Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 14 april 2025, met bijlagen;
- het antwoord van 16 mei 2025, met bijlagen.
Rechtbank Rotterdam
De huurder huurt sinds 2016 een woning van de verhuurder en had bij dagvaarding een huurachterstand van €3.524,-. De verhuurder vorderde betaling van de achterstand en ontbinding van de huurovereenkomst wegens deze achterstand en een vermeende strijdigheid met artikel 1 Protocol Pro EVRM. Kort na dagvaarding heeft de huurder de volledige huurachterstand betaald, waardoor de kantonrechter oordeelt dat de tekortkoming niet ernstig genoeg is voor ontbinding. De eerdere huurachterstand uit 2018 wordt niet meegewogen omdat deze te lang geleden is.
De kantonrechter overweegt dat het Nederlandse huurrecht, ondanks inmenging in het eigendomsrecht van de verhuurder, gerechtvaardigd en proportioneel is vanwege het algemeen belang en de bescherming van huurders. De stelling dat de huurovereenkomst voor onbepaalde tijd een te grote inbreuk maakt op het eigendomsrecht wordt verworpen. Wel worden incassokosten van €264,40 toegewezen omdat deze binnen de wettelijke kaders zijn gemaakt. Daarnaast wordt de huurder veroordeeld in de proceskosten van €1.079,45.
Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat de uitspraak direct kan worden uitgevoerd. De kantonrechter wijst alle overige vorderingen af.
Uitkomst: De ontbinding van de huurovereenkomst wordt afgewezen omdat de huurachterstand na dagvaarding is ingelopen, maar de huurder wordt veroordeeld tot betaling van incassokosten en proceskosten.