ECLI:NL:RBROT:2025:14745
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bezwaar tegen afwijzing voorwaardelijke invrijheidsstelling wegens weigering behandeling
De veroordeelde is bij onherroepelijk arrest veroordeeld tot 33 maanden gevangenisstraf voor seksueel binnendringen bij iemand met verminderd bewustzijn. Het Openbaar Ministerie stelde de beslissing over voorwaardelijke invrijheidsstelling (v.i.) uit, waarna de rechtbank het uitstel beperkte tot 90 dagen. De veroordeelde kwam daarna in aanmerking voor v.i., maar het OM besloot dit niet toe te kennen.
De veroordeelde maakte bezwaar tegen deze beslissing, stellende dat positieve adviezen van de reclassering en penitentiaire inrichting onvoldoende werden meegewogen en dat voorwaardelijke invrijheidsstelling met voorwaarden noodzakelijk is voor zijn resocialisatie.
De rechtbank oordeelt dat het OM in redelijkheid tot zijn besluit kon komen omdat de veroordeelde niet wil meewerken aan de verplichte ambulante behandeling, een belangrijke voorwaarde om het recidiverisico te beperken. De positieve adviezen zijn gekoppeld aan de voorwaarde van behandeling, die de veroordeelde weigert. Daarom is het bezwaar ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de afwijzing van de voorwaardelijke invrijheidsstelling is ongegrond verklaard.