ECLI:NL:RBROT:2025:14746

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
28 november 2025
Publicatiedatum
16 december 2025
Zaaknummer
10-301679-24
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:1:16 SvArt. 366 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Schorsing tenuitvoerlegging gevangenisstraf wegens ontvankelijkheid hoger beroep

De verzoeker is bij verstek veroordeeld tot een gevangenisstraf van drie maanden door de politierechter van de rechtbank Rotterdam op 12 februari 2025. De beslissing is op 10 september 2025 aan de verzoeker medegedeeld, waarna op 20 oktober 2025 hoger beroep is ingesteld.

De verzoeker verzoekt schorsing van de tenuitvoerlegging van de straf totdat het hoger beroep onherroepelijk is beslist. Hij stelt dat de schriftelijke mededeling van het vonnis uitsluitend in het Nederlands is verstrekt, terwijl hij deze taal niet machtig is en geen vertaling heeft ontvangen. Een agent heeft mondeling in het Engels geprobeerd de mededeling toe te lichten, maar het was onduidelijk of de verzoeker dit voldoende begreep.

De voorzieningenrechter overweegt dat op grond van artikel 6:1:16 Sv Pro de tenuitvoerlegging wordt geschorst zolang rechtsmiddelen openstaan, tenzij het Openbaar Ministerie kan aantonen dat het rechtsmiddel te laat is ingesteld zonder verontschuldigbare omstandigheden. Gezien het voorlopige karakter van de procedure en de tekortkomingen in de informatieverstrekking acht de rechter het niet hoogst onwaarschijnlijk dat het gerechtshof het hoger beroep ontvankelijk zal verklaren. Daarom wordt het verzoek tot schorsing toegewezen.

Uitkomst: De tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf wordt geschorst totdat het hoger beroep onherroepelijk is beslist.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Straf team 2
raadkamernummer : [nummer]
parketnummer : 10-301679-24
datum : 28 november 2025
beslissing van de rechtbank Rotterdam, voorzieningenrechter in strafzaken, op het verzoek ex artikel 6:1:16 van Pro het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:

[verdachte], verzoeker,

geboren op [geboortedatum] 1996 in [geboorteplaats] ([geboorteland]),
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:
[adres 1],
gedetineerd in de [detentieadres],
voor deze zaak domicilie kiezende aan [adres 2], ten kantore van zijn raadsman mr. D. Eijpe,
strekkende tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf, door de rechtbank opgelegd in de strafzaak met parketnummer 10-301679-24, totdat onherroepelijk op het ingestelde hoger beroep is beslist.

Feiten

De verzoeker is bij vonnis van de politierechter van deze rechtbank van 12 februari 2025 bij verstek veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van drie maanden. Op 10 september 2025 is deze beslissing aan de verzoeker medegedeeld. Op 20 oktober 2025 is hoger beroep ingesteld.

Procedure

Het verzoek is op 19 november 2025 ter griffie van deze rechtbank ontvangen.
De rechtbank heeft op 28 november 2025 het verzoek in openbare raadkamer behandeld.
De rechtbank heeft de verzoeker, de advocaat, mr. D. Eijpe en de officier van justitie, mr. E. van Veen, in raadkamer gehoord.

Verzoek

Namens de verzoeker is het volgende aangevoerd. De schriftelijke mededeling van de beslissing van de rechtbank van 12 februari 2025 is in het Nederlands aan de verzoeker verstrekt, terwijl hij de Nederlandse taal niet machtig is. Een vertaling van deze mededeling heeft de verzoeker nooit ontvangen. Er is een aanvullend proces-verbaal opgemaakt door de agent die de mededeling heeft uitgereikt. Daarin is opgenomen dat hij de mededeling in de Engelse taal heeft uitgelegd aan de verzoeker. Dit proces-verbaal is niet op ambtseed opgemaakt. Daarnaast is het onduidelijk of de verzoeker wel de Engelse taal voldoende machtig was om de mededeling te begrijpen. De verzoeker dacht dat het ging om een andere strafzaak. Gelet daarop is het niet onwaarschijnlijk dat het gerechtshof het hoger beroep ontvankelijk zou achten.

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie stelt dat het verzoek kan worden toegewezen.

Beoordeling

Op grond van artikel 6:1:16 Sv Pro mag geen rechterlijke beslissing ten uitvoer worden gelegd zolang daartegen enig rechtsmiddel openstaat en, zo dit is aangewend, het is ingetrokken of daarop is beslist. Door hoger beroep of beroep in cassatie wordt de tenuitvoerlegging van de opgelegde straf geschorst of opgeschort. Voor zover hier van belang, wordt volgens het vierde lid onder b van dit artikel de tenuitvoerlegging door hoger beroep of beroep in cassatie niet geschorst of opgeschort als naar het oordeel van het Openbaar Ministerie vaststaat dat het rechtsmiddel na het verstrijken van de daarvoor gestelde termijn is aangewend, tenzij op verzoek van degene die het middel heeft aangewend, en na zijn verhoor, indien hij dit bij het verzoek heeft gevraagd, de voorzieningenrechter van het gerechtshof of de rechtbank anders bepaalt.
Wil de verzoeker in het door hem aangewende rechtsmiddel kunnen worden ontvangen, dan dient sprake te zijn van een bijzondere, de verzoeker niet toe rekenen omstandigheid die meebrengt dat de overschrijding van deze termijn verontschuldigbaar is. Gelet op het voorlopige karakter van de procedure draagt het onderzoek hiernaar een summier karakter. De aangevoerde juridische en feitelijke standpunten kunnen dan ook slechts met inachtneming van dit summiere karakter van het onderzoek worden beoordeeld.
Op grond van artikel 366 Sv Pro dient de officier van justitie zo spoedig mogelijk de mededeling van het vonnis van de rechtbank aan de verdachte te betekenen, indien de rechtbank haar beslissing heeft uitgesproken buiten de aanwezigheid van de verdachte. Op grond van het vierde lid van dat artikel is een schriftelijke vertaling van deze mededeling in een voor de verdachte begrijpelijke taal vereist. Uit het dossier blijkt dat de verzoeker uitsluitend een mededeling in het Nederlands heeft ontvangen, terwijl hij deze taal niet machtig is. Een agent heeft gepoogd de inhoud hiervan mondeling in het Engelse toe te lichten. Uit het proces-verbaal, opgemaakt door deze agent, blijkt echter dat het de verzoeker kennelijk niet (direct) duidelijk was waarop de mededeling betrekking had.
Gelet op het voorgaande is het niet hoogst onwaarschijnlijk dat het gerechtshof de informatieverstrekking door het Openbaar Ministerie dermate te kort vindt schieten, dat het hierin aanleiding zal zien de verzoeker in zijn hoger beroep te ontvangen. Het verzoek zal daarom worden toegewezen.

Beslissing

De voorzieningenrechter:
- wijst het verzoek toe en schorst de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in de zaak met parketnummer 10-301679-24 tot het gerechtshof onherroepelijk heeft beslist op het hoger beroep van de verzoeker.
Deze beslissing is gegeven door:
mr. L. Feraaune, voorzieningenrechter,
in tegenwoordigheid van mr. E.S. Brouwer, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op 28 november 2025.