en namens de moeder wordt geen verweer gevoerd tegen het verzoek van de GI.
4.3.
Door en namens de vader wordt geen verweer gevoerd tegen het verzoek van de GI. De vader heeft wel bezwaar tegen de huidige jeugdbeschermer en heeft aangegeven dat hij een andere GI en jeugdbeschermer wil.
Ten aanzien van zaaknummer C/10/709283 / JE RK 25-2226:
4.4.
De GI handhaaft ter zitting het verzoek en licht dit als volgt toe. Vader heeft aangegeven dat hij niet weet wanneer de omslag bij de GI is gekomen dat hij [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] niet meer mag zien. [voornaam minderjarige 1] heeft bij de vorige zitting bij de GI aangegeven dat zij niet wilde dat wat zij vertelde bij de ouders kwam. De GI heeft daarna geluisterd en niks met de ouders gedeeld. Niet veel later kwam ook [voornaam minderjarige 2] bij de GI met zorgelijke uitspraken over de vader. Hierdoor is een balletje gaan rollen en zijn [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] meer open geworden naar de GI. De GI ziet een opstapeling waarbij de vader meerdere keren over de grens van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] is gegaan. De druppel was toen de vader bij de vorige zitting bij het kindgesprek verscheen. De GI staat achter de suggestie van de bijzondere curator. Het is belangrijk dat de kinderen hun vader op termijn weer zien, maar voor nu is het belangrijk dat er rust komt. Het is belangrijk dat de vader eigen verantwoordelijkheid neemt en zijn problemen niet alleen maar bij andere mensen legt.
4.5.
Door en namens de moeder wordt geen verweer gevoerd tegen het verzoek van de GI. De moeder heeft ter zitting een brief voorgelezen waarin zij aangeeft hoe de afgelopen jaren voor de moeder zijn geweest. Sinds het uiteengaan van de vader en de moeder in 2017 lopen procedures bij de rechtbank. Daarvoor heeft het huwelijk tussen partijen zich gekenmerkt door controle, dwang en fysiek geweld van de vader naar de moeder. De moeder heeft in verschillende opvanghuizen verbleven waar de vader de moeder met de kinderen keer op keer vond. De moeder heeft zich lange tijd machteloos gevoeld en zag dat de kinderen nergens durfden te vertellen wat er daadwerkelijk bij de vader speelt. De moeder herkent dit gedrag. De moeder en de kinderen hebben lange tijd alles gedaan wat de vader zei uit angst voor de gevolgen. Nadat de vader afgelopen september onaangekondigd bij het kindgesprek van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] is verschenen is er een omslagpunt bij de kinderen gekomen. [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] voelden zich na dit kindgesprek veilig en gehoord waarna zij zeer uitgebreid met de GI hebben gepraat. Daarna zijn [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] ook steeds meer met de moeder gaan delen. De moeder merkt de afgelopen weken een verandering bij [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] : er is meer rust, ze hebben geen hoofdpijn en buikpijn meer, slapen beter en geven nu meer dingen aan die voor kinderen vanzelfsprekend zouden moeten zijn. [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] durven nu meer hun mening te geven en hebben duidelijk aangegeven dat zij de vader niet meer willen zien. De moeder is van mening dat de vader zijn gedrag niet zal aanpassen omdat hij zijn gedrag niet erkent. Het is belangrijk dat de vader eerst zijn gedrag zal erkennen voordat er naar een oplossing gezocht kan worden.
4.6.
Door en namens de vader wordt verweer gevoerd tegen het verzoek van de GI. De vader is van mening dat de punten in het verzoekschrift niet kloppen. De vader geeft aan dat zij thuis één beveiligingscamera hebben die wordt aangezet als de vader met [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] weggaat. De vader heeft deze camera geïnstalleerd nadat de moeder volgens de vader huisvredebreuk heeft gepleegd. Ook geeft de vader aan dat hij [voornaam minderjarige 2] zelf de keuze heeft gegeven over hoe hij genoemd wil worden. De vader begrijpt niet waarom door de GI wordt gesteld dat de zorgen in drie weken tijd zo erg zijn toegenomen, terwijl de vader op dat moment met [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] op vakantie in Finland was en zij veel leuke dingen hebben gedaan. De vader oefent geen controle uit op de kinderen maar doet juist altijd leuke dingen met hen. De vader heeft het idee dat de dingen die [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] vertellen zijn ingestudeerd en niet vanuit henzelf komt. De vader heeft [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] nu zes weken niet gezien en dat doet hem veel pijn. De kinderen waren voor de vader zijn hulpverlening en zijn zonnetje in huis. De vader staat open voor de hulpverlening maar begrijpt niet waarom alleen hij hulp nodig heeft. De vader heeft vanaf het begin gevraagd om een psychologisch onderzoek af te nemen bij zowel de vader als de moeder. De vader wilde hieraan meewerken maar heeft nooit reactie gekregen.
4.7.
Door de bijzondere curator wordt het volgende ter zitting naar voren gebracht. De bijzondere curator schrok van de bevrijding die ze bij de kinderen zag toen zij te horen kregen dat ze niet meer naar de vader hoeven. De vader doet zijn best maar dat komt niet over bij de kinderen. De kinderen zitten in een loyaliteitsconflict maar hebben nadrukkelijk aangegeven dat zij geen contact willen met de vader. De vader ervaart het anders en heeft de beste bedoelingen om [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] te beschermen en op te voeden, maar gebleken is dat dit niet werkt. Om verandering teweeg te brengen is het belangrijk dat de vader hulpverlening zoekt. De bijzondere curator is blij dat de moeder al die tijd de deur heeft opengehouden, voor het contact tussen de vader en de kinderen. Het blijft voor de [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] belangrijk dat zij een vader en een moeder hebben die op constructieve wijze met elkaar kunnen samenwerken. Voor nu is het belangrijk dat er rust komt voor [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] . Daarna kan onder begeleiding van de GI bezien worden hoe de omgang tussen de vader en de kinderen weer vormgegeven kan worden.

5.De beoordeling

Ten aanzien van zaaknummer C/10/709285 / JE RK 25-2227:
5.1.
De kinderrechter heeft van de vader begrepen dat hij geen bezwaar heeft tegen een verlenging van de ondertoezichtstelling, maar wel tegen de uitvoerende gecertificeerde instelling en de huidige jeugdbeschermer. Deze wens van de vader ligt echter niet voor en staat los van het ter zitting behandelde verzoek. Gelet op het feit dat er daarnaast ter zitting door en namens de moeder geen verweer is gevoerd tegen een verlening van de ondertoezichtstelling en de kinderrechter op grond van de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting van oordeel is dat de gronden van de ondertoezichtstelling, zoals gesteld in artikel 1:255 van het Burgerlijk Wetboek aanwezig zijn, zal de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] worden verlengd voor de duur van een jaar.
Ten aanzien van zaaknummer C/10/709283 / JE RK 25-2226:
5.2.
Op grond van artikel 1:265g lid 1 van het Burgerlijk Wetboek kan de kinderrechter op verzoek van de gecertificeerde instelling voor de duur van de ondertoezichtstelling een regeling inzake de uitoefening van het recht op omgang wijzigen voor zover dit in het belang van de minderjarige noodzakelijk is. De kinderrechter is van oordeel dat het in het belang van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] noodzakelijk is dat er op dit moment geen omgang meer is met de vader. De kinderrechter overweegt het volgende.
5.3.
De kinderen hebben sinds oktober 2023 een omgangsregeling met de vader. Conform deze omgangsregeling verblijven [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] in de even weken van vrijdag uit school tot maandag naar school en in de oneven weken van woensdag uit school tot donderdag naar school bij de vader. Na toenemende zorgen over de veiligheid van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] bij de vader, heeft de GI besloten dat deze omgang stopgezet dient te worden. De GI heeft toegelicht dat [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] zorgelijke uitspraken hebben gedaan over de momenten waarop zij bij de vader verbleven. De GI heeft geconstateerd dat de vader verbaal agressief en dominant is richting de kinderen en in het contact met de moeder. Daarnaast diskwalificeert de vader de moeder en de jeugdbeschermer naar de kinderen toe, gebruikt hij racistische en diskwalificerende taal en zet hij de kinderen onder druk om geen contact te hebben met de jeugdbeschermer. Vanuit meerdere kanten wordt gezien dat de kinderen pleasend gedrag vertonen uit angst voor conflicten en afwijzing. Het contact met de vader brengt onrust en onduidelijkheid teweeg bij de kinderen omdat zij niet weten waar zij aan toe zijn en wat zij van de vader kunnen verwachten.
5.4.
De familierechter van deze rechtbank heeft bij beschikking van 4 november 2025 het gezamenlijk gezag van de ouders beëindigd en de moeder belast met het eenhoofdig gezag. De bijzondere curator zag hierna in haar gesprek met de kinderen een grote opluchting. Ook de GI en de moeder zien een omslagpunt waarbij de [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] hun gevoelens en meningen beter durven te uiten. De kinderen hebben bij de GI, de bijzondere curator en de kinderrechter aangegeven dat zij geen contact meer willen met de vader. Zij geven aan het controlerende en dwingende gedrag van de vader als lastig te ervaren. De kinderrechter ziet dat de vader de beste bedoelingen heeft om zijn kinderen te beschermen maar dat dit op sommige punten doorslaat. Voor [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] is het belangrijk dat zij hun eigen identiteit kunnen ontwikkelen zonder controle vanuit een ouder.
5.5.
Gelet op het voorgaande is de kinderrechter van oordeel dat het in het belang van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] is om de huidige zorgregeling tussen de vader en [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] te wijzigen voor de duur van de ondertoezichtstelling. Uit de verklaring en de onderbouwende stukken van de GI is het de kinderrechter gebleken dat het de vader niet lukt om naar zijn eigen aandeel in de huidige situatie te kijken en te reflecteren op zijn eigen handelen. De spanningen omtrent de omgang brengen veel stress bij [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] , hetgeen niet in hun belang is.
5.6.
De kinderrechter verwacht van de GI dat zij tijdens de ondertoezichtstelling actief regie voert en onderzoekt welke hulpverlening passend is voor [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] . Het is daarbij ook belangrijk dat de vader ondersteuning en begeleiding krijgt, zodat hij zich beter gaat realiseren welk effect zijn gedrag op [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] heeft. Onder regie van de GI dient er gekeken te worden of en, zo ja in welk tempo er uiteindelijk mogelijk weer (begeleid) contact tussen de vader en [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] kan zijn en welke stappen daarvoor moeten worden gezet.
5.7.
De kinderrechter zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren omdat het voor de ontwikkeling van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] noodzakelijk is dat de beslissing, ondanks een eventueel hoger beroep, meteen uitgevoerd kan worden.

6.De beslissing

De kinderrechter:
Ten aanzien van zaaknummer C/10/709285 / JE RK 25-2227:
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] tot 27 november 2026.
Ten aanzien van zaaknummer C/10/709283 / JE RK 25-2226:
6.2.
wijzigt de thans geldende omgangsregeling tussen de vader en [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] voor de duur van de ondertoezichtstelling en bepaalt dat er gedurende de duur van de ondertoezichtstelling geen omgang zal zijn tussen vader en [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] .
Ten aanzien van beide zaken:
6.3.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 27 november 2025, en op schrift gesteld op 11 december 2025 door mr. H. Mol, kinderrechter, in aanwezigheid van S.M.J. van de Griend als griffier.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.